Op de raadscommissie van 15 september kregen we een toelichting door Tom Meeuws, Antwerps directeur van De Lijn, over de plannen van De Lijn met de premetrokoker onder de Turnhoutsebaan en de gevolgen daarvan voor het openbaar vervoer in Borgerhout.
De lijn ontvouwde mooie plannen voor het snel vervoeren van reizigers van buiten Antwerpen naar het stadscentrum.
Bezoekers van buiten de stad zullen in de toekomst minimaal moeten overstappen en via een sneltram van Wommelgem naar Antwerpen centrum kunnen sporen. Snelheid is essentieel. Overstappen is volgens De Lijn inboeten aan comfort.
In een latere fase gaf De Lijn aan te willen overgaan tot het ondergronds leggen van tram 10.
Dit zou kansen bieden voor een grondige heraanleg van de Turnhoutsebaan, omdat er in deze fase geen tramsporen meer bovengronds moeten voorzien worden. Kansen dus voor de creatie van een groene, verleidelijke winkel-, wandel-, woon-en leefboulevard. Een droom voor ons district, voor onze handelaars, voor onze bewoners.
In het voorgestelde plan werden echter enkel het premetrostation Zegel en Astrid zeker in gebruik genomen. De Borgerhoutse stations Carnot en Drink hielden een onzekere status.
En juist daarom zagen we in deze op het eerste zicht goed ogende plannen een valkuil voor de stadsbewoners, meer bepaald voor onze borgerhoutse reizigers.
Door het in gebruik nemen van slechts 2 premetro stations, nl Zegel in Borgerhout en Astrid aan het centraal station, zouden Borgerhoutenaars er niet op vooruitgaan. Integendeel. Wie op die manier bv van halte Stenenbrug naar Astrid wil sporen, zou in dat geval geen rechtstreekse verbinding meer hebben, maar gedwongen worden tot een overstap. Wie vanuit halte Drink de stad in wil, zou allicht met bus en overstap naar tram op Astrid het centrum moeten bereiken.
Overstappen is, zoals ik daarnet al zei, inboeten aan comfort. Zeker voor onze bewoners, vaak ouderen, jonge mensen met kinderwagens, gezinnen met meerdere kinderen, ... is elke extra overstap een ontradende factor.
In de krant van woensdag 10 december lazen we dat Tom Meeuws er voorstander van is om alle trams op de Turnhoutsebaan ondergronds te laten gaan omdat ondergronds gaan meer snelheid verzekert. Tegelijkertijd pleit hij ervoor om alle premetrostations op de Turnhoutsebaan in gebruik te nemen. De premetrostations Astrid en Zegel liggen te ver voor mensen die op de Turnhoutsebaan moeten zijn. Of voor mensen die vanuit de Turnhoutsebaan de stad in willen.
Alle stations openen, met liften om ook minder mobiele mensen de kans te geven om probleemloos de tram te nemen, geeft de stadsmensen hetzelfde comfort als de bezoekers uit de groene rand. Hiermee komt Tom Meeuws tegemoet aan de bekommernis van ons districtsbestuur en zijn onze borgerhoutse reizigers niet de dupe van een ambitieus plan dat net niet kan gerealiseerd worden.
De Lijn hoopt voor de realisatie van dit ambitieuze plan op de steun van de stad Antwerpen en van Vlaanderen.
Onze Borgerhoutse steun heeft hij alvast. Het geeft ons een unieke kans om de heraanleg van de Turnhoutsebaan eindelijk ten gronde aan te pakken en tegelijkertijd het openbaar vervoer in Borgerhout vlot en comfortabel te organiseren. Maar om dit plan te realiseren moet er meer zijn dan Borgerhoutse steun.
Kan het districtsbestuur daarom uitdrukkelijk haar steun uitspreken voor de in gebruik name van de stations Carnot en Drink en het stadsbestuur vragen om dit standpunt ook vanuit de stad Antwerpen in te nemen en uitdrukkelijk het voorstel van De Lijn te steunen.
Raadslid Aotman El Gazuani licht zijn mondelinge vraag toe.
De voorzitter van het districtscollege Marij Preneel antwoordt.
Raadslid Aotman El Gazuani antwoordt.