Volgens artikel 57, § 3, 1° van het Gemeentedecreet is het college bevoegd voor de daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen.
In zitting van 17 januari 2014 met jaarnummer 00455 keurde het college van burgemeester en schepenen de principebeslissing goed voor het opstarten van een masterplan voor het stadhuis. Het masterplan omvat diverse deelprojecten uit het bestuursakkoord 2013-2018 die onder één noemer worden samengebracht met als doel deze als een geheel te behandelen en naadloos op elkaar af te stemmen:
Op 26 september 2007 werd het Mustel harmonium, in het stadhuis geplaatst in 1898, herontdekt achter een kast in het kleine kamertje dat zich op de tussenverdieping naast de trouwzaal bevindt, net achter het schilderij van ‘Het huwelijk bij de Oude Belgen’. Het is uitzonderlijk dat het instrument nog op zijn originele plaats staat en dat de originele factuur nog bewaard is.
Documenten uit het stadsarchief met betrekking tot het Mustel harmonium leren ons het volgende.
Het oudste document in het dossier dateert van 12 september 1898: toen besliste het college van burgemeester en schepenen om in te gaan op het voorstel van de heer Van Kuyck, toenmalig ambtenaar van de burgerlijke stand, om een harmonium aan te kopen. Er werd een krediet van 4.000 BEF vrijgemaakt voor de aankoop van het harmonium.
Het volgende document, gedateerd op 11 oktober 1898, legde vast dat voor huwelijken op bijzondere dagen (buiten de vaste dinsdag en zaterdag) 15 BEF moest worden betaald, en men ging er daarbij van uit dat dit jaarlijks 500 BEF inkomsten zou opleveren. De uitgaven voor de organist bedroegen jaarlijks 350 BEF voor orgelspel op de gewone dagen, en 5 BEF voor buitengewone dagen. Uit dit document komen we ook te weten dat Karel Gras (1875-1936) de toenmalige organist-harmoniumspeler was: hij was een leerling van kathedraalorganist Joseph Callaerts en de vader of oom (daarover bestaan tegenstrijdige verklaringen) van dirigent Léonce Gras.
Op 24 oktober 1898 ontving het college de volgende factuur vanwege Louis Anthonis, een pianohandelaar uit de Antwerpse Rue d’Aremberg 27 (sic): "Pour livraison à l’Hôtel de Ville d’un harmonium Mustel modèle 5, caisse en chêne ciré, clavier transpositeur. 3800 fr. Douane 200 fr. “ Het model 5 was in 1898 een kerkharmonium met transpositieklavier en zonder 'percussion': dat wil zeggen dat het klavier op een andere toonhoogte kon verplaatst worden en dat er geen systeem was om de metalen 'tongen' (die de klank veroorzaken) snel in actie te slaan. Dit in tegenstelling tot het "harmonium d’art" - het beroemdste, beste en duurste model van Mustel - dat wel 'percussion' maar geen transpositieklavier had.
Het instrument werd intens gebruikt, zo valt af te leiden uit een factuur voor reparaties aan het harmonium, uitgevoerd door Louis Anthonis in mei 1907.
Op 17 december 1919 komt Antoon Brees voor het eerst met zekerheid in beeld: hij deelt aan de bevoegde schepen mee dat het harmonium dringende herstellingen nodig heeft, en hij tekent met "organist der Trouwzaal". Het college laat er geen gras over groeien en al op 24 december 1919 antwoordt P. Anthonis (waarschijnlijk de zoon en opvolger van pianohandelaar Louis Anthonis) (sic): "Gevolg gevende aan uw aanvraag heb ik den harmonium van de Trouwzaal nagezien. Buiten verschillende gebreken welke men op het eerste zicht kan bemerken, zijn er andere, welke voor het goed behoud van de harmonium nadeelig zijn. Het speeltuig moet geheel nagezien worden." De prijs van deze reparatie wordt door Anthonis geschat op 300 BEF, aangevuld met transportkosten en de huur van een vervanginstrument; midden februari 1920 is het weer hersteld. Het is mogelijk dat Brees in december 1919 nog niet zo lang aan zijn opdracht bezig was en dat hij, mede door de oorlogsperikelen, het instrument in niet al te beste staat had aangetroffen.
In september 1925 vertrok Antoon Brees naar de Verenigde Staten.
In maart 1929 was er een nieuwe (en voorlopig onbekende) organist met de naam Cuykens, die het college adviseerde om het harmonium na te kijken (sic): "Ingevolge van het advies van den heer Cuykens, orgelist, dient worden nagezien 1° het dubbel klavier, 2° 4 spelen (registers), 3° de verbinding om de spelen voor te bereiden. Bovendien moet het harmonium gestemd worden." Deze werken gebeurden ook inderdaad, maar een jaar later moest het harmonium opnieuw worden gerepareerd, en de kosten liepen tamelijk hoog op.
Op 6 juni 1933 verscheen in de Gazet van Antwerpen het volgende veelzeggende bericht (sic):"Belachelijk ! Burgemeester Huysmans heeft zijn excentriek gedacht toch doorgedreven en het orgelspel in de Trouwzaal vervangen door pick-updeuntjes. Als dat de trouwplechtigheden moet opluisteren en den kunstzin moet bevorderen, dan weten wij er alles van! We meenden te weten, dat heer Huysmans, die al maanden met een pick-up in zijn karakteristieken kop liep, op veel tegenstand aanbotste, maar hij heeft getoond dat zijn wil hetzelfde is als wet, en dat de anderen niets in de pap te brokken hebben. Maar om dat te toonen heeft hij waarlijk een slecht onderwerp gekozen. Wanneer wordt de pick-up vervangen door een straatorgeltje?"
Op 7 december 1933 werd er een pick-uptoestel met toebehoren aangekocht ter waarde van 13.264 BEF. Het harmonium bleef nog wel in gebruik, maar niet voor lang: het laatste document waarin sprake is van een vergoeding voor de organist, dateert van 25 november 1935, en daarin wordt de post vermeld onder: Lijst der vergoedingen voor buitengewone werkzaamheden van toevallige aard (sic):"… Diensten van de orgelist der Trouwzaal bij huwelijken met luister: 30 fr."
Het is aannemelijk dat het harmonium vanaf 1935 langzaamaan in onbruik is geraakt tot het, meer dan 70 jaar later, op 26 september 2007 herontdekt werd.
In 2008 werd door de stedelijke diensten onderzoek verricht naar de staat van het instrument en offerte gevraagd aan specialisten-restaurateurs. De door verschillende experten weerhouden offerte bedroeg 13.800,00 EUR, exclusief btw. De inhoud van deze offerte betrof een grondige restauratie met de nadruk op de reiniging van alle ‘binnen’onderdelen en het vervangen van verschillende lederen onderdelen zoals de lederafsluiters van de windkanalen en delen van het leder van de schokbalgen. Uiteindelijk werd de restauratie niet uitgevoerd en staat het instrument er nog steeds bij zoals het in 2007 werd teruggevonden. Zeker is dat, indien het instrument niet grondig gecontroleerd, gereinigd en hersteld wordt, de kans groot is, dat het bij een nieuwe bespeling ‘kapot’ wordt gespeeld.
Redenen die pleiten voor een restauratie:
Redenen die pleiten tegen een restauratie:
Rekening houdend met bovenstaande pro’s en contra’s en met het feit dat er kan worden aangenomen dat het harmonium in de toekomst niet meer zal worden bespeeld, kan vanuit budgettair en technisch standpunt worden geadviseerd om het binnenwerk van het harmonium onaangeraakt te laten, het niet meer te bespelen en enkel het houtwerk aan de buitenzijde onderhoudstechnisch te behandelen.
Het college keurt goed dat het Mustel harmonium in het stadhuis niet wordt gerestaureerd en enkel aan de buitenzijde een onderhoudstechnische behandeling krijgt.
Het college keurt goed dat het Mustel harmonium in het stadhuis niet meer wordt bespeeld om verder verval te voorkomen.