Sinds 15 januari is in gans België terreurdreigingsniveau 3 van kracht. Dit kwam er na de anti-terreuroperatie in Verviers. Dit terreuralarm is sindsdien al 2 keer verlengd, zodat het zeker nog tot maandag 9 maart in voege blijft. Dit heeft natuurlijk ook een impact op Antwerpen. Sinds het ingaan van terreurdreiging niveau drie wordt in Antwerpen het leger ingezet voor de beveiliging van een aantal terreurgevoelige plaatsen in de Joodse wijk. Ook een aantal andere plaatsen worden permanent beschermd door politieagenten met automatische geweren, zoals het stadhuis en politiekantoren.
Door de verlenging van dreigingsniveau 3 werd beslist om vanaf 12 februari, naast de permanente sluiting van alle bijkantoren, enkel nog het kantoor op de Oudaan 7 dagen op 7 , 24 op 24 uur open te houden. Het kantoor op de Unolaan zou ook nog 7 op 7 open zijn, maar slechts tussen 7 en 19u. alle andere hoofdkantoren (Quinten Matsyslei, Handelstraat, Noorderlaan en Doornstraat) zullen alleen tijdens de weekdagen geopend zijn van 9 tot 17 uur. In het weekend zijn deze kantoren gesloten.
Op de site van de lokale politie staat te lezen dat deze beslissing is genomen omwille van “capaciteitsoverwegingen”, want “Wanneer de inzet van onze mensen wordt opgeslorpt door bewakings- en beveiligingsopdrachten, kunnen we niet altijd zijn waar de burger ons nodig heeft, op straat.”
Het niet openhouden van de politiehoofdkantoren buiten de werkuren snijdt ernstig in de kwaliteit van de basisdienstverleningsopdracht van de lokale politie. Het betekent bijvoorbeeld dat de werkende bevolking voor aangiftes enkel nog terecht kan op de Oudaan, met alle wachtlijnproblemen vandien, ofwel verlof moet nemen om tijdens de werkuren naar het kantoor te gaan. Het is overigens niet duidelijk waarom het capaciteitsprobleem bij de mobiele eenheden leidt tot het uitschakelen van de bezetting van de meer administratieve eenheden tijdens de avond- en nachturen binnen de hoofdkantoren.
We beschikken in Antwerpen over het grootste korps van Vlaanderen, met meer dan 45 agenten per 10.000 inwoners. Dit stadsbestuur besliste daarnaast ook nog eens om extra te investeren in de lokale politie, terwijl er op veel andere beleidsdomeinen (zwaar) werd bespaard. De dotatie van de stad aan de politie wordt fors verhoogd (van 2013 tot 2019 gaat er 283 miljoen euro extra naar de politie) maar de meeruitgaven van de politie stijgen nog forser. Dat gat wordt vervolgens dichtgereden door bijna alle reservefondsen van de politie op te gebruiken. Men mag dus verwachten dat de lokale politie over meer dan genoeg middelen beschikt om haar basistaken correct te blijven uitvoeren.
Daarom had ik van de burgemeester graag antwoord gekregen op de volgende vragen:
- Hoe komt het dat de capaciteitsproblemen bij de mobiele eenheden leiden tot bezettingsproblemen bij de administratieve eenheden binnen de hoofdkantoren ?
- Hoeveel mensen worden er momenteel ingezet voor beveiligingsopdrachten? Hoeveel worden er ingezet voor de interventieploegen?
- De inzet van het leger zou normaal extra capaciteit voor de politie moeten vrijmaken, want wat het leger doet, moet de politie niet doen. Hoe wordt deze extra capaciteit ingezet?
Deze interpellatie wordt samen besproken met de mondelinge vraag van raadslid Dewinter (jaarnummer 2015_MV_00047).
Raadslid Dewinter stelt zijn mondelinge vraag en raadslid Voorhamme houdt zijn interpellatie.
De burgemeester geeft antwoord op de vragen.
Raadsleden Dewinter en Voorhamme houden nog een wederwoord.
- Het volledige debat is opgenomen en digitaal raadpleegbaar via het stadsarchief.