Het openbaar onderzoek werd gehouden van 13 oktober 2014 tot en met 11 december 2014. Tijdens deze periode werden geen bezwaarschriften ingediend.
Tijdens het openbaar onderzoek zijn twee adviezen uitgebracht:
Artikel 2.2.14. §6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) zegt dat de gemeenteraad het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vaststelt.
Op 7 juni 2013 besliste het college (jaarnummer 5753) om een positief planologisch attest af te leveren naar aanleiding van de vraag van Landrover Metropool nv om het mogelijk te maken een parking aan te leggen in buffergebied. Het plangebied is gesitueerd binnen de op- en afrit Kleine Bareel van de E19 en wordt begrensd door de Bredabaan en de Kapelsesteenweg.
Twee randvoorwaarden werden opgelegd:
Het afleveren van een positief planologisch attest heeft tot gevolg dat het college ertoe verplicht is om, binnen het jaar na de afgifte van het attest, een voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te maken en te agenderen op de plenaire vergadering.
Op 31 januari 2014 heeft het college de proces- en richtnota voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Zwaantjeshoek goedgekeurd (jaarnummer 1018). De doelstellingen werden vertaald in een gewenste ruimtelijke structuur met de volgende krachtlijnen:
Die krachtlijnen werden vertaald in het grafisch plan, de toelichtingsnota en de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP Zwaantjeshoek waarvan het college op 25 april 2014 (jaarnummer 4594) kennis heeft genomen.
Op 22 september 2014 (jaarnummer 627) heeft de gemeenteraad het RUP Zwaantjeshoek voorlopig vastgesteld.
Advies GECORO
Met het oog op de definitieve vaststelling op 2 maart 2015, werd op 7 januari 2015 het RUP Zwaantjeshoek voorgesteld aan de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) Antwerpen.
De GECORO meent dat het RUP het juridisch planologisch kader vormt voor het planologisch attest dat werd afgeleverd. De beelden van het s-RSA worden voldoende vertaald. De GECORO meent dat de ruimtelijke opmerkingen en aandachtspunten voldoende zijn vertaald in het RUP. De GECORO gaat akkoord met de voorschriften voor het RUP en adviseert om de procedure verder te zetten.
MER-screening
|
Stap |
Datum |
|
aanvraag adressen adviesinstanties |
28 februari 2014 |
|
aanvraag advies bij adviesinstanties |
14 maart 2014 |
|
rappelbrief raadpleging adviesinstanties |
14 april 2014 |
|
verzending screeningsdossier naar dienst MER |
7 mei 2014 |
|
verzending aangepast screeningsdossier naar dienst MER |
2 juli 2014 |
|
beslissing dienst MER |
10 juli 2014 |
Op vraag van de dienst MER werd het screeningsdossier aangepast. De dienst MER besliste op 10 juli 2014 dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
De MER-screening bevat een aanbeveling op het vlak van mobiliteit. In het RUP werd aan een detailhandelszaak enkel op basis van vloer-terreinindex (V/T-index) beperkingen opgelegd.
Dit bleek op het vlak van mobiliteit, zowel voor verkeersveiligheid als voor de doorstroming op de Kapelsesteenweg, te nadelige effecten te hebben. Daarom werd dit voorschrift aangepast en worden enkel detailhandelszaken met werkplaatsen mogelijk gemaakt.
Watertoets
In toepassing van artikel 8 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 moeten alle uitvoeringsplannen worden onderworpen aan een watertoets. Op 1 maart 2012 is het aangepaste besluit tot vaststelling van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets in werking getreden. Het RUP werd afgetoetst aan de opgelegde regels en heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding.
Conclusie
Vermits noch enig bezwaarschrift, noch een advies om een aanpassing vraagt, wordt het RUP ten opzichte van de voorlopige vaststelling niet aangepast.
Art. 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met – mogelijk – aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2.
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4.
|
Stap |
Datum |
|
collegebesluit: proces-richtnota |
31 januari 2014 (jaarnummer 1018) |
|
collegebesluit: kennisneming voorontwerp-RUP |
25 april 2014 (jaarnummer 4594) |
|
GECORO: advies |
7 mei 2014 |
|
districtsraad: advies |
15 mei 2014 (jaarnummer 28) |
|
plenaire vergadering en adviezen |
10 juni 2014 |
|
collegebesluit: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp-RUP voorlopig vast te stellen |
18 juli 2014 (jaarnummer 7570) |
|
gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp-RUP |
22 september 2014 (jaarnummer 627) |
|
openbaar onderzoek |
13 oktober 2014 tot en met 11 december 2014 |
|
collegebesluit: sluiting openbaar onderzoek |
9 januari 2015 (jaarnummer 161) |
|
GECORO advies |
7 januari 2015 |
|
collegebesluit: voorstel aan gemeenteraad om RUP definitief vast te stellen |
23 januari 2015 |
|
gemeenteraad: definitieve vaststelling |
2 maart 2015 |
Data in vet cursief zijn raming
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, Vlaams Belang, CD&V en Open VLD.
Stemden neen: sp.a, PVDA+ en Groen.
De gemeenteraad stelt het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Zwaantjeshoek, district Merksem, definitief vast.
Dit RUP, met plan_ID: RUP_11002_214_70001_00001, bestaat uit een grafisch plan, een plan van de bestaande juridische toestand, het register plancompensatie (planbaten/planschade), de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.