Terug

2014_CBS_09405 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - stad Antwerpen, Slachthuislaan 70, 2060 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/434/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/09/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_09405 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - stad Antwerpen, Slachthuislaan 70, 2060 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/434/PV - Goedkeuring 2014_CBS_09405 - Milieuvergunningen Vlarem tijdelijke klasse 2 - stad Antwerpen, Slachthuislaan 70, 2060 Antwerpen. Dossiernummer MV2014/434/PV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 37, §1 b) van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een tijdelijke milieuvergunningsaanvraag klasse 1 of 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): stad Antwerpen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een tijdelijke slachtvloer voor het islamitisch offerfeest 2014.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een tijdelijke milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan stad Antwerpen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen, om een tijdelijk slachthuis voor rituele slachtingen te exploiteren te 2060 Antwerpen, Slachthuislaan 70.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

1. Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden - geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden - lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10.

 2. Sectorale voorwaarden:

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

motoren met inwendige verbranding

hoofdstuk 5.31;

slachthuizen en uitsnijderijen

hoofdstuk 5.45.2 en 5.45.2bis.

Artikel 3

Het college beslist dat de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:

1. bijzondere voorwaarden:

  • de opslag van gevaarlijke producten zoals het ontsmettingsmiddel moet steeds ontoegankelijk zijn voor onbevoegden. Dit geldt ook voor de lege gecontamineerde recipiënten die het product hebben bevat;
  • de nodige maatregelen dienen getroffen te worden om te beletten dat gevaarlijke producten in de openbare riolering, een grondwaterlaag of een oppervlaktewater terecht komen.

2. brandweervoorwaarden:

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 30 september 2014 en eindigt op 10 oktober 2014.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.