In het kader van een brownfieldconvenant sluit de Vlaamse regering zowel met de actoren (projectontwikkelaars, grondeigenaars,…) als met de regisseurs (subsidiërende en vergunningverlenende overheden,…), die betrokken zijn bij een brownfieldproject, een contract af. Deze werkwijze maakt het mogelijk dat tussen alle betrokken administraties, instanties en personen klare en duidelijke werkafspraken worden gemaakt, zodanig dat bij de aanvang van het project meteen duidelijkheid wordt gegeven over bepaalde temporele en procedurele vereisten en verwachtingen.
Minimaal één keer per jaar lanceert het Agentschap Ondernemen een oproep om de procedure voor een brownfieldconvenant op te starten. Op basis van een dossier dat een penhouder samen met een aantal andere actoren indient, beoordeelt de cel brownfieldconvenanten of het zinvol is om onderhandelingen op te starten en te streven naar het opstellen van een convenant.
Bij de aanvraag moet het schriftelijk bewijs gevoegd worden dat de gemeente kennis heeft genomen van de inhoud van de aanvraag en wenst mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject. Het betrokken gemeentebestuur is hierdoor echter niet verplicht om op te treden als actor en/of regisseur of om het brownfieldconvenant mee te ondertekenen.
Gosselin Group heeft als penhouder een dossier laten samenstellen om de onderhandeling tot een brownfieldconvenant voor de omgeving van hun site, te laten opstarten. Enerzijds wil men met dit herwaarderingsproject een oplossing bieden aan de versnippering van het terrein en hierdoor de economische en sociale waarde van het terrein en de omgeving vergroten. Door de economische focus te leggen op watergebonden activiteiten zal men de economische waarde maximaal vergroten en een optimale oplossing bieden aan de mobiliteitstoename. Anderzijds wil men via de convenant een einde stellen aan het jarenlang aanslepen van de verontreinigingsproblemen die er op de terreinen zijn en komen tot een duurzaam bedrijventerrein.
Deze site is gelegen binnen de contour van het kaderplan Albertkanaal. Voor dit kaderplan is een visienota opgemaakt (jaarnummer 3083). De visienota “Kaderplan Albertkanaal Antwerpen-Schoten-Wijnegem” vertrekt vanuit een gebiedsgerichte aanpak om te komen tot een oplossing voor het bedrijventerrein Bosuil, de zone tussen Albertkanaal en Bisschoppenhoflaan en tussen de Deurnebalbrug (Azijnbrug) en de Hoogmolenbrug, die als zone voor herontwikkeling wordt aangeduid. De verbreding van het kanaal en de herstructurering van het Klein Schijn zorgen voor heel wat mogelijkheden tot verdere rationalisering.
Vanuit het kaderplan wordt ook een onderzoek naar de energie- en waterhuishouding opgezet, dat input kan geven aan deze bredere, geïntegreerde visie. Verder zal ook de toekomstige ontsluiting van de zone Bosuil worden onderzocht. Momenteel loopt er al een onderzoek naar verschillende scenario’s voor de herinrichting van de waterloop Klein Schijn.
Het groot aantal bedrijven en de aanwezige kade-infrastructuur maken dat deze zone de grootste potentie heeft tot herontwikkeling gericht op watergebonden bedrijvigheid. Vanuit de ambitie van het Kaderplan om in te zetten op het herstructureren en herontwikkelen van de bedrijventerreinen langs het Albertkanaal, vormt de zone Bosuil een belangrijke hefboom.
Het voorliggende project kan bijdragen tot een daadwerkelijke realisatie van het kaderplan en het deelproject ‘Bosuil’. De stad Antwerpen kan de aanvraag dus onderschrijven. De doelstellingen van het kaderplan vormen de krijtlijnen waarbinnen deze convenant zich zal moeten afspelen.
Voordat er naar de convenant kan toegewerkt worden is een verdere inhoudelijke uitwerking en verduidelijking nog nodig. De afbakening die is opgenomen in het dossier, heeft een zeer grillige contour. Tijdens de onderhandelingsfase kan best gestreefd worden naar een logischer geheel.
De stad heeft in dit dossier een regierol als vergunningverlenende overheid maar is ook actor doordat zij een grondpositie inneemt binnen de voorgestelde contour voor de convenant.
Het reglement met betrekking tot brownfieldconvenanten (BS 18/04/2013) stelt het volgende: "Bij de aanvraag moet het schriftelijk bewijs gevoegd worden dat de gemeente waarin de onroerende goederen gelegen zijn, kennis heeft genomen van de inhoud van de aanvraag en wenst mee te werken aan de totstandkoming van het brownfieldproject. Het betrokken gemeentebestuur is hierdoor echter geenszins verplicht op te treden als actor of regisseur of het brownfieldconvenant mee te ondertekenen."
Het college neemt kennis van de inhoud van de aanvraag tot onderhandelingen omtrent een brownfieldconvenant door Gosselin Group.
Het college keurt de collegiale brief goed.