Artikel 43 van het Gemeentedecreet stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissingen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.
In zitting van 25 februari 2013 (jaarnummer 43) keurde de gemeenteraad de samenstelling goed van de raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Vastgoed en Stadsprojecten Antwerpen (AG VESPA). Hierin werden Johan Van Brusselen afgevaardigd als bestuurder van AG VESPA.
Op vrijdag 11 juli 2014 gaf Johan Van Brusselen, per e-mail gericht aan AG VESPA, zijn ontslag als lid van de raad van bestuur van AG VESPA.
Er wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om de heer Eric Deleu af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de raad van bestuur van AG VESPA, ter vervanging van Johan Van Brusselen.
Artikel 70 §3 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de burgemeester en schepenen geen enkele aanvullende vergoeding, wedde of presentiegeld mogen ontvangen ten laste van de gemeente, de extern verzelfstandigde agentschappen en hun filialen.
Artikel 110 §2 van het Gemeentedecreet bepaalt dat personeelsleden geen vergoedingen, wedden, toelagen, presentiegelden of andere tegenprestaties mogen ontvangen van de rechtspersonen waarin zij de gemeente vertegenwoordigen. Dit geldt dus voor personeelsleden van de stad, kabinetsmedewerkers en fractiemedewerkers.
Artikel 68 §3 van het OCMW-decreet bepaalt dat de voorzitter en de ondervoorzitter van het OCMW geen enkele aanvullende vergoeding, wedde of presentiegeld mogen ontvangen ten laste van het OCMW, de OCMW-verenigingen of de stad.
De gemeenteraad keurt eenparig artikel 2 goed.
De gemeenteraad neemt kennis van artikel 3.
Bij artikel 1 wordt er geheim gestemd.
De gemeenteraad keurt goed, met 32 stemmen tegen 10, er zijn 5 onthoudingen, om Eric Deleu af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Vastgoed en Stadsprojecten Antwerpen, ter vervanging van Johan Van Brusselen, en dit tot het einde van deze legislatuur.
De gemeenteraad keurt goed dat de stadsafgevaardigde, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college.