Terug

2015_CBS_00225 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - L'Eau Pure bvba, Parklaan 7, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/468/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 16/01/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_00225 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - L'Eau Pure bvba, Parklaan 7, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/468/AV - Goedkeuring 2015_CBS_00225 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - L'Eau Pure bvba, Parklaan 7, 2610 Wilrijk-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/468/AV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): L'Eau Pure bvba - Parklaan 7 - 2610 Wilrijk-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een saunacomplex.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren, aan L'Eau Pure bvba, Parklaan 7, 2610 Wilrijk-Antwerpen, voor de exploitatie van een saunacomplex, gelegen op hetzelfde adres.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

bedrijfsafvalwaters + sector

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

zwembaden

afdeling 5.32.9.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

  1. Bijzondere voorwaarden:

 -          het leegpompen van de baden en de bufferbak dient steeds ’s nachts te gebeuren en na voorafgaande verwittiging van de rioolnetbeheerder, nv Aquafin;

-          afwijkend op de algemene lozingsvoorwaarden, mag de hoeveelheid AOX in het bedrijfsafvalwater niet meer bedragen dan 600 µg/liter;

-          bij het aanplanten van haagstructuur op de bouwlijn van het perceel aan de Garden Citylaan – ter naleving van de bouwvergunning- dient een doorgang naar de openbare weg te worden voorzien, om een vlotte evacuatie mogelijk te maken.

-          afwijkend op artikel 5.32.9.2.1.§3,2° hoeven niet alle kades een minimumbreedte te hebben van 150 centimeter. Deze afwijking geldt enkel voor de kades aangegeven op het uitvoeringsplan bij de vergunningsaanvraag.

 

  1. Brandweervoorwaarden:

B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst: 

S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur6 kg poeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht. 

S3
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enz.
In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

 

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 16 januari 2015 en eindigt op 16 januari 2035.

Artikel 5

Het college beslist dat de vergunde inrichting dient in gebruik te worden genomen binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze milieuvergunning, zoniet vervalt deze milieuvergunning van rechtswege.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.