De vzw Antwerpen Kunstenstad sluit de huurovereenkomsten af en regelt de financiële gevolgen. Er worden geen minderinkomsten verwacht door de tariefaanpassingen.
De musea en erfgoedinstellingen van de stad stellen sinds geruime tijd zalen en ruimtes ter beschikking van zowel interne als externe gebruikers voor de organisatie van lezingen, presentaties, nocturnes en dergelijke meer.
Voor deze terbeschikkingstelling en de door de gebruiker eventueel verschuldigde vergoeding bestaat een eenvormig kader onder de vorm van een retributiereglement, goedgekeurd door de gemeenteraad van 19 november 2013, jaarnummer 688.
Volgens artikel 12 van het reglement heeft het college de bevoegdheid om gemotiveerd uitzonderingen toe te staan. Het college gaf naar aanleiding van een uitzonderingsbesluit voor Red Star Line Museum (28 november 2014, jaarnummer 12076) opdracht aan Musea en Erfgoed om het retributiereglement te evalueren om het aantal geagendeerde uitzonderingen te beperken.
De terbeschikkingstelling van ruimtes in de stedelijke musea en erfgoedinstellingen aan interne en externe gebruikers biedt mogelijkheden voor alternatieve erfgoedontsluiting (bijvoorbeeld zaalgebruik door een bedrijf gekoppeld aan vooraf een gegidste rondleiding in het museum), voor het creëren en consolideren van netwerken ten bate van de museale werking en voor de werving van extra inkomsten door middel van sponsoring. In elk van de gevallen betekent de terbeschikkingstelling van de infrastructuur een uitbreiding of verdieping van het publieksbereik, een aanzienlijke promotie voor het erfgoed en een extra financiële opbrengst.
Het is in het belang van de musea en erfgoedinstellingen – én van de stad als toeristische aantrekkingspool – dat de mogelijkheden qua terbeschikkingstelling van museale infrastructuur maximaal worden benut. Via deze weg nemen de werkingsmiddelen van de musea en erfgoedinstellingen direct (uit de door de gebruikers verschuldigde retributie) en mogelijk ook indirect (door sponsoring) toe, wat de zorg voor de collectie, de publiekswerking en dus de uitstraling van de musea – bijgevolg de hele stad Antwerpen – ten goede komt.
Van retributie zijn vrijgesteld:
Het college kan afwijkingen op de prijs toestaan op basis van een gemotiveerde beslissing.
Musea en Erfgoed stelt een aantal aanpassingen aan de formules van het huidige retributiereglement zaalverhuur voor. Deze betekenen een vermindering van het indienen van uitzonderingsbesluiten en beantwoorden aan een marktconforme situatie.
In het huidige reglement is een formule kleine nocturne enkel voorzien voor het Museum aan de Stroom (MAS). In 2014 ontvingen met name Rubenshuis en Red Star Line Museum verschillende vragen voor een formule kleine nocturne. Dit is een terbeschikkingstelling na sluitingstijd van de erfgoedinstelling met een beperkt aantal personen, voor een korte tijdsduur en zonder terbeschikkingstelling van een ruimte voor catering. Dit werd telkens met een verlaagde prijs ten opzichte van een gewone nocturne aan het college ter goedkeuring voorgelegd. De erfgoedinstellingen zijn eveneens vragende partij voor een dergelijke bijkomende formule, die logistiek eenvoudiger is en minder personeelsinzet vergt. De formule wordt nu met een aparte prijs gebaseerd op aantal uren en benodigd personeel, ook voorzien voor Red Star Line Museum, Rubenshuis, Museum Mayer van den Bergh en Museum Plantin-Moretus.
Op basis van externe aanvragen stelt Musea en Erfgoed ook een nieuwe formule voor waarbij de terbeschikkingstelling van Rubenshuis en Kolveniershof gecombineerd wordt met de zaal Ludwig Burchard, die zich in hetzelfde gebouwcomplex bevindt.
Op basis van verschillende reacties van aanvragers stelt Musea en Erfgoed een verlaging van de tarieven voor het Letterenhuis voor. De infrastructuur van het Letterenhuis vertoont beperkingen. Dit wordt nu beter weerspiegeld in de prijs. Daartegenover staat het voorstel om het tarief van de Nottebohmzaal in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience te verhogen. De Erfgoedbibliotheek wil de Nottebohmzaal meer ontsluiten en het unieke karakter van deze locatie in de verf zetten. Dit vertaalt zich in een hoger tarief.
Daarnaast is ook een aanpassing met betrekking tot de financiële afhandeling nodig. In het retributiereglement is bepaald dat de vzw Musea en Erfgoed Antwerpen de huurovereenkomsten afsluit en de financiële gevolgen regelt. Op 12 september 2014, jaarnummer 9319, keurde het college principieel goed dat de vzw Musea en Erfgoed Antwerpen als basis zal dienen voor een eva-vzw die de activiteiten van Musea en Erfgoed Antwerpen en de vzw Antwerpen Open bundelt. Op 20 oktober 2014, jaarnummer 823, keurde de gemeenteraad de statuten van deze eva-vzw onder de naam Antwerpen Kunstenstad goed. Deze naamswijziging wordt in het retributiereglement doorgevoerd.
De gecoördineerde grondwet verleent bij artikels 41, 162/2°, 170/paragraaf 4 en 173 aan de gemeenten fiscale autonomie.
Artikel 42 par.3 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke belastingen en retributies.
Artikel 43 par.2, 15° van het Gemeentedecreet bepaalt dat deze bevoegdheid niet aan het college van burgemeester en schepenen kan worden toevertrouwd.
Artikel 186 van het Gemeentedecreet bepaalt de wijze van bekendmaking van de reglementen.
Het college legt het aangepaste retributiereglement op het gebruik van de zalen van de musea en erfgoedinstellingen beheerd door vzw Antwerpen Kunstenstad ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor, met de uitbreiding van de formule kleine nocturne, de toevoeging van de formule Rubenshuis - Kolveniershof - zaal Ludwig Burchard en tariefaanpassingen voor het Letterenhuis en de Nottebohmzaal.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| CS/MNE en CS/LCB |
Het opstellen van een overkoepelend retributiereglement voor cultuur. |