Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager(s): L'Eau Pure bvba - Parklaan 7 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een saunacomplex.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren, aan L'Eau Pure bvba, Parklaan 7, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de exploitatie van een saunacomplex, gelegen op hetzelfde adres.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
bedrijfsafvalwaters + sector |
afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders |
afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders |
afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7; |
|
zwembaden |
afdeling 5.32.9. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:
- het leegpompen van de baden en de bufferbak dient steeds ’s nachts te gebeuren en na voorafgaande verwittiging van de rioolnetbeheerder, nv Aquafin;
- afwijkend op de algemene lozingsvoorwaarden, mag de hoeveelheid AOX in het bedrijfsafvalwater niet meer bedragen dan 600 µg/liter;
- bij het aanplanten van haagstructuur op de bouwlijn van het perceel aan de Garden Citylaan – ter naleving van de bouwvergunning- dient een doorgang naar de openbare weg te worden voorzien, om een vlotte evacuatie mogelijk te maken.
- afwijkend op artikel 5.32.9.2.1.§3,2° hoeven niet alle kades een minimumbreedte te hebben van 150 centimeter. Deze afwijking geldt enkel voor de kades aangegeven op het uitvoeringsplan bij de vergunningsaanvraag.
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht.
S3
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.
In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 16 januari 2015 en eindigt op 16 januari 2035.
Het college beslist dat de vergunde inrichting dient in gebruik te worden genomen binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze milieuvergunning, zoniet vervalt deze milieuvergunning van rechtswege.