Terug

2014_CBS_09977 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Antarctica nv, Moerelei 119, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/362/IB - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 03/10/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_09977 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Antarctica nv, Moerelei 119, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/362/IB - Goedkeuring 2014_CBS_09977 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Antarctica nv, Moerelei 119, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/362/IB - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Antarctica nv - Moerelei 119, 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat: de exploitatie van een schaatsbaan.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Antarctica nv, Moerelei 119, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de exploitatie van een schaatsbaan, gelegen op het zelfde adres.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden dient na te leven:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

garages en parkeerplaatsen

hoofdstuk 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

gassen, algemeen

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.1;

gassen, compressoren en koelinrichtingen

hoofdstuk 5.16, afdeling 5.16.3;

gevaarlijke producten, algemene bepalingen

hoofdstuk 5.17, afdeling 5.17.1;

zalen voor sportmanifestaties

hoofdstuk 5.32, afdeling 5.32.3.


Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarde en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere voorwaarde:

  • De koelinstallatie wordt onderhouden en hersteld volgens een code van goede praktijk (in dit geval de Europese norm EN 378-4).

Brandweervoorwaarden: 

 Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

 Snelblustoestellen 

  • Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruim-te). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestel-len aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde. 
  • Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. 
  • Een snelbustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine. 

Muurhaspels

  •  Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer. De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 3 oktober 2014 en eindigt op 3 oktober 2034.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.