Terug

2014_CBS_11432 - Begraafplaatsen - Bruikleen en peterschap van graftekens en grafmonumenten. Vereenvoudiging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/11/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_11432 - Begraafplaatsen - Bruikleen en peterschap van graftekens en grafmonumenten. Vereenvoudiging - Goedkeuring 2014_CBS_11432 - Begraafplaatsen - Bruikleen en peterschap van graftekens en grafmonumenten. Vereenvoudiging - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 678 van de politiecodex bepaalt dat een bestaand grafteken dat in eigendom van de stad is gekomen, in bruikleen kan worden gegeven. Verenigingen of privépersonen kunnen ook het peterschap verwerven over graftekens om deze graftekens te restaureren en in stand te houden. Bruikleen of peterschap van een grafteken kan enkel volgens de voorwaarden bepaald door de gemeenteraad. De stad blijft steeds eigenaar van deze graftekens.

Aanleiding en context

De gemeenteraad keurde op 20 oktober 2008 het principe en de voorwaarden voor bruikleen en peterschap van graftekens en grafmonumenten op de stedelijke begraafplaatsen goed (jaarnummer 1871).

Het college keurde op 29 januari 2010 de procedure voor bruikleen en peterschap van grafmonumenten op de stedelijke begraafplaatsen goed (jaarnummer 1033).

De gemeenteraad keurde op 28 april 2014 de Beleidsnota voor begraafplaatsen " Van Naburgering tot levende begraafplaatsen" goed (jaarnummer 00312). De vereenvoudiging van de procedures rond bruikleen en peterschap van grafmonumenten werd in deze nota opgenomen onder punt 3.2. Dit besluit kadert binnen doelstelling 1SWN0305 van de beleids- en beheerscyclus: De dienstverlening rond lijk- en asbezorging is klantvriendelijk, sereen en conform de decretale wetgeving.

Het verzekeren van een duurzame toekomst voor funerair erfgoed werd als prioriteit opgenomen in de beleidsnota voor de stedelijke begraafplaatsen (gemeenteraadsbesluit 28 april 2014, jaarnummer 312). De mogelijkheid voor burgers om graftekens of grafmonumenten in bruikleen of peterschap te nemen is een basispijler van de visie op het behoud van funerair erfgoed.

Zes jaar na het invoeren van het bruikleenconcept zijn enkele tientallen van de vijfduizend grafmonumenten waarvan de stad eigenaar is, in bruikleen gegeven. Een eenvoudigere procedure beoogt een verhoging van het aantal afgesloten bruikleencontracten.

Door de processen te vereenvoudigen, wil de stad een bruikleen of peterschap van een grafmonument voor haar inwoners makkelijker en aantrekkelijker maken. Twee concrete acties zijn cruciaal:

  • De loskoppeling van het contract voor een bruikleen en voor een grafconcessie.
  • Het verminderen van het aantal adviesorganen bij het afsluiten van een bruikleen- of peterschapsovereenkomst.

Argumentatie

Marktonderzoek bevestigt het potentieel van het concept om historische graven in bruikleen te geven. Het is een win-win situatie voor alle betrokkenen:

  • de stad kan haar erfgoed opwaarderen;
  • mooie stijlvolle grafmonumenten worden voor iedereen betaalbaar en bereikbaar;
  • de inkomsten kunnen als investering gebruikt worden voor de restauratie van historisch erfgoed.

De vereenvoudiging van de bruikleenprocedure bestaat uit twee aspecten:

1.De huidige regelgeving verplicht bruikleners om op het moment dat ze een bruikleencontract afsluiten, ook een grafconcessieovereenkomst af te sluiten. Deze verplichting wordt bepaald in artikel 1 en 2 van het gemeenteraadsbesluit van 20 oktober 2008 (jaarnummer 1871)  Dit impliceert dat de looptijd van de grafconcessie aanvangt nog voor er een overlijden is. Om het systeem van bruikleen aantrekkelijker te maken, moet het afsluiten van bruikleenovereenkomsten worden losgekoppeld van het afsluiten van grafconcessies. De eerder vernoemde artikels dienen daarom op te worden opgeheven. Het doel is om klanten bij leven zelf een rustplaats te laten kunnen kiezen.

Aan de loskoppeling van het bruikleencontract en de grafconcessieovereenkomst zijn volgende praktische bepalingen gekoppeld zodat de procedure ook juridisch correct blijft:

Het betreft een grafteken waarvan de stad eigenaar is en waarvan zij de bruikleen toestaat. De stad behoudt het eigenaarschap over het grafmonument.

De kostprijs voor de bruikleen wordt bepaald in overeenstemming met de breedte van het in bruikleen gegeven grafmonument en bedraagt 1.000,00 euro (max. 1,5 m), 2.000,00 euro (max. 2,5 m) of 3.000,00 euro (groter dan 2,5 m), zoals bepaald in het retributiereglement (gemeenteraadsbeslissing 19 november 2013, jaarnummer 00666) voor begraafplaatsen van de stad Antwerpen.

De bruikleenovereenkomst zonder concessie wordt aangegaan voor 25 jaar en kan door beide partijen met wederzijdse goedkeuring worden beëindigd na schriftelijke verklaring. Beëindiging van de overeenkomst geeft in geen enkel geval aanleiding tot restitutie van betaalde retributie. De bruikleen wordt conform het gemeenteraadsbesluit van 20 oktober 2008 (jaarnummer 1871) rechtsgeldig op het ogenblik dat het college de aanvraag goedkeurt of bekrachtigt.

In het graf dat in bruikleen werd gegeven kan pas worden begraven nadat er een concessieovereenkomst werd afgesloten. Deze concessieovereenkomst bepaalt onder meer het aantal plaatsen waarvoor het graf in bruikleen genomen mag worden en wie er voor deze plaatsen begunstigd is. Bij het afsluiten van deze concessieovereenkomst wordt de duur van de bruikleen hieraan gekoppeld zodat de einddatum van de bruikleen- en concessieovereenkomst dezelfde zijn. Hetzelfde geldt voor eventuele latere verlengingen en hernieuwingen of beëindiging van de concessie. De gelijkschakeling van de bruikleenovereenkomst gebeurt automatisch, zonder dat de instemming van de betrokken partijen vereist is.

De aanvrager is aansprakelijk voor eventuele schade aan de eigendommen van de stad als gevolg van werken die in zijn/haar opdracht worden uitgevoerd.

De aanvrager verbindt zich ertoe om de nodige instandhoudings- en/of restauratiewerken aan het grafteken uit te voeren. Dit gebeurt rekening houdend met het advies dat hem door de dienst begraafplaatsen werd bezorgd.

Wanneer de aanvrager aan deze verplichting niet voldoet en er nog geen concessie werd afgesloten, kan de dienst stadsbeheer/begraafplaatsen de aanvrager per aangetekend schrijven aanmanen om deze werken zo snel mogelijk aan te vatten. Als de aanvrager binnen een jaar na ontvangst van dit schrijven geen gunstig gevolg hieraan heeft gegeven, kan de bruikleen eenzijdig beëindigd worden door de stad. Het college neemt hierover een beslissing.

Wanneer de aanvrager aan deze verplichting niet voldoet en er is al een concessieovereenkomst afgesloten, dan volgt de bruikleenovereenkomst de concessieregelgeving zoals bedoeld in het Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging van 16 januari 2004 en latere wijzigingen. Dit betekent onder meer dat als de concessieovereenkomst wordt beëindigd na een verwaarlozingsprocedure de bruikleenovereenkomst automatisch op hetzelfde moment wordt beëindigd.

2. Uit praktijkervaring blijkt dat de procedures verzwaard worden door het betrekken van verschillende adviesorganen:  een herbestemmingscommissie, een commissie van experten en een cel funerair erfgoed; zoals bepaald in artikel 3 van het collegebesluit van 29 januari 2010 (jaarnummer 1033) waarin destijds de procedure voor het toekennen van een bruikleen of peterschap werd vastgelegd.

De adviezen van de cel funerair erfgoed blijken te volstaan om een deskundig advies over de bruikleen- of peterschapsaanvraag te geven. De overige adviesorganen zullen in de toekomst enkel nog in uitzonderlijke gevallen wanneer er discussie is over technische of erfgoedgerelateerde kwesties geraadpleegd worden. De doorlooptijd van een aanvraag wordt zo korter.

Juridische grond

Artikel 26 §1 van het decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging stelt dat wanneer aan een grafconcessie een einde wordt gesteld, of geen aanvraag tot overbrenging is ingediend, of wanneer een niet-geconcedeerde begraving wordt beëindigd, de niet weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken eigendom worden van de gemeente.

Conform §2 van ditzelfde artikel regelt het college autonoom de bestemming van de graftekens en de nog bestaande ondergrondse bouwwerken die eigendom zijn van de gemeente. Het college moet daarbij wel rekening houden met de wetgeving omtrent de bescherming van monumenten en kleine onroerende erfgoedelementen.

De politiecodex (gemeenteraadsbesluit van 16 december 2013, jaarnummer 753), hoofdstuk 14, begraafplaatsen, lijkbezorging en concessiebeheer, afdeling 2 - concessies - , artikel 668, paragraaf 2 bepaalt dat het college op de stedelijke begraafplaatsen bevoegd is om tegen betaling concessies voor een termijn van 25 jaar te verlenen, te hernieuwen of te beëindigen.

Artikel 2 van het retributiereglement (gemeenteraadsbeslissing 19 november 2013, jaarnummer 00666) voor begraafplaatsen van de stad Antwerpen bepaalt  de retributies voor het saneren van een graf bij bruikleen en voor het in bruikleen nemen van een bestaand grafteken.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt goed om artikel 1 en 2 van het besluit van 20 oktober 2008 (jaarnummer 1871) over het principe en de voorwaarden voor bruikleen van grafmonumenten op de stedelijke begraafplaatsen, op te heffen.

Artikel 2

De gemeenteraad keurt goed om artikel 3 van het besluit van 29 januari 2010 (jaarnummer 1033) over de procedure van bruikleen en peterschap van grafmonumenten op de stedelijke begraafplaatsen, op te heffen.

Artikel 3

De gemeenteraad keurt de wijzigingen van de bruikleenprocedure en de nieuwe voorwaarden die daaruit voortvloeien goed:

  • De loskoppeling van het contract voor een bruikleen en voor een grafconcessie zodat klanten bij leven zelf een rustplaats kunnen kiezen.

  • Het verminderen van het aantal  adviesorganen bij het afsluiten van een bruikleenovereenkomst zodat de doorlooptijd van een aanvraag voor de klant korter wordt.

Deze wijzigingen en nieuwe voorwaarden treden in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 4

De gemeenteraad keurt de wijziging van de peterschapsprocedure goed:

  • Het verminderen van het aantal adviesorganen bij het afsluiten van een peterschapsovereenkomst zodat de doorlooptijd van een aanvraag voor de klant korter wordt.


Deze wijziging treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.