Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad Antwerpen.
De gemeenteraad keurde het samenwerkingsprotocol tussen de stad Antwerpen en het gemeentelijk havenbedrijf goed op 16 februari 2009 (jaarnummer 197). Hierin wordt in artikel 6 vermeld dat als uitgangspunt voor dokken, bruggen, kaaimuren en oevers binnen het gebied 'Eilandje' geldt dat deze in de totaliteit op termijn aan de stad zullen worden overgedragen. Hiervoor dienen overeenkomsten worden opgemaakt.
Het college keurt op 16 oktober 2009 (jaarnummer 14634) een beleidsnota Woonboten voor het Eilandje goed. In deze nota wordt verduidelijkt welke woonboten gewenst zijn in de dokken van het Eilandje en waar er clusters van woonboten kunnen gerealiseerd worden. Ook wordt een aanzet tot financiëel en contracueel kader voorgesteld.
Het college keurde op 25 maart 2011 (jaarnummer 3191) het Waterplan+ goed. De hoofddoelstelling van dit plan is het maximaal ontwikkelen van het maritieme karakter van het Eilandje. Het Waterplan+ beschrijft de ambitie voor het water van het Eilandje in tien krachtlijnen en houdt een gefaseerde opstart van negen waterprojecten in. Het eerste waterproject dat vermeld wordt is de realisatie van enkele woonbootclusters op het Eilandje. De grote lijnen van de beleidsnota Woonboten van 2009 wordt geïntegreerd in het waterplan+.
Sinds 2010 houdt de stad een wachtlijst bij met geïntereseerden voor een ligplaats voor woonboten. Tijdens het participatietraject in kader van het Waterplan+ waarin het woonbotenbeleid werd opgenomen werd deze wachtlijst aangekondigd. Sindsdien zijn er 105 geïnteresseerden die zich hebben gemeld om op de hoogte te blijven wanneer er ligplaatsen voor woonboten in de dokken van het Eilandje worden gelanceerd op de markt.
De dokken en kades van het Eilandje zullen op korte termijn onder stedelijke bevoegdheid vallen. De basis voor deze bevoegdheidsoverdracht is gelegd in het Protocol, afgesloten tussen de stad en het havenbedrijf in 2009. Met de afbakening van het havengebied in een gewestelijk RUP op 13 april 2013, is er een nieuwe impuls gegeven aan het protocol en zullen de verdere overeenkomsten en overdrachten waarvoor een aanzet werd gegeven in het protocol worden geregeld.
In het kader van de verdere uitwerking van het protocol en de lopende onderhandeling tussen stad en haven wordt het woonbotenbeleid naar voorgeschoven. Een actualisering van het beleidskader voor woonboten moet een kader vormen voor de verdere overeenkomsten.
BAM wil vanaf 2015 van start gaan met de sanering van het Lobroekdok in functie van de Oosterweelverbinding. Naar aanleiding van deze werken werd actie ondernomen om het dok vrij te maken van vaartuigen. BAM stelt de stad de vraag om meer duidelijkheid te geven over het woonbotenbeleid en de uitvoering ervan in functie van enkele woonschepen in het Lobroekdoek die op de wachtlijst staan.
Dit agendapunt werd verdaagd op de collegezitting van 10 oktober 2014 (jaarnummer 10252).
Het woonbotenbeleid zoals opgesteld en goedgekeurd in het Waterplan+ wordt met deze beleidsnota herbevestigd. Het beleid is uitgeschreven in 3 delen. In het algemeen wordt het beleid geïnspireerd op het gehanteerde beleid van W en Z, waterbeheerder in Vlaanderen die ook concessies voor woonboten uitschrijft.
In eerste instantie wordt de beleidscontext toegelicht. De relatie tussen land en waterontwikkeling is van groot belang. Het water, als dé sfeerdrager bij uitstek voor de herontwikkeling van de oude haven van Antwerpen, is hierbij primair. Dit heeft dan ook rechtstreekse gevolgen voor wat in het gewenste beleid wordt omschreven.
In deel twee bepaalt het woonbotenbeleid de definitie van welke woonschepen gewenst zijn in de dokken van het Eilandje en de technische en esthetische randvoorwaarden waaraan deze schepen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een ligplaats. In essentie worden woonschepen waarvan de originele bootlijn behouden is aangetrokken op het Eilandje. Alle woonschepen moeten vaarwaardige schepen zijn die voldoende onderhouden worden. In een woonboot kan een beperkte ruimte voor nevenactiviteiten zoals onder meer kantoor, B&B,... worden voorzien.
In een derde deel worden de woonbootclusters besproken. Een schematisch ligplan voor de twee specifieke clusters (Houtdok en Kempisch Dok) worden voorgesteld. De noodzakelijke infrastructurele ingrepen worden toegelicht. Voor beide clusters dienen de nutsinfrastructuren en rioleringsaansluitingen nog worden aangelegd. Naast deze twee clusters worden er ook specifieke woonboten of vormen van bewoning toegelaten in het Bonapartedok en het Asiadok. In het Bonapartedok worden historische schepen aangetrokken die ook bewoond worden. Het Asiadok blijft het dok waar commerciële vaart een plek heeft en waar ook binnenschippers op rust kunnen verblijven.
De specifieke concessievoorwaarden zullen verder uitgewerkt worden, rekening houdend met het kader dat in het woonbotenbeleid wordt vastgelegd. Overgangsmaatregelen in functie van lopende contracten en of overeenkomsten die met het Havenbedrijf werden afgesloten zullen ook specifiek in de concessievoorwaarden worden uitgewerkt.
In navolging van de goedkeuring van dit woonbotenbeleid op het Eilandje zal een tariferingsplan worden opgemaakt voor woonboten. Hiervoor wordt een raming opgemaakt van de noodzakelijke infrastructurele werken en het onderhoud. Deze kostprijs wordt vervolgens geplaatst tegenover de mogelijke inkomsten die deze woonbootclusters kunnen genereren. Een benchmarking in Vlaanderen en Nederland moet duidelijkheid geven over de prijszetting die in centrum Antwerpen gehanteerd kan worden. Het uitgangspunt voor dit onderzoek is dat het geheel kostendekkend moet zijn, de opbrengst van de concessies moet minimaal de noodzakelijke infrastructuur kunnen terugverdienen.
Het college keurt het Woonbotenbeleid voor het Eilandje goed.
het college geeft opdracht aan:
| Dienst: | taak: |
| AG VESPA i.s.m. GHA | een financieel overzicht maken van de noodzakelijk infrastructurele ingrepen en deze plaatsen tegenover een mogelijk tariferingsmodel gesteund door een benchmarking. Het tariferingsmodel speelt in op de specifieke cluster en de specifieke doelgroep. |
| AG VESPA | een voorstel uitwerken voor de specifieke concessievoorwaarden per woonbotencluster. |