Met het besluit van de gemeenteraad van 20 maart 2000 (jaarnummer 619), aangepast bij het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307), kregen de districten de bevoegdheid over het decentraal publiek domein, groenvoorziening en openbare werken.
De stad Antwerpen moet aan haar verplichtingen als werkgever voldoen en de bepalingen van de Welzijnswet naleven.
Op 21 december 2012 werd het nieuwe Koninklijk Besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit Koninklijk Besluit is van toepassing op alle elektrische installaties op arbeidsplaatsen. Voor een goed begrip werd er voor gekozen om een definitie van het begrip 'oude elektrische installaties' in het nieuwe Koninklijk Besluit in te voeren.
Overeenkomstig art. 3.- § 1. van het besluit wordt voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit verstaan onder 'oude elektrische installatie':
elektrische installatie, waarvan de uitvoering ter plaatse is aangevangen:
Het nieuw koninklijk besluit bepaalt dat de uitvoering van elke elektrische installatie ten minste aan de bepalingen van het AREI moet voldoen. Voor de oude elektrische installaties werd evenwel nog in de mogelijkheid voorzien om af te wijken van de minimale voorschriften betreffende de uitvoering van de installatie. De oude elektrische installaties mogen voor de uitvoering ervan voldoen aan de voorwaarden die vermeld staan in Bijlage I van het besluit.
Elke oude elektrische installatie moet uiterlijk op 31 december 2014 voldoen aan de bepalingen van de afdeling II (betreffende de risicoanalyse en de preventiemaatregelen) en uiterlijk op 31 december 2016 aan de bepalingen van de artikelen 8 en 9 (betreffende de uitvoering van de elektrische installatie). Wat de bepalingen van het artikel 8 betreft, is het de werkgever echter toegestaan om de termijn met maximum 2 jaar te overschrijden mits een gedetailleerd uitvoeringsplan dat met advies van de preventieadviseur en het Comité is opgesteld. In de periode waarin de elektrische installaties nog niet voldoen aan de bepalingen van de artikelen 8 en 9, dienen zij wel te blijven beantwoorden aan de bepalingen van het ARAB.
De stad Antwerpen heeft nog enkele installaties – of delen van installaties - in gebruik die onder het begrip ‘oude elektrische installaties” van het Koninklijk Besluit vallen, onder meer op sites of gebouwen waar de distributienetaansluiting onder vorm van hoogspanning toekomt, omschakeling naar laagspanning is hier niet mogelijk. De site museum Middelheim is één van deze sites.
De maatregelen hiervoor zijn: het vervangen van de cabine in prefabuitrusting, transformator, kabelwerken, afbraak betonplaat, as built dossier en de huur en het verbruik van een noodaggregaat. De aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is noodzakelijk.
In uitvoering van artikel 4.7.1.§1 en artikel 4.7.26.§1 van de ‘Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening’ worden de stedenbouwkundige vergunningen, voor handelingen van algemeen belang of voor aanvragen ingediend door publiekrechtelijke of semipublieke rechtspersonen, afgeleverd door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar binnen de bijzondere procedure.
Artikel 4.7.1.§2 stelt dat in afwijking van artikel 4.7.1.§1 de Vlaamse Regering de handelingen kan aanwijzen, die omwille van hun beperkte ruimtelijke impact of eenvoud van het dossier, binnen de reguliere procedure worden behandeld en waarbij de stedenbouwkundige vergunning, conform artikel 4.7.12, door het college van burgemeester en schepenen wordt afgeleverd.
De werken vallen, in toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 (en latere wijzigingen) tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.7.1§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, binnen de reguliere procedure.
Het college keurt goed dat de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor de Middelheimlaan 61, site museum Middelheim, voor de plaatsing van een middenspanningscabine, wordt ingediend bij het college.