Samenstelling
Aanwezig
Bart De Wever, burgemeester;
Koen Kennis, schepen;
Philip Heylen, schepen;
Ludo Van Campenhout, schepen;
Claude Marinower, schepen;
Marc Van Peel, schepen;
Rob Van de Velde, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Fons Duchateau, schepen;
Roel Verhaert, stadssecretaris
Afwezig
Serge Muyters, korpschef
Secretaris
Roel Verhaert, stadssecretaris
Voorzitter
Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_00232 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel nv (BAM nv), Lobroekdok zonder nummer (zn), 2060 Antwerpen. Dossiernummer BSP2014/355/JW - Gunstig advies - Goedkeuring
Motivering
Aanleiding en context
OVAM vraagt advies aan het college over een bodemsaneringsproject met als opdrachtgever(s) Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel nv (BAM nv), Rijnkaai 37, 2000 Antwerpen.
Argumentatie
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Juridische grond
Het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; het besluit van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en bodembescherming.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 1
Het college beslist het gunstige advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder de volgende voorwaarden:
- de werkzaamheden van de sanering mogen niet uitgevoerd worden van op de kade aan de Slachthuislaan. Dit gebied is eigendom van de stad Antwerpen en onderwerp van een masterplan. De saneringswerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden vanuit één van de andere zijden van het dok;
- in het kader van dit bodemsaneringsproject mogen geen werkzaamheden uitgevoerd worden die ingrijpen op de uiteindelijke vormgeving van de site;
- het gebaggerde slib wordt onmiddellijk afgevoerd. (Tijdelijke) opslag en ontwatering mogen niet ter plaatse gebeuren;
- de afvoer van baggerspecie dient over het water te gebeuren;
- activiteiten in het kader van dit bodemsaneringsproject mogen het parkeren onder het viaduct op geen enkele manier verhinderen of bemoeilijken;
- indien er afvalgassen vrijkomen, moeten deze worden geleid over een adequate luchtbehandelingsinstallatie die uitmondt in open lucht en die voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 4.4 van de VLAREM wetgeving;
- de installaties voor het bodemsaneringsproject moeten ontoegankelijk zijn voor onbevoegden;
- de installaties voor het bodemsaneringsproject bevinden zich op het bronperceel;
- alle voorzieningen worden getroffen teneinde bevuiling van de openbare weg door het transport van afval of baggerspecie te voorkomen. De wielen en buitenzijde van eventuele vrachtwagens en van het werfmateriaal dienen indien nodig ter plaatse gereinigd te worden;
- gebruikte vrachtwagens of schepen dienen te beschikken over vloeistofdichte en afdekbare laadruimtes;
- indien buiten de bodemsaneringszone abnormale hinderlijke geuren worden waargenomen, worden onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen om de emissies te beperken;
- de saneringsverantwoordelijke nodigt op de eerste voorbereidende werfvergadering de betrokken stadsdiensten of diensten van het havenbedrijf uit om de nodige praktische afspraken te maken rond werfinrichting, het gebruik van het openbaar domein en dergelijke.
Uw contactpersoon voor de stad is Gert De Wilde (gert.dewilde@stad.antwerpen.be; 03/338.23.37), Hakim Chadli (hakim.chadli@stad.antwerpen.be; 03/338.51.90) of Jens Van Damme (jens.vandamme@stad.antwerpen.be; 03/338.64.58);
- aanvangsdatum en einddatum van de saneringswerken moeten worden meegedeeld aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be) met vermelding van naam en telefoonnummer van de saneringsverantwoordelijke;
- na afloop van de saneringswerken dient een exemplaar van het evaluatierapport te worden overgemaakt aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
- gezien de risico’s die uitgaan van de verontreiniging, dient de sanering opgestart te worden binnen de maximale termijn van 3 jaar naar analogie met de Vlarem-wetgeving waarin gesteld wordt dat een vergunde inrichting in gebruik moet worden genomen binnen deze maximale termijn, op straffe van verval van de vergunning. Bovendien zorgt deze voorwaarde voor een aanvaardbare periode tussen de bekendmaking van de noodzaak tot bodemsanering en de werkelijke uitvoering hiervan.
Artikel 2
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst
|
Taak
|
|
Stadsontwikkeling/vergunningen/milieuvergunning
|
het advies over te maken aan OVAM.
|
Artikel 3
Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.