Het openbaar onderzoek liep van 13 oktober 2014 tot en met 11 december 2014. Tijdens deze periode werd één rechtsgeldig bezwaarschrift ingediend en werden adviezen ontvangen van de Provincie Antwerpen en Ruimte Vlaanderen. De behandeling van het bezwaar en de adviezen is verwerkt in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO)
Artikel 2.2.14 §6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering, zegt dat de gemeenteraad het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vaststelt.
De gemeenteraad besliste op 18 oktober 2004 (jaarnummer 1938) om het bijzonder plan van aanleg (BPA) ‘Stedelijk Park Spoor Noord’ definitief te aanvaarden.
Op 15 mei 2012 besliste de raad van bestuur van Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA) om een nieuw ziekenhuis te bouwen op de Kop Spoor Noord. ZNA wees de uitvoering van dit project toe aan het consortium “Kairos – Euro Immo Star” en koos hiermee voor een locatie ter hoogte van de Kempenstraat, meer specifiek de bouwvelden W1 en W2 zoals aangeduid in het BPA.
Het ontwerp voor het geheel van het nieuwe ziekenhuis en complementaire functies, zoals goedgekeurd door de raad van bestuur van ZNA, wijkt af van het goedgekeurde BPA: de uitzonderlijke aard van het programma en typologie van het ziekenhuis stemt niet overeen met de klassieke gemengde stedelijke ontwikkeling zoals destijds bedacht en vertaald in de voorschriften van het BPA. De herziening van het BPA is noodzakelijk om de gewenste functionele mix van 80% uit het BPA te behouden.
Op 13 juli 2012 (jaarnummer 7419) besliste het college om het bijzonder plan van aanleg ‘Stedelijk Park Spoor Noord’ (goedgekeurd door de minister op 29 juni 2005) gedeeltelijk te herzien via de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) in functie van de realisatie van het nieuwe ziekenhuis.
Op 28 maart 2014 (jaarnummer 3440) nam het college kennis van het voorontwerp-RUP en besliste om de adviezen in te winnen van de besturen en openbare instellingen, zoals opgelegd in de Vlaamse Codex Ruimteljke Ordening (VCRO), art.2.2.13.§1, de districtsraad Antwerpen en de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO). Op 20 mei 2014 werd een plenaire vergadering georganiseerd op basis van het voorontwerp-RUP Zorgsite Kempenstraat.
De dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, besliste op 22 augustus 2014 dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
De gemeenteraad stelde het ontwerp-RUP voorlopig vast op 22 september 2014 (jaarnummer 711).
Vervolgens werd het plan ter inzage gelegd (openbaar onderzoek van 13 oktober tot en met 11 december 2014). Na de verwerking van de adviezen en de ingediende bezwaren kan het RUP definitief worden vastgesteld door de gemeenteraad.
In het kader van het openbaar onderzoek brachten de Provincie Antwerpen en Ruimte Vlaanderen gunstige adviezen uit. Wel worden volgende rechtzettingen gevraagd:
Het RUP is hierop aangepast.
Het ingediende bezwaarschrift bevat drie opmerkingen op het RUP:
De behandeling van het bezwaarschrift is verwerkt in het advies van de GECORO (als bijlage). De GECORO adviseert hierover het volgende:
Het advies van de GECORO wordt gevolgd.
Milieueffectenrapportage (MER)
| Plan-MER-screening | |
| aanvraag adressen adviesinstanties | 26 september 2013 |
| raadpleging adviesinstanties | 29 november 2013 |
| rappelbrief raadpleging adviesinstanties | 8 januari 2014 |
| ontheffingsdossier vestuurd naar dienst MER | 9 mei 2014 |
| beslissing ontheffing plan-MER-plicht door dienst MER | 22 augustus 2014 |
De dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, besliste op 22 augustus 2014 dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
Hieronder een overzicht van de maatregelen die opgenomen zijn in het RUP en maatregelen die bij de ontwerp en vergunningsfase moeten genomen worden:
| Maatregel | opgenomen in het RUP | op te nemen in het ontwerp |
| fiets-en voetgangersverbindingen | opgenomen in grafisch plan (overdrukken) en stedenbouwkundige voorschriften (bijzondere voorchriften artikel 1 - zone voor centrumfuncties (Ce1), artikel 2 - zone voor centrumfuncties (Ce2), artikel 3 - zone voor publiek domein | x |
| "dove gevel" aan de gebouwen zijde viaduct | x | |
|
verspreiding mogelijke bodemverontreinigng vermijden |
x | |
| adviesvraag met betrekking tot ondergrondse constructies met diepte groter dan 5 m en lengte groter dan 100 m | x | |
|
toepassen gewestelijke hemelwaterverordening |
x | |
|
kiezen voor streekeigen beplanting |
x | |
|
zorg dragen voor de archeologische waarden in het plan- en projectgebied met als uitgangspunt de integratie van de Schijnsluis in het ontwerp |
x | |
|
contact opnemen met bevoegde instanties inzake vervolgonderzoeken van de Schijnsluis |
x | |
|
nastreven van goede landschappelijke inpassing van het project in zijn omgeving |
x | |
|
uitwerken van de flankerende maatregelen inzake mobiliteit en de modal split met de bevoegde actoren |
Waterparagraaf
Het plangebied bevindt zich in het bekken van de Benedenschelde, meer bepaald in het deelbekken van de Schelde Haven. Door het plangebied zelf lopen geen waterlopen. In de directe omgeving zijn een aantal dokken gelegen die als bevaarbare waterloop geklasseerd zijn in de Vlaamse Hydrografische Atlas (VHA).
Sinds het Uitvoeringsbesluit van 1 maart 2011 is de kaart van overstromingsgevoeligheid (2011) verplicht te raadplegen. De andere watertoetskaarten zijn niet meer verplicht te raadplegen in het kader van de watertoets maar kunnen eventueel wel nuttige informatie opleveren. Het plangebied ligt niet in overstromingsgevoelig gebied (2011).
De andere kaarten leveren volgende informatie op:
Gezien het plangebied zeer grondwaterstromingsgevoelig is, dient advies aangevraagd te worden bij de bevoegde adviesinstantie indien een ondergrondse constructie gebouwd wordt met een diepte van meer dan 5,00 m en een horizontale lengte van meer dan 100,00 m. Dit is bij onderhavig project zeker het geval: er worden 3 ondergrondse bouwlagen voorzien met een lengte van circa 220,00 m. Er dient bijgevolg advies gevraagd te worden volgens bovenstaande regelgeving.
De erosiegevoeligheid van het gebied is irrelevant omdat er geen landbouwpercelen voorkomen.
Het afvalwaterbeleid wordt gestuurd via de gemeentelijke zoneringsplannen, waarin afgebakend wordt welke zones te rioleren zijn en in welke zones IBA’s moeten komen (al dan niet collectief beheerd). Het plangebied valt volledig binnen het “centraal gebied”.
De invulling van het plangebied voorziet de mogelijkheid van bijkomende gebouwen en/of verharde oppervlakten. Het RUP dient steeds te beantwoorden aan de vigerende normen van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende de vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkt debiet vertraagd wordt afgevoerd.
De opvang en afvoer van hemelwater afkomstig van de gebouwen dient in overeenstemming met deze verordening opgevangen te worden op het terrein zelf, waardoor er geen effecten te verwachten zijn op de waterhuishouding.
Volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening dient het buffervolume van een infiltratie-voorziening in verhouding te staan tot het gerealiseerde infiltratiedebiet. Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimaal 300 liter per begonnen 20 vierkante meter referentieoppervlakte van de verharding te bedragen. De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimaal 2 vierkante meter per begonnen 100 vierkante meter referentieoppervlakte van de verharding te bedragen. Van deze afmetingen kan slechts afgeweken worden indien de aanvrager aantoont dat de door hem voorgestelde oplossing een afdoende buffer- en infiltratiecapaciteit heeft.
Indien het plangebied (ca. 2,00 ha) volledig zou verhard worden – wat niet het geval zal zijn – komt dit overeen met een minimale infiltratieoppervlakte van 400 m² en een minimaal buffervolume van 300 m³. Tevens zal in de mate van het mogelijke hergebruik van hemelwater (sanitair,…) plaatsvinden.
Milderende maatregelen voor de discipline water zijn:
Op te heffen verkavelingen
In het plangebied zijn geen verkavelingen van kracht.
Voorkooprecht
Het RUP vestigt geen voorkooprecht.
Planschade/planbaten
Volgens het register planschade-planbaten gebeurt er een bestemmingswijziging ten aanzien van het BPA Stedelijk Park Spoor Noord die aanleiding kan geven tot een planbatenheffing:
Stedenbouwkundige lasten
De ontwikkeling van het ziekenhuiscomplex met flankerende woontorens en flankerende bebouwing op het stedelijk plein heeft ingrijpende gevolgen op de omgeving in die zin dat er aanpassingen aan het openbaar domein dienen te gebeuren om het ziekenhuis te integreren in het stedelijk weefsel, (integraal) toegankelijk te maken en te kunnen ontsluiten op een kwalitatieve manier.
De gemeenteraad keurde op 23 juni 2014 (jaarnummer 577) een overeenkomst “Stedenbouwkundige lasten Antwerpen - Zorgsite Kempenstraat”, die regelt wie welke kosten van deze noodzakelijke heraanleg van het openbaar domein zal dragen, goed.
Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van een RUP.
Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met - mogelijk - aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2, gewijzigd 19 juli 2013.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.
|
Stap |
Datum |
|
collegebesluit: richtnota |
25 januari 2013 (jaarnummer 13029) |
|
collegebesluit: kennisneming voorontwerp-RUP |
28 maart 2014 (jaarnummer 3440) |
|
districtsraad: advies |
28 april 2014 (jaarnummer 70) |
|
GECORO: advies |
7 mei 2014 |
|
plenaire vergadering en adviezen |
20 mei 2014 |
|
gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp-RUP |
22 september 2014 (jaarnummer 711) |
|
openbaar onderzoek |
13 oktober - 11 december 2014 |
|
GECORO advies: evaluatie bezwaarschriften |
7 januari 2015 |
|
gemeenteraad: definitieve vaststelling |
2 maart 2015 |
|
deputatie: goedkeuring |
mei 2015 |
|
inwerkingtreding RUP |
september 2015 |
Data in vet cursief zijn raming
De gemeenteraad stelt het RUP Zorgsite Kempenstraat (algplanid: RUP_11002_214_10015_00001) definitief vast.
Dit RUP bestaat uit een grafisch plan, het grafisch register, een plan van de bestaande en juridische toestand, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.