Terug

2015_CBS_01744 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - BASF Antwerpen nv, Scheldelaan 600, 2040 Antwerpen, Dossiernummer BSP2015/3/IB. Gunstig advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/03/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_01744 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - BASF Antwerpen nv, Scheldelaan 600, 2040 Antwerpen, Dossiernummer BSP2015/3/IB. Gunstig advies - Goedkeuring 2015_CBS_01744 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - BASF Antwerpen nv, Scheldelaan 600, 2040 Antwerpen, Dossiernummer BSP2015/3/IB. Gunstig advies - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

OVAM vraagt advies aan het college over een bodemsaneringsproject met als opdrachtgever(s) BASF Antwerpen nv - Scheldelaan 600, 2040 Antwerpen.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd. Zij sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; het besluit van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en bodembescherming.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder volgende voorwaarden:

Algemene en sectorale voorwaarden

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6.

 

winning van grondwater

hoofdstuk 5.53 en bijlage 5.53.1;

kunstmatig aanvullen van grondwater

hoofdstuk 5.54.

  

Bijzondere voorwaarden 

 

1

het debiet van het opgepompte grondwater moet worden geregistreerd;

2

het debiet van het geïnfiltreerde water moet worden geregistreerd;

3

indien er afvalgassen vrijkomen, moeten deze worden geleid over een adequate luchtbehandelingsinstallatie die uitmondt in open lucht en die voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 4.4. van Vlarem II;

4

de zuiveringsinstallaties dienen op de bronpercelen geplaatst te worden;

5

indien buiten de bodemsaneringszone abnormale hinderlijke geuren worden waargenomen, worden onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen om de emissies te beperken;

6

indien tijdens de werken de stofconcentraties in de lucht hinderlijk zijn voor de omgeving, zullen onmiddellijk corrigerende maatregelen getroffen worden om de stofontwikkeling te verminderen;

7

de aanvangsdatum en einddatum van de saneringswerken moeten worden meegedeeld aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be) met vermelding van de naam en telefoonnummer van de saneringsverantwoordelijke;

8

na afloop van de saneringswerken dient een exemplaar van het evaluatierapport te worden overgemaakt aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);

9

gezien de risico’s die uitgaan van de verontreiniging, dient de sanering opgestart te worden binnen de maximale termijn van 3 jaar naar analogie met de Vlarem-wetgeving waarin gesteld wordt dat een vergunde inrichting in gebruik moet worden genomen binnen deze maximale termijn, op straffe van verval van de vergunning. Bovendien zorgt deze voorwaarde voor een aanvaardbare periode tussen de bekendmaking van de noodzaak tot bodemsanering en de werkelijke uitvoering hiervan.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst

Taak

Stadsontwikkeling/vergunningen/milieuvergunning

het advies over te maken aan OVAM.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.