Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college van burgemeester en schepenen het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed waarin volgende doelstellingen voorop werden gesteld:
De gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie heeft als doel de huidige principes van de binnengemeentelijke decentralisatie overzichtelijk bij elkaar te brengen, te consolideren en te verduidelijken, zonder te raken aan de bevoegdheden zelf.
De gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie start daarom vanuit een aantal algemene principes waarbinnen de districtsbevoegdheden gelden:
Het Gemeentedecreet (artikel 281) bepaalt dat de districtenraden, districtscolleges en districtsvoorzitter niet mogen handelen in strijd met de besluiten van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen. Het district realiseert zijn bevoegdheden binnen het werkkader dat door het college wordt goedgekeurd en rekening houdend met bestaande en toekomstige afspraken binnen de stedelijke administratie, die werden goedgekeurd in het administratief werkkader door het managementteam.
De gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie bestaat uit vijf documenten:
Werkkader
Het college herbevestigt een aantal principes en kaders die eveneens van toepassing zijn voor de districtsraden en districtscolleges voor de uitvoering van hun toegewezen bevoegdheden.
Het college keurt goed dat, voorafgaandelijk aan de goedkeuring van een aanvullend verkeersreglement, het advies van het betrokken district wordt gevraagd. Dit advies valt binnen de algemene adviesbevoegdheid van de districtraad volgens artikel 285 van het gemeentedecreet. De districtsraad kan deze algemene adviesbevoegedheid geheel of deels delegeren aan het districtscollege. Zo is het mogelijk voor de districtsraad om in het kader van de adviezen over aanvullende verkeersreglementen die gaan over gehandicapten parkeerplaatsen te delegeren aan het districtscollege en de anderen te behouden onder advies van de districtsraad.
Het college bevestigt dat de bijgevoegde principes en werkkaders van toepassing zijn op de districtscolleges en districtsraden voor de uitvoering van hun bevoegdheden.
Het college beslist om bij de goedkeuring van een aanvullend verkeersreglement, voorafgaandelijk aan de beslissing, telkens advies te vragen aan het betrokken district.
Het college beslist dat convenanten, die de rechtspersoon 'Stad Antwerpen' afsluit met andere overheden, nutsmaatschappijen, telematicabedrijven en intercommunales vallen onder de bevoegdheid van de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen. De districtsraden en de districtscolleges zijn gebonden door deze convenanten.
Wanneer er financiële inbreng van de districten verwacht wordt, worden zij mee betrokken bij de opmaak en uitvoering van deze convenanten.
Het college kan buiten de in dit besluit vernoemde principes en werkkaders nieuwe principes en werkkaders goedkeuren die eveneens van toepassing zijn op de districtsbesturen.
Het college geeft opdracht aan:
| Wie | Opdracht |
| DL/SD/DW | Het goedgekeurde werkkader ter kennisgeving voorleggen aan de gemeenteraad, de districtsraden en de districtscolleges. |