Terug

2015_CBS_01794 - Binnengemeentelijke decentralisatie. Coördinatie bevoegdheden districten - Werkkader - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/03/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_01794 - Binnengemeentelijke decentralisatie. Coördinatie bevoegdheden districten - Werkkader - Goedkeuring 2015_CBS_01794 - Binnengemeentelijke decentralisatie. Coördinatie bevoegdheden districten - Werkkader - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Op 25 april 2014 (jaarnummer 4463) keurde het college van burgemeester en schepenen het decentralisatieprogramma 2014-2019 goed waarin volgende doelstellingen voorop werden gesteld:

  1. Stad en districten besturen samen (realisatie 2013-2015).
    Om de samenwerking te verbeteren werden reeds een aantal randvoorwaarden gerealiseerd. De districten kunnen rekenen op een gewaarborgde dotatie en worden betrokken bij de aanstelling en evaluatie van de districtssecretaris.
  2. Inspraak en participatie worden gefaciliteerd (realisatie 2013-2015).
    De bestuurlijke basis hiervoor werd gelegd door een vernieuwd samenwerkingsmodel en het gebruik van de beheers- en beleidscyclus (BBC) als managementtool. De districten worden nu beter geïnformeerd en hebben hierdoor meer inspraak.
  3. De bevoegdheden en taken worden verfijnd (realisatie 2014-2017).
    Om dit te realiseren dient men eerst een gecoördineerde versie te maken van alle bestaande besluitvorming omtrent de binnengemeentelijke decentralisatie. Op die manier worden de huidige principes van de binnengemeentelijke decentralisatie opnieuw overzichtelijk bij elkaar gebracht, geconsolideerd en bestaande interpretatieproblemen aangepakt, zonder evenwel te raken aan de bevoegdheden.
  4. Men bestuurt resultaatsgericht (realisatie 2015-2017).
    Na 13 jaar werken in het huidig model van binnengemeentelijke decentralisatie is het aangewezen om het model an sich te evalueren en eventueel bij te sturen in functie van de huidige noden van de stad Antwerpen. Dit gebeurt best op een wetenschappelijke basis in samenwerking met gespecialiseerde academici in deze materie.  

Argumentatie

De gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie heeft als doel de huidige principes van de binnengemeentelijke decentralisatie overzichtelijk bij elkaar te brengen, te consolideren en te verduidelijken, zonder te raken aan de bevoegdheden zelf.

De gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie start daarom vanuit een aantal algemene principes waarbinnen de districtsbevoegdheden gelden:

  • Het district is niet bevoegd voor personeelsbeleid. Het district kan voor de uitvoering van de bevoegdheden rekenen op personeel van de stedelijke administratie. Deze uitvoering gebeurt via medewerkers in het district (bedrijfseenheid districts- en loketwerking), de matrixmedewerkers in het district (bedrijfseenheden ondernemen en stadsmarketing, samen leven, cultuur, sport, jeugd en onderwijs en financiën) die door de bestuurscoördinator-district en de ondersteunende bedrijfseenheid worden aangestuurd of via medewerkers binnen de stedelijke administratie.
  • Het district krijgt van de stad een dotatie voor de uitvoering van de bevoegdheden. Het district maakt zijn budget en meerjarenplanning op volgens de beheers- en beleidscyclus en binnen de strategische cyclus van de stad. 
  • Het Gemeentedecreet (artikel 281) bepaalt dat de districtenraden, districtscolleges en districtsvoorzitter niet mogen handelen in strijd met de besluiten van de gemeenteraad of het college van burgemeester en schepenen. Het district realiseert zijn bevoegdheden binnen het werkkader dat door het college wordt goedgekeurd en rekening houdend met bestaande en toekomstige afspraken binnen de stedelijke administratie, die werden goedgekeurd in het administratief werkkader door het managementteam.

De gecoördineerde versie van de bestaande besluitvorming rond de binnengemeentelijke decentralisatie bestaat uit vijf documenten:

  • de gecoördineerde versie van de bevoegdheden die het college aan het districtscollege delegeert;
  • de gecoördineerde versie van de bevoegdheden die de gemeenteraad  aan de districtsraad delegeert;
  • de lijst met de bovenlokale locaties;
  • het werkkader waarbinnen de bevoegdheden worden uitgevoerd;
  • Het administratief werkkader waarbinnen de administratie deze bevoegdheden realiseert.

Werkkader 

Het college herbevestigt een aantal principes en kaders die eveneens van toepassing zijn voor de districtsraden en districtscolleges voor de uitvoering van hun toegewezen bevoegdheden.

Het college keurt goed dat, voorafgaandelijk aan de goedkeuring van een aanvullend verkeersreglement, het advies van het betrokken district wordt gevraagd. Dit advies valt binnen de algemene adviesbevoegdheid van de districtraad volgens artikel 285 van het gemeentedecreet. De districtsraad kan deze algemene adviesbevoegedheid geheel of deels delegeren aan het districtscollege. Zo is het mogelijk voor de districtsraad om in het kader van de adviezen over aanvullende verkeersreglementen die gaan over gehandicapten parkeerplaatsen te delegeren aan het districtscollege en  de anderen te behouden onder advies van de districtsraad.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
De 9 districtsbesturen worden ondersteund door de groep stad Antwerpen met het oog op een maximale realisatie van hun doelstellingen
We faciliteren, coördineren en bewaken het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel
7 - Sterk bestuurde stad
Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
We sturen het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel bij zodat de beleidsbevoegdheden op het juiste bestuursniveau (kunnen) worden geplaatst
Beleidsbevoegdheden zijn op het meest geschikte beleidsniveau geplaatst
7 - Sterk bestuurde stad
Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
We sturen het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel bij zodat de beleidsbevoegdheden op het juiste bestuursniveau (kunnen) worden geplaatst
De adviesbevoegdheid van de districten is versterkt

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college bevestigt dat de bijgevoegde principes en werkkaders van toepassing zijn op de districtscolleges en districtsraden voor de uitvoering van hun bevoegdheden.

Artikel 2

Het college beslist om bij de goedkeuring van een aanvullend verkeersreglement, voorafgaandelijk aan de beslissing, telkens advies te vragen aan het betrokken district.

Artikel 3

Het college beslist dat convenanten, die de rechtspersoon 'Stad Antwerpen' afsluit met andere overheden, nutsmaatschappijen, telematicabedrijven en intercommunales vallen onder de bevoegdheid van de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen. De districtsraden en de districtscolleges zijn gebonden door deze convenanten.

Wanneer er financiële inbreng van de districten verwacht wordt, worden zij mee betrokken bij de opmaak en uitvoering van deze convenanten.

Artikel 4

Het college kan buiten de in dit besluit vernoemde principes en werkkaders nieuwe principes en werkkaders goedkeuren die eveneens van toepassing zijn op de districtsbesturen.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.

Artikel 6

Het college geeft opdracht aan:

Wie Opdracht
DL/SD/DW Het goedgekeurde werkkader ter kennisgeving voorleggen aan de gemeenteraad, de districtsraden en de districtscolleges.