Terug

2015_CBS_00211 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142513 - district Antwerpen - Leuvenstraat ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/01/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_00211 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142513 - district Antwerpen - Leuvenstraat ZN - Goedkeuring 2015_CBS_00211 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142513 - district Antwerpen - Leuvenstraat ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Himmos
De aanvraag omvat: bouwen van 37 appartementen, handelsruimten en ondergrondse parking
Dossiernummer: AN0/B/20142513

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt; 
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  • de voorwaarden opgenomen in het advies van de brandweer strikt na te leven;
  • de voorwaarden opgenomen in het advies van het centrum voor toegankelijkheid strikt na te leven;
  • de achtergevel en de kopgevel aan de Cockerillekaai uit te voeren in hetzelfde lichtkleurig, grijswit gevelmetselwerk naar analogie met de voorgevels;
  • geen inpandige terrassen te voorzien voor de appartementen op het gelijkvloers aan de Leuvenstraat;
  • de deuren, die opendraaien over het openbaar domein enkel in noodgevallen te gebruiken;
  • de raamopeningen van de mono- georiënteerde appartementen aan de achterzijde op de tweede en derde verdieping uit te voeren zoals op de ramen van het appartement op de eerste verdieping;
  • de fietsenstalling aansluitend aan het openbaar domein ter hoogte van de Zuiderdokken inpandig of in de afgesloten private buitenruimte te voorzien;
  • de doorgang naar het Zuiderpershuis af te sluiten op de perceelgrens;
  • de nodige technische voorzieningen voor gevelverlichting te treffen en af te stemmen met de cel verlichting van de afdeling ontwerp & uitvoering openbaar domein (03 338 66 28);
  • indien het velostation dient verplaatst te worden, dit te laten gebeuren op kosten van de bouwheer en dient afgestemd te worden met de dienst stadsontwikkeling/beheer en onderhoud/verkeersdienst centraal (03 338 67 11);
  • het verloren groenvolume te compenseren door de aanplant twee nieuwe hoogstammige bomen (minimale plantmaat 18/20 stamomtrek) in de nieuwe aanleg;
  • er voor te zorgen dat de nieuwe bomen over voldoende doorwortelbaar volume beschikken. Dit betekent minimaal 24 m³ per boom;
  • volgende beschermingsmaatregelen voor de bomen in acht te nemen:
    • tijdens de bouwwerken moeten de bomen tot buiten de kroonprojectie met een vast hekwerk afgeschermd worden;
    • alle eventuele beschadigingen aan de bomen dienen onmiddellijk vakkundig te worden behandeld, om infectie van de wonden tot een minimum te beperken;
    • onder de bomen mogen geen materialen gestapeld of werfwagens geplaatst worden;
    • er mag geen grond aangevuld of afgegraven worden binnen de kroonprojectie;
    • het uitgieten van spoelwater met cementresten enz. moet vermeden worden.
  • de aanvrager dient contact op te nemen met de Vlaamse Milieumaatschappij betreffende het aspect grondwater gezien de aanzienlijke ondergrondse parking;
  • de geplande werken te laten voorafgaan door een archeologisch begeleiding van de uitgraving en registratie van de archeologisch restanten, zoals bepaald in de Bijzondere Voorwaarden voor de uitvoering van een archeologische opgraving;
  • de Bijzondere Voorwaarden op te vragen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed Antwerpen waaraan de archeologische opgraving dient te voldoen;
  • het Agentschap Onroerend Erfgoed en de stedelijke dienst archeologie uit te nodigen voor de coördinatie- en werfvergaderingen;
  • de voorwaarden van het agentschap onroerend erfgoed – archeologie stipt na te leven:
    • voorafgaand aan de realisatie van het project dient het hele terrein door een  archeologische begeleiding in de vorm van een opgraving te worden onderzocht en dit in opdracht van de bouwheer die de financiële lasten hiervoor draagt. Deze begeleiding heeft als doel het terrein te screenen op aan- of afwezigheid van archeologisch erfgoed en om een ongedocumenteerde vernieling van waardevol archeologisch erfgoed te vermijden.
    • de archeologische begeleiding in de vorm van een opgraving dient te worden uitgevoerd conform de bepalingen van het archeologiedecreet. Dit betekent onder meer dat de begeleiding, inclusief de rapportage, wordt uitgevoerd door en onder leiding van een archeoloog. De archeoloog vraagt hiertoe een opgravingsvergunning aan bij het agentschap (Onroerend Erfgoed, Brussel, Back Office Beheer, Koning Albert II-laan 19, bus 5, 1210 Brussel). Aan deze vergunning worden bijzondere voorwaarden gehecht. De bouwheer kan deze bijzondere voorwaarden vooraf opvragen bij de provinciale dienst van het agentschap Onroerend Erfgoed Antwerpen (zie hoofding) om de aanbesteding van de archeologische begeleiding vlot te laten verlopen.
    • de archeologische begeleiding in de vorm van een opgraving omvat eveneens de opmaak van een rapport. Dit rapport moet, conform de bijzondere voorwaarden, binnen een bepaalde termijn na het afronden van het onderzoek aan het agentschap Onroerend Erfgoed worden toegezonden. Pas na de ontvangst van het rapport kan Onroerend Erfgoed beoordelen of de gronden kunnen worden vrijgegeven archeologische sporen.
    • indien relevante archeologische sporen aangetroffen worden, dient afgewogen te worden of behoud in situ mogelijk is. Kan dit niet, dan moet de bouwheer de nodige tijd én financiële middelen voorzien voor een volwaardige archeologische opgraving voorafgaand aan de werken.
  • de erfdienstbaarheden en bijzondere voorwaarden van de ruilingsakte van 31 mei 1999 na te leven, met name:
    • een erkenningsrecht ten gunste van IMEA voor ondergrondse hoogspanningsleiding ten behoeve van een hoogspanningscabine;
    • een recht van erfpacht op een deel van het perceel;
    • de inplanting over de rooilijn van de boordsteen en de straatkolken aan de kant van de Leuvenstraat en dat deze toestand moet bewaard blijven of op kosten van de nieuwe eigenaar moet worden aangepast;
    • een erfdienstbaarheid ten gunste van het Zuiderpershuis vzw voor de bestaande toegangspoort (zijde Leuvenstraat);
    • een erfdienstbaarheid van 2 meter breedte voor doorgang van personeel, materiaal en voor het plaatsen, herstellen en vervangen van ondergrondse kabels vertrekkende vanaf de Leuvenstraat;
    • een erfdienstbaarheid ten gunste van IMEA naar hun hoogspanningscabine;
    • een erfdienstbaarheid ten gunste van Electrabel en IMEA voor de bestaande elektriciteitscabines;
    • een erfdienstbaarheid ten gunste van de bestaande ramen (zijde Leuvenstraat);
    • een erfdienstbaarheid ten gunste van een bestaande afvoerbuis voor regenwater (kant Leuvenstraat);

Tevens wordt benadrukt dat de akte van dading van 20 december 2004, over de vestiging van een erfdienstbaarheid voor gebruik van een kelder dient te worden nageleefd.

Geen vergunning wordt verleend voor:

  • het bepleisteren in zwarte kleur van de achtergevel en de kopgevel aan de zijde Cockerillkaai;
  • de zwarte horizontale kleuraccenten in de gevels;
  • de gelijkvloerse, inpandige terrassen aan de Leuvenstraat;
  • het inrichten van de open ruimte achteraan als horecaterras.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen