Op 4 november 2004 werd het eerste mobiliteitsplan voor de stad Antwerpen conform verklaard door de Provinciale Auditcommissie (PAC). In zitting van 21 februari 2005 (jaarnummer 332) keurde de gemeenteraad het mobiliteitsplan goed.
Op 21 september 2009 (jaarnummer 1385) keurde de gemeenteraad de procesnota ter herziening van het mobiliteitsplan goed. De procesnota baseert zich op het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, gewijzigd bij decreet van 10 februari 2012. Dit besluit stelt onder meer dat de stad Antwerpen voor haar participatietraject ervoor kiest om te werken met een mobiliteitsforum, dat na elke consensusnota georganiseerd wordt.
Op 19 november 2009 werd de sneltoets door de PAC conform verklaard. In de sneltoets werd het te volgen traject gekozen. Gemeenten kunnen kiezen om:
De stad Antwerpen koos er voor om het bestaande mobiliteitsplan te verbreden en te verdiepen. Er werd met name gekozen om te werken rond zeven thema’s:
Op 19 mei 2011 is de verkenningsnota conform verklaard door de PAC. De verkenningsnota benoemt het te voeren onderzoek.
De synthesenota volgt op de verkenningsnota en bundelt de resultaten van het gevoerde onderzoek:
Op 26 juni 2012 werd de synthesenota voorgelegd aan de gemeentelijke begeleidingscommissie (GBC). De GBC besliste de uitwerkingsnota (de synthesenota en de einddocumenten van de 7 werkgroepen) voor goedkeuring voor te leggen aan de PAC. Op 13 juli 2012 (jaarnummer 7436) keurde het college de synthesenota goed. Op 30 augustus 2012 gaf de PAC een gunstig advies voor de uitwerkingsnota.
Op 21 februari 2013 organiseerde de stad Antwerpen een mobiliteitsforum waarop de synthesenota toegelicht werd. Het mobiliteitsforum leverde tevens input voor een selectie van maatregelen voor opname in het mobiliteitsplan.
In overleg met zowel interne als externe mobiliteitspartners werden op basis van de synthesenota potentiële acties voor de zeven thema’s opgelijst, onderverdeeld in drie werkdomeinen, met name ruimte, netwerken en flankerende maatregelen.
Op 4 april 2014 (jaarnummer 3787) nam het college kennis van het voorontwerp mobiliteitsplan. Het voorontwerp selecteerde acties uit deze lijst en deelde hen verder op. Bij de selectie van acties werd rekening gehouden met de doelstellingen zoals opgenomen in het bestuursakkoord 2013-2018 voor de stad Antwerpen (goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 29 januari 2013, jaarnummer 35).
Op 21 mei 2014 werd het voorontwerp mobiliteitsplan toegelicht op de gemeenteraadscommissie financiën, mobiliteit, toerisme, binnengemeentelijke decentralisatie en middenstand.
Na terugkopppeling en overleg met:
werd het definitieve beleidsplan afgewerkt en samen met het actieplan voorgelegd op de GBC's van 25 november 2014 en 16 december 2014. In de GBC hebben de districten een adviserende rol. De GBC ging akkoord om het mobiliteitsplan in haar geheel (synthesenota, beleidsplan en het actieplan) voor conformverklaring voor te leggen op de regionale mobiliteitscommissie (RMC).
De RMC van 22 januari 2015 adviseerde het mobiliteitsplan gunstig.
Het college van 13 februari 2015 besliste het mobiliteitsplan Antwerpen, bestaande uit de synthesenota, het beleidsplan en het actieplan aan de gemeenteraad ter goedkeuring voor te leggen.
Een gemeentelijk mobiliteitsplan is cruciaal voor de uitbouw van het gemeentelijk mobiliteitsbeleid waarvoor de gemeente autonoom bevoegd is. Daarnaast is het gemeentelijk mobiliteitsplan het kader voor de projecten en acties die de stad Antwerpen in samenwerking met andere actoren (het Vlaams gewest, de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn, de provincies, ...) kan realiseren. Bovendien ontvangt de stad Antwerpen voor bepaalde projecten subsidies van de Vlaamse overheid, op voorwaarde dat ze over een goedgekeurd mobiliteitsplan beschikt.
Mobiliteitsplan als strategisch kader
Als strategisch beleidsdocument biedt het mobiliteitsplan het kader voor:
Structuur en opbouw
Het actuele mobiliteitsdecreet bepaalt dat een nieuw mobiliteitsplan een richtinggevend en een informatief deel moet bevatten. De stad Antwerpen koos destijds echter niet voor een nieuw plan, maar verkoos om het bestaande mobiliteitsplan te behouden, mits te verbreden en verdiepen. Met dit plan opteren we echter meteen voor de nieuwe decretale format, ondanks de keuze voor een actualisering en niet voor de opmaak van een nieuw plan.
Actief en bereikbaar Antwerpen
In het mobiliteitsplan schrijft de stad Antwerpen haar visie en strategie neer voor een actief en bereikbaar Antwerpen.
Het mobiliteitsplan zet in op co-modaliteit: een aanbod van kwalitatieve verplaatsingsmiddelen waaruit mensen een keuze kunnen maken voor een verplaatsing. De keuze zal onder meer afhankelijk zijn van de reistijd, betrouwbaarheid, comfort en flexibiliteit, overstap- en stallingsmogelijkheden. De bewoners en bezoekers hebben zelf een verantwoordelijk ten aanzien van de te maken keuzes.
In het mobiliteitsplan streeft het stadsbestuur naar een zo efficiënt mogelijke organisatie van bereikbaarheid door voor elke mobiliteitsdrager een sterk netwerk uit te tekenen. Als stad kunnen we dit niet alleen en zullen we voortdurend samenwerken met andere partners aan een sterk stedelijk verkeerssysteem. Dit betekent dat we tegelijk acties en maatregelen moeten ontwikkelen op twee sporen:
Er worden ook drie tijdshorizonten voorzien in dit mobiliteitsplan, die we concretiseren binnen het actieplan.
Artikel 16 van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid, gewijzigd bij het decreet van 10 februari 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, CD&V en Open VLD.
Stemden neen: sp.a, PVDA+ en Groen.
Hebben zich onthouden: Vlaams Belang.
De gemeenteraad keurt het mobiliteitsplan Antwerpen, bestaande uit de synthesenota, het beleidsplan en het actieplan goed.