Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.
Aanvrager(s): Summerfestival bvba - Rijnkaai 37 - 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat de tijdelijke opslag van gassen en het gebruik van generatoren.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene en sectorale vergunningsvoorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden |
hoofdstuk 4.1; |
|
algemene milieuvoorwaarden |
geluid hoofdstuk 4.5; |
|
elektriciteit |
hoofdstuk 5.12; |
|
gassen, algemeen |
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1; |
|
gassen, opslagplaatsen verplaatsbare recipiënten |
hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.5; |
|
motoren met inwendige verbranding |
hoofdstuk 5.31. |
Het college beslist dat de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:
bijzondere voorwaarde:
Brandbestrijdingsmiddelen
De servitudewegen zijn voorzien van een degelijke verlichting. Voertuigen mogen in geen geval op toegangswegen en servitudewegen van het terrein worden geparkeerd.
De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant. De kosten voor de installatie, het onderhoud en de signalering van de BH80 is en blijft ten laste van de bouwheer/eigenaar en dit gedurende de levensduur van het gebouw.
OF
Naast de servitudeweg (gelegen aan de buitenkant van het terrein) dienen, op onderlinge afstanden van circa 200 meter, waterbuffers (pompputten) te voorzien van minimum 50 m³.
Indien de watervoorraad wordt uitgevoerd als pompput, dient deze aan volgende voorwaarden te voldoen.
Als beschikbare waterinhoud van het bluswaterreservoir mag slechts worden gerekend het verschil in inhoud bij normaal waterpeil en bij laag waterpeil. De diepte bij normaal waterpeil moet tenminste 2 meter zijn. Normaal waterpeil is het waterpeil in het bluswaterreservoir in normale omstandigheden.
Bij een niet vorstvrije waterreservoir moet rekening gehouden worden met een eventuele ijslaag van 50 cm.
Onder laag waterpeil moet worden verstaan het laagste waterpeil in het bluswaterreservoir, waarbij aan het begin van de zuigleiding nog juist geen zuigkolk kan ontstaan.
Daartoe dient de bodem van de pompput zich op tenminste 70 cm onder het laagwaterpeilniveau te bevinden.
Deze pompput dient uitgevoerd in beton of metselwerk en voorzien van een slibvang en maaswerk.
Indien de pompput ondergronds wordt utgevoerd, moet deze toegankelijk zijn voor de brandweer, ofwel via een deksel in de aard van het type Elkington 1522A of gelijkwaardig, ofwel met een vaste zuigleiding bovengronds met een binnendiameter van 150 mm, voorzien van een broekstuk 150/2 x 110 met vaste koppelstukken type AR Ø 110 mm volgens de bijlage 2 van het KB van 30 januari 1975.
Afsluiters moeten aangebracht worden op de beide uitgeefkanten van 110 mm Ø.
Indien geopteerd wordt voor een vaste zuigleiding, dient deze uitgevoerd met een bocht onderaan en voorzien van een vuilopvang (zeef).
De aanzuighoogte mag niet meer dan 6meter bedragen.
De toegang tot de watervoorraad moet te allen tijde gevrijwaard zijn.
De toegangswegen en de stationeerplaatsen nabij deze pompput dienen steeds gemakkelijk bereikbaar en geschikt te zijn voor het aanwenden van het groot materieel van de brandweer.
De pompput dient derwijze uitgevoerd dat tenminste 2 autopompen operationeel inzetbaar kunnen zijn.
Deze autopompen moeten zodanig opgesteld kunnen worden dat bij gebruik van een zuigslang de hartlijn van de pomp zich nooit hoger bevind dan circa 4,5 meter boven het waterniveau.
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:
De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
De vergunning wordt toegestaan voor een periode van die ingaat op 15 juni 2015 en eindigt op 15 juli 2015.