Terug

2015_CBS_00643 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142603 - district Antwerpen - Aarschotstraat 22-28 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/01/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_00643 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142603 - district Antwerpen - Aarschotstraat 22-28 - Goedkeuring 2015_CBS_00643 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20142603 - district Antwerpen - Aarschotstraat 22-28 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: BUELDING
De aanvraag omvat: slopen van woningen en het bouwen van 55 studentenkamers en 1 studio met een overdekte fietsenstalling en ondergrondse parkeergarage
Dossiernummer: AN2/B/20142603

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het bijgevoegd verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  1. de voorwaarden vermeld in het advies van de brandweer strikt na te leven;
  2. de geel gekleurde glazen borstweringen in de voorgevel uit te voeren in neutraal glas zoals de borstweringen bij de andere ramen;
  3. de schouwen van de buur te vrijwaren bij de sloop van de bestaande bebouwing en indien nodig op te hogen om de werking ervan te blijven garanderen; 
  4. de bouwdiepte van de parkeergarage uit te voeren zoals aangegeven op het grondplan;
  5. de tuinaanleg en de fietsenberging uit te voeren conform het grondplan en snede AA;
  6. de vloerpas van het gelijkvloers uit te voeren zoals op snede AA en het voorgevelaanzicht;
  7. de vergunde achterbouw op het rechtsaanpalend perceel te vrijwaren bij het verlagen van de scheidsmuren na sloop van de bestaande bebouwing;
  8. een afvalberging te voorzien;
  9. in de fietsenberging een stallingssysteem te gebruiken zodat minstens 58 fietsen gestald kunnen worden;
  10. het dakje van de gelijkvloerse uitbouw links achteraan en het dak van de fietsenberging in te richten als groendak of aan te sluiten op een hemelwaterput van minstens 1000 l met recuperatie van het opgevangen hemelwater conform artikel 80 van de bouwcode;
  11. een infiltratievoorziening te voorzien die voldoende buffercapaciteit heeft, eventueel door deze aan te sluiten op een bufferput die niet tegelijkertijd als hemelwaterput wordt gebruikt, en dit conform artikel 10 van de hemelwaterverordening (het bovengronds niet-bebouwde deel van de ondergrondse garage moet ook als dakoppervlakte beschouwd worden); 
  12. over de hele doorgangsbreedte van het inkomportaal een vlak plateau te voorzien met een diepte van 150 cm gemeten vanaf de voordeur en op een pashoogte 2 cm onder de vloerpas van de inkomhal met daarop een vrije en vlakke draairuimte rakend aan het draaivlak van de voordeur;
  13. tussen voornoemd plateau en het voetpad een helling aan te leggen die het resterende niveauverschil van 23 cm overwint tegen het toegelaten hellingspercentage van 8,3 procent;
  14. aan de buitenzijde van de achterdeur een vrije en vlakke draairuimte conform artikel 1 27° en 24 van de verordening toegankelijkheid te voorzien en aansluitend daarop een helling naar de tuin conform artikel 19 van dezelfde verordening;
  15. de deur van de gemeenschappelijke ruimte op de eerste verdieping naar links op te schuiven zodat het draaivlak van deze deur niet overlapt met de draairuimte aan de duwzijde van de inkomdeur van de tegenoverliggende kamer;
  16. de deur van de gemeenschappelijke ruimte op de tweede en derde verdieping naar rechts, de deur van de conciërgewoning en van de kamer rechts op de vierde verdieping naar links en de deur van de lifthal naar de garage richting de trap op te schuiven zodat een vrije en vlakke vloer- en wandbreedte aanwezig is naast de kruk aan zowel de duw- als trekzijde;
  17. de voorwaarden vermeld in het advies van het Centrum voor Toegankelijkheid strikt na te leven.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen