Artikel 282 van het Gemeentedecreet over de mogelijkheid van de gemeenteraad, het college en de burgemeester om bevoegdheden over te dragen aan de districtsraden, districtscolleges en districtsvoorzitters.
Artikel 285 van het Gemeentedecreet over de adviesbevoegdheid van de districtsbesturen.
Binnengemeentelijke decentralisatie
De eerste stap in de oefening is het scherpstellen van de overgedragen bevoegdheden zoals ze nu zijn. Daarom worden 13 besluiten van verschillende stedelijke bestuursorganen over de periode 2000-2014 opgeheven en vervangen door 2 coördinatiebesluiten bevoegdheden districten (van gemeenteraad naar districtsraden en van college van burgemeester en schepenen naar districtscolleges).
In de periode 2000 - 2014 zijn het wettelijk kader en de stedelijke organisatie behoorlijk veranderd. Daarom werd van deze oefening gebruik gemaakt om de coördinatiebesluiten bevoegdheden districten te toetsen aan volgende principes:
Zodoende moet alles wat vandaag mogelijk is in het kader van de binnengemeentelijke decentralisatie ook na de goedkeuring van de coördinatiebesluiten nog mogelijk blijven. Er worden in essentie geen bevoegdheden gewijzigd, geschrapt of toegevoegd. Bijgevolg is een herziening van de financiering voor de uitvoering van de bevoegdheden omwille van de gecoördineerde decentralisatiebesluiten ook niet aan de orde.
De tweede stap in de oefening is het onderzoek naar de mogelijkheden en opportuniteiten tot bijsturing van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel. De coördinatiebesluiten bevoegdheden districten kunnen hiervoor de basis vormen.
Antwoorden op adviezen districtsraden
Vragen om aanpassingen, uitbreidingen en (her)financiering kaderen niet in dit besluit waarbij de huidige bevoegdheden enkel vereenvoudigd en verduidelijkt worden en er dus geen bevoegdheidswijzigingen gebeuren. Deze suggesties worden meegenomen in de volgende fase, bij de wetenschappelijke studie naar de binnengemeentelijke decentralisatie.
Overeenkomstig artikel 282 van het Gemeentedecreet kunnen districtsbesturen enkel bevoegdheden uitoefenen, die het heeft toegewezen gekregen van het stadsbestuur (respectievelijk gemeenteraad/college van burgemeester en schepenen). Indien een districtsbestuur wenst budget te besteden voor iets buiten zijn bevoegdheid, dan dient het district toelating van het college te hebben.
De wijze van financiering staat los van de bevoegdheidsoverdracht.
Werken die in eigen beheer gebeuren (bijvoorbeeld onderhoud begraafplaatsen) wijzigen de bevoegdheidsoverdracht niet.
Adviesbevoegdheid en initiatiefrecht worden geregeld door het Gemeentedecreet. De districtsraad heeft een algemene adviesbevoegdheid inzake alle aangelegenheden die betrekking hebben op het district. De districtsraad kan deze bevoegdheid geheel of gedeeltelijk delegeren naar het districtscollege. Het bevoegde districtsbestuur kan hierbij gebruik maken van zijn initiatiefrecht om voorstellen van advies te formuleren ten aanzien van het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad.
Op 20 december 1999 (jaarnummer 3126) legde de gemeenteraad de randvoorwaarden vast voor de invoering van de binnengemeentelijke decentralisatie.
Op 20 december 1999 (jaarnummer 3128) besliste de gemeenteraad de binnengemeentelijke decentralisatie naar wettelijk model in te voeren.
Overeenkomstig artikel 340 van de Nieuwe Gemeentewet, op 15 juli 2005 vervangen door artikel 282 van het Gemeentedecreet, besliste het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad bevoegdheden van gemeentelijk belang waarover zij beschikken over te dragen naar de voorzitters van de districtsraden, het districtscollege en de districtsraad. Concreet gaat het om volgende beslissingen:
Op 29 januari 2013 keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord stad Antwerpen 2013-2018 goed (jaarnummer 2013_GR_00035). Resolutie 411 van dit bestuursakkoord bepaalt:"Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd-en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een districtprincipieel in aanmerking kan komen."
Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed. Eén van de doelstellingen die in dit decentralisatieprogramma werden opgenomen, stelt dat de bevoegdheden en taken van de districten dienen verfijnd te worden (doelstelling 3, realisatie 2014-2017). Om deze verfijning te realiseren diende er eerst een gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie opgemaakt te worden.
De voorliggende ontwerpen van voorstellen van gecoördineerde decentralisatiebesluiten werden opgemaakt in samenwerking met de betrokken bedrijfseenheden en voor terugkoppeling voorgelegd aan:
De goedgekeurde coördinatiebesluiten worden aan de districtscolleges en districtsraden voorgelegd ter kennisneming.
Op de conferentie van voorzitters van 26/2/2015 werden de adviezen van de districtsraden besproken en feedback gegeven. De huidige ontwerpbesluiten werden voorgelegd en er werden geen opmerkingen geformuleerd. Na de conferentie gaven volgende districten per mail een positief advies op de aangepaste gecoördineerde decentralisatiebesluiten: Hoboken, Antwerpen, Berchem, Berendrecht-Zandvliet-Lillo, Deurne, Merksem, Ekeren, Wilrijk.
De districtsraad Wilrijk bracht geen advies uit. Het nam enkel kennis van de ontwerpbesluiten en formuleerde volgende opmerkingen:
1. de districtsraad is groot voorstander van het subsidiariteitsbeginsel en wenst dienvolgens de verantwoordelijkheden die ze vandaag opneemt te kunnen blijven opnemen. Ze wil een ruime(re) toepassing van de gegeven bevoegdheden, en wil graag bevestigd zien dat dit geen restrictie voor de districten inhoudt.
2. de districtsraad gaat ervan uit dat alles wat vandaag mogelijk is in het kader van de binnengemeentelijke decentralisatie ook na de goedkeuring van de coördinatiebesluiten nog mogelijk is. Bv. het toekennen van specifieke premies van districten moet mogelijk blijven.
3. de districtsraad is bezorgd over het statuut van de lokale begraafplaatsen: doorrekening van kosten aan districten in eender welke materie kan enkel na het aan het district ter beschikking stellen van budgetten die de stad voor dienstverlening nu zelf voorziet.
4. de districtsraad vraagt bij overdragen van grond van huisvestingsmaatschappijen of nieuwe verkavelingen aan het district, dat er in bijkomende financiële middelen voorzien wordt om deze te onderhouden. Bv. bovenlokale parken kunnen niet zonder meer overgedragen worden aan de districten, zonder de daarmee gepaard gaande werkingsmiddelen (structureel).
5. Het district staat op het behoud van de adviesbevoegdheid over alle materies die op haar grondgebied plaats hebben of er een impact/effect op hebben. Adviezen kunnen cfr de beginselen van behoorlijk bestuur enkel op omstandig gemotiveerde wijze niet gevolgd worden. Het district houdt ook vast aan haar recht op overleg met alle haar aangewezen lijkende partners en een initiatiefrecht om bv. verbeteringen op haar grondgebied alle kansen te kunnen geven of om andere overheden te kunnen aanschrijven.
6. Het district stelt vast dat de adviesplicht van de stad aangaande wegen in het district wordt opgenomen in het werkkader. Hier is men niet echt voorstander van. Aangewezen is dan ook om inzake andere bevoegdheden een wederkerig adviesplicht te voorzien. Het district vraagt dan ook alle lopende verworven bijkomende bevoegdheden te laten toevoegen aan dit werkkader, om hierrond problemen te vermijden.
7. Naast de nieuwe procedure 'toestemming stadscollege' waarbij een district de toelating vraagt voor besluiten die vallen buiten haar ruime bevoegdheden (zie hoger), acht het district het raadzaam ook in een omgekeerde procedure te voorzien, waarbij het stadscollege toelating vraagt aan het districtscollege indien de stad initiatieven wil nemen die tot de districtsbevoegdheden horen (bv. extra middelen).
De districtsraad adviseert gunstig mits er integraal rekening gehouden wordt met volgende opmerkingen:
1. de districtsraad is zeer bezorgd over zijn subsidiaire bevoegdheid en wenst de verantwoordelijkheden die de raad vandaag opneemt te kunnen blijven opnemen. De raad wil een ruime toepassing van de gegeven bevoegdheden, en wijst af dat de stad dit besluit als een restrictie voor de districten zal toepassen. Het district is bezorgd over de rol van de voorafgaande juridische advisering, die strikt op basis van het nieuwe gecoördineerde besluit negatief zou kunnen adviseren als een districtscollegebesluit stricto sensu buiten de letter van het nieuwe gecoördineerde besluit zou vallen.
2. de districtsraad vraagt - gelet op punt 1- schriftelijke garanties dat 'alles wat vandaag mogelijk is in het kader van de binnengemeentelijke decentralisatie - met inbegrip van bestaande reglementen of bestaande praktijken - ook na de goedkeuring van de coördinatiebesluiten nog mogelijk blijft'. De districtsraad vraagt dat deze formulering expliciet wordt opgenomen in het beschikkende gedeelte van het gemeenteraadsbesluit. Concreet mag het gemeenteraadsbesluit geen problemen opleveren voor het reeds jarenlang in voege zijnde reglement van de premie voor mantelzorgers of andere
bestaande reglementen, of nieuwe reglementen die het district wil stemmen en waarvan zij kan aantonen dat dit in het verleden ook kon. Algemeen worden vaak taken naar verenigingen toe opgenomen. Het toekennen van specifieke premies, ook aan individuen, van districten moet mogelijk blijven.
3. de districtsraad is bezorgd over het statuut van de lokale begraafplaatsen. Tot hiertoe werden de kosten voor onderhoud gedragen door de stad, eventuele doorrekening van kosten moeten steeds starten van de huidige situatie: doorrekening van kosten aan districten in eender welke materie kan enkel na het aan het district ter beschikking stellen van budgetten die de stad voor dienstverlening nu zelf voorziet.
4. de districtsraad vraagt bij overdragen van grond van huisvestingsmaatschappijen of nieuwe verkavelingen aan het district, bijkomende financiële middelen om deze te onderhouden.
5. de districtsraad vreest met dit besluit dat jarenlange gebruiken niet meer worden toegestaan of in onbruik geraken en daardoor verdoken kosten met zich zullen meebrengen. De districtsraad wenst daarom een schriftelijk engagement van de stad om de huidige gebruiken te respecteren.
6. de districtsraad staat op het behoud van de adviesbevoegdheid over alle materie die op haar grondgebied plaats heeft of er een impact/effect op heeft. Het district houdt ook vast aan een overlegrecht met alle haar aangewezen lijkende partners en een initiatiefrecht om verbeteringen op haar grondgebied alle kansen te kunnen geven.
7. Het district vraagt ook nieuwe jumelages te kunnen afsluiten, mochten er zich opportuniteiten voordoen.
8. Het district stelt vast dat de adviesplicht van de stad aangaande wegen in het district wordt opgenomen in het werkkader. Het district vraagt dan ook alle lopende verworven bijkomende bevoegdheden te laten toevoegen aan dit werkkader, om hierrond problemen te vermijden.
9. Naast de nieuwe procedure 'toestemming stadscollege' waarbij een district de toelating vraagt voor besluiten die vallen buiten haar ruime bevoegdheden (zie hoger), acht het district het raadzaam ook een omgekeerde procedure te voorzien, waarbij het stadscollege verplicht advies vraagt aan het districtscollege indien de stad initiatieven wil nemen die tot de districtsbevoegdheden horen.
10. de districtsraad stelt voor om een overzicht te maken van de nu reeds doorgeschoven kosten, buiten de formele bevoegdheden. Zowel de vorige als deze legislatuur werden kosten doorgeschoven naar de districten die op basis van het voorliggende gemeenteraadsbesluit geen rechtsgrond hebben. Deze kosten dienen dan ook opnieuw gedragen te worden door de stad, minstens moet de dotatie van de districten op deze basis worden herbekeken.
Wij denken daarbij niet limitatief aan:
- De kosten voor extern drukwerk (ontstaan omwille van de sluiting van de stadsdrukkerij)
- De kosten voor meer uitgebreidere huis aan huis communicatie (door het wegvallen van de Nieuwe Antwerpenaar)
- De heroprichting van een districtsontwikkelingsfonds voor grotere investeringen in de districten (o.a. afdwingbaar maken van de door de stad gevraagde zone’s 30)
Het districtsbestuur staat positief ten opzichte van het gecoördineerd decentralisatiebesluit. Toch heeft het districtscollege van Borgerhout beslist om negatief op de gecoördineerde decentralisatiebesluiten te adviseren omdat:
1. Het ambitieniveau van het stadsbestuur inzake decentralisatie voor deze legislatuur te laag ligt. De beloofde uitbreiding van de bevoegdheden met uitbreiding van de middelen wordt volledig doorgeschoven naar de volgende legislatuur.
2. Het principe van het decentralisatiebesluit, dat er geen extra bevoegdheden worden doorgeschoven zonder bijbehorende middelen wordt onvoldoende gerespecteerd.
3. De afgelopen twee jaar is er al een sluipende besluitvorming geweest: een aantal kosten werden doorgeschoven naar de districten zonder dat daar bijkomende middelen tegenover staan:
- ‘De Nieuwe Antwerpenaar’ werd vervangen door ‘A-blad’ en het digitale ‘A-stad’ waardoor districten hun maandelijkse 16 pagina’s huis-aan-huiscommunicatie zijn kwijtgespeeld zonder volwaardig alternatief. De kanalen die een breed publiek bereiken (advertenties op bushokjes, magazine op ATV, canvassen op invalswegen…) blijven uitsluitend voorbehouden voor stedelijke communicatie;
- De stadsdrukkerij wordt gesloten en de kosten voor extern drukwerk worden doorgeschoven naar de districten;
- De kosten voor de herstelling van winterschade aan het wegdek werden doorgeschoven naar de districten;
- Het Districts Ontwikkelingsfonds (DOF) werd afgeschaft. De resterende middelen in het fonds werden verdeeld over de districten en eenmalig toegevoegd aan het budget 2013. De impact van deze extra kosten op het budget van de districten is ondanks herhaalde vraag vanuit Borgerhout nog niet in kaart gebracht.
4. In het kader van de algemene besparingsmaatregelen werd beslist om:
- het exploitatiebudget van de districten te bevriezen, en het investeringsbudget jaarlijks slechts te laten stijgen met 1%. Dat is de facto een inkrimping van de districtsbudgetten;
- er wordt bespaard op personeel en zonder overleg met de districten worden vervangingen uitgesteld of geschrapt. Zo telt de dienst wijkoverleg in Borgerhout nu 1,5 in plaats van 2,5 VTE.
5. Het districtscollege geen concrete aanzet ziet om nog deze legislatuur de verdeelsleutel van de middelen tussen de districten onderling grondig te evalueren en te herbekijken.
6. Het districtscollege van Borgerhout stelt voor om de bevoegdheid inzake mobiliteit uit te breiden en het decentralisatiebesluit in artikel 9 als volgt te wijzigen: “ aanleg, heraanleg en onderhoud van lokale verkeersbegeleidende maatregelen in zoverre dit geen impact op aangrenzende districten heeft.”
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende besluiten op te heffen:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over senioren (voorheen lokaal seniorenbeleid) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over jeugd (voorheen lokaal jeugdbeleid) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over sport (voorheen lokaal sportbeleid en amateursportbeoefening) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over cultuur (voorheen feestelijkheden, lokaal cultuurbeleid en culturele manifestaties) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over feestelijkheden (voorheen feestelijkheden, lokaal cultuurbeleid en culturele manifestaties) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over communicatie en promotie (voorheen interne en externe communicatie en promotieactiviteiten) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over inspraak en participatie (voorheen interne en externe communicatie en promotieactiviteiten) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over markten en foren (voorheen lokale markten en foren) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over straten en pleinen (voorheen lokaal publiek domein, groenvoorziening en openbare werken) over te dragen aan de districtscolleges:
De uitvoering van het budget voor:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over parken en groenaanplantingen (voorheen lokaal publiek domein, groenvoorziening, openbare werken en funerair patrimonium) over te dragen aan de districtscolleges:
goedkeuring van het vellen van bomen op lokaal publiek domein;
de uitvoering van de plannen en het budget voor parken, groenaanplantingen en begraafplaatsen:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de volgende bevoegdheden over socio-culturele verenigingen (voorheen socio-culturele verenigingen) over te dragen aan de districtscolleges:
Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat indien een districtsbestuur budget wenst te voorzien buiten zijn bevoegdheden, dit kan mits toelating van het college van burgemeester en schepenen.
Het college van burgemeester en schepenen geeft opdracht aan:
| Wie | Opdracht |
| DL/SD/DW | Dit coördinatiebesluit van overgedragen bevoegdheden ter kennisneming voorleggen aan de districtscolleges en de districtsraden. |