Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing: decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
De Koninklijkelaan in het district Berchem:
In 2010 werd het fietspad aan beide zijden van de Koninklijkelaan heraangelegd.
In 2012 werd via de Taxibond gevraagd om 5 taxistandplaatsen te verwijderen.
Het aanvullend reglement met betrekking tot het wegverkeer werd tot nu toe niet aangepast.
Een nieuw aanvullend verkeersreglement wordt opgesteld, aangepast aan de huidige verkeerssituatie:
De parkeerbalans wijzigt niet, maar de vijf voorbehouden parkeerplaatsen voor taxivoertuigen werden omgevormd tot parkeerplaatsen toegelaten voor motorfietsen, personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen.
De districtsraad geeft gunstig advies over het volgend ontwerp van een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Koninklijkelaan in het district Berchem, ter vervanging van het aanvullend reglement, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 27 oktober 1992 (jaarnummer 1600):
Artikel 1: de toegang wordt verboden, uitgezonderd voor plaatselijk verkeer en openbare autobusdiensten:
De verkeersborden C3 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 2: de toegang wordt verboden, uitgezonderd voor openbare autobusdiensten:
De verkeersborden C3 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 3: de verplichting wordt opgelegd rechts te rijden ter hoogte van het oorlogsmonument aan het kruispunt met de Elisabethlaan.
De verkeersborden D1 worden aangebracht.
Artikel 4: de verplichting wordt opgelegd rechts te rijden:
Verkeersborden D1 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 5: een verplicht fietspad werd aangelegd op eigen bedding, langs de beide zijden en over de ganse lengte van de straat.
De verkeersborden D7 worden aangebracht.
Artikel 6: het parkeren wordt verboden:
Het verkeersbord E1 met onderbord wordt aangebracht.
Artikel 7: het stilstaan en parkeren wordt verboden:
Het verkeersbord E3 wordt aangebracht.
Artikel 8: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor ceremoniewagens:
Het verkeersbord E9a met onderbord wordt aangebracht.
Artikel 9: het parkeren wordt verplicht op de berm op de ventwegen:
langs de oneven zijde tegenover de huizenrij aan de zijde van de middenberm:
langs de even zijde aan de zijde van de huizenrij:
langs de even zijde tegenover de huizenrij aan de zijde van de middenberm:
De verkeersborden E9e met onderbord worden aangebracht.
Artikel 10: de middenrijbaan wordt over de ganse lengte verdeeld in rijstroken.
Artikel 11: de middenrijbaan wordt tussen het nummer 16 en het nummer 8 verdeeld in rijstroken.
Voorsorteringspijlen worden gemarkeerd voor de inrit naar de ventweg ter hoogte van het nummer 8.
Het verkeersbord F13 wordt aangebracht.
Artikel 12: een busstrook wordt gemarkeerd op de middenrijbaan, door een brede witte onderbroken streep en het woord "BUS" wordt hierin aangebracht:
De verkeersborden F17 worden aangebracht.
Artikel 13: de denkbeeldige rand van de rijbaan wordt gemarkeerd door een brede witte doorlopende streep, langs de beide zijden van de middenrijbaan, over de ganse lengte van de straat.
Artikel 14: een oversteekplaats voor voetgangers wordt gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan:
Artikel 15: Opstelvakken voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen worden gemarkeerd:
De verkeersborden F14 worden aangebracht.