Artikel 5 §2 van de wet tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s van 21 maart 2007 (Belgisch Staatsblad 31 mei 2007 bepaalt dat de beslissing tot het plaatsen van één of meer bewakingscamera's in een niet-besloten plaats wordt genomen nadat de gemeenteraad van de gemeente waar de plaats zich bevindt een positief advies heeft gegeven. De gemeenteraad verstrekt zijn advies na voorafgaandelijk de korpschef van de politiezone waar die plaats zich bevindt te hebben geraadpleegd.
De stad Antwerpen heeft al een lange weg afgelegd inzake het gebruik van toezichtcamera's. De eerste bewakingscamera's op het grondgebied van de stad Antwerpen werden geïnstalleerd in 2001 op de as Grote Markt, Meir, Centraal Station. Tussen 2007 en 2013 werden camera’s geplaatst in de wijken Atheneum, Stuivenberg, Statiekwartier, Diamantwijk, Borgerhout, Bisthovenplein, Kiel en Linkeroever. Er werden samenwerkingsakkoorden gesloten met Antwerp World Diamant Center en met de NMBS om een aantal van hun camerabeelden te kunnen uitkijken indien nodig. Inmiddels zijn er 160 bewakingscamera's in gebruik op het openbaar domein.
De camera’s moeten de veiligheid en de overlastbestrijding van de stad Antwerpen op een actieve wijze ondersteunen. De beelden van alle camera’s worden doorgestuurd naar de meldkamer van de Lokale Politie/telecommandokamer. Speciaal opgeleide politiefunctionarissen en gemeenschapswachten-vaststellers kijken camera’s uit en sturen hun mensen op het terrein aan. Andere veiligheidspartners kunnen in functie van eigen prioriteiten en specifieke problemen op aparte werkplekken gebruik maken van de camera’s. De camerabeelden worden opgenomen en 30 dagen bewaard. De dienst cameratoezicht verwerkt gemiddeld 120 aanvragen naar camerabeelden per maand. Terwijl de eerste camera’s in 2001-2002 enkel werden gebruikt als hulpmiddel voor politie in het kader van criminaliteit en opsporing, worden sinds 2007 camera’s in Antwerpen ook succesvol ingezet in de strijd tegen overlast. Vandaag maakt cameratoezicht actief deel uit van de set van beleidsinstrumenten binnen de veiligheidsketen van de stad Antwerpen.
De camera’s worden gebruikt overeenkomstig de beginselen van de camerawet wat betekent:
De maatschappelijke impact van het instrument, het feit dat het een duur instrument is en de zorg om de maatregel optimaal in te zetten, heeft het stadsbestuur in 2011 doen besluiten haar cameratoezicht grondig te evalueren. Een eventuele uitbreiding van het cameraproject werd afhankelijk gesteld van reële effecten met betrekking tot de doelstellingen. Een evaluatie naar de effecten van het cameratoezicht in de stad Antwerpen over de periode 2011-2013 (Evaluatie effecten cameratoezicht 2011-2013, Eindrapport Regioplan), door een onafhankelijk onderzoeksbureau wees onder meer uit dat camera's een substantiële bijdrage leveren aan de gevoelsmatige veiligheid. Camera's worden intensief gebruikt door politiepersoneel en gemeenschapswachten-vaststellers. Daardoor wordt aantoonbaar meer overlast aangepakt en worden aantoonbaar meer misdijven opgelost dan zonder de inzet van camera's. Burgers, die bekend zijn met cameratoezicht, hebben een sterker veiligheidsgevoel en meer vertrouwen in politie en stadsbestuur. Het draagvlak voor cameratoezicht bij de bevolking van de stad Antwerpen is erg groot (70 tot 100%).
In het bestuursakkoord 2013-2018 werd opgenomen om verder te investeren in het uitbouwen van cameratoezicht indien er een meerwaarde is in de strijd tegen criminaliteit en overlast en op basis van een grondige voorstudie. Het gebruik van tijdelijk cameratoezicht moet worden overwogen voor tijdelijke hotspots. Mogelijke investeringen in intelligente software dient te worden onderzocht.
Met haar beslissing van 18 april 2014 (jaarnummer 4254) keurde het college de vastlegging van kredieten goed voor investeringen in blinde vlekken in het bestaande cameragebied, nieuwe locaties en in de integratie van externe camerasystemen.
Concreet liggen volgende locaties ter advies voor:
Na gunstig advies van de gemeenteraad wordt de beslissing tot het plaatsen van camera's op het niet besloten terrein meegedeeld aan de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het draagvlak voor camera's in Antwerpen is erg groot waarbij we ook vaststellen dat de laatste jaren de vraag om camera's aan het toenemen is. Nieuwe gebieden met camera's uitrusten is niet enkel een dure maar ook tijdrovende aangelegenheid. Nieuwe mogelijke cameralocaties dienen daarom steeds vanuit een integraal en geïntegreerd stedelijk veiligheidsbeleid te worden gekozen. Het uitgangspunt van de return on investment is hierbij cruciaal. Potentiële cameralocaties moeten geobjectiveerd worden en zodanig worden gekozen dat ze ondersteuning bieden aan het veiligheidsbeleid zodat er ook resultaten worden geboekt. Anders is het een maat voor niets. Er werd een werkwijze ontwikkeld om de vele aanvragen overzichtelijk te maken door ze te clusteren, als gebied op cijfergegevens te onderzoeken en ze te toetsen aan meerdere parameters. Er wordt steeds een criminaliteits- en overlastrapport opgesteld. Er vindt een site survey met politie, de stedelijke diensten en de camerafirma plaats. Er is steeds een politieverslag inzake de optimale inplanting, de inbedding in het bestaande cameragebied en het consensusvoorstel van alle bezoekende partijen. Een advies van stedenbouw wordt ingewonnen. Er gebeurt ten slotte een meerwaardeprognose inzake proces en beoogde effect, subjectief, proactief, preventief en/of reactief, overeenkomstig de doelstellingen.
Concreet worden voor potentiële locaties de volgende parameters onderzocht:
De geslecteerde locaties scoren hoog op bovenstaande parameters. Uit de geregistreerde criminaliteitscijfers en overlastmeldingen blijkt dat er op en in de directe omgeving van de geselecteerde locaties een veiligheidsprobleem bestaat of minstens een onveiligheidsgevoel aanwezig is. De specialisatie-index (deze drukt uit in welke mate een buurt zich kenmerkt door een bepaald fenomeen) onderschrijft dat in de directe omgeving van de geselecteerde buurten bepaalde misdrijven en openbare overlastfeiten verhoudingsgewijs (percentage op het totaal aantal feiten) hoger scoren dan in de stad Antwerpen.
Deze fenomenen kunnen voorkomen, vastgesteld of opgespoord worden door middel van bewakingscamera’s. Cameratoezicht is immers een nuttig hulpmiddel voor een gerichte en efficiënte inzet van politiepersoneel en personeel van buurttoezicht-handhaving. Het performant doorgeven van signalementen en de wisselwerking met de camera’s kan de pakkans verhogen. Bij escalaties kan personeel gericht ingezet worden. De wijkwerking die in alle gebieden sterk ontwikkeld is, kan ondersteund worden door camera’s.
Plegers hanteren vaak de strategie van de anonimiteit. Camera’s kunnen dit tegengaan. We mikken zeker op dat vlak op het preventieve effect dat kan uitgaan van camera’s. Door camera’s te plaatsen trachten we de veiligheidsbeleving van de bewoners te vergroten.
Er zal door de bijkomende camera's beeldmateriaal ter beschikking zijn voor navolgend onderzoek van incidenten.
Objectieve waarneming van overlastproblemen wordt mogelijk zodat een permanente beeldvorming van de overlast in kaart kan worden gebracht. Het politioneel vaststellen van overlast is tot op vandaag zelfs op gekende hotspots moeilijk. Bij aankomst van de politie wordt het gedrag genormaliseerd. De geregistreerde camerabeelden moeten hierbij helpen uitsluitsel te bieden.
Het bestaande cameragebied wordt niet alleen meer dekkend, het wordt ook uitgebreid. Enerzijds worden blinde vlekken ingevuld, hetzij via nieuwe camera's, hetzij door integratie van bestaande verkeerscamera's in het systeem. Anderzijds vindt het nieuwe gebied via één of meerdere locaties aansluiting bij het zicht vanuit het bestaande cameragebied. In het nieuwe gebied worden de camera’s gericht op structureel gekende overlastplaatsen. Tegelijkertijd wordt ernaar gestreefd om ook de toegangswegen en vluchtwegen in beeld te hebben en aansluiting te zoeken bij de andere cameragebieden zodat de camera’s deel uitmaken van een aaneensluitend cameragebied. Op die manier wordt een zo groot mogelijke dekking via camerabewaking gegarandeerd, zodat de volging en de heterdaadkracht van politie toeneemt.
Wet tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s van 21 maart 2007 (Belgisch Staatsblad 31 mei 2007), zoals gewijzigd door de wet van 12 november 2009 (Belgisch Staatsblad 18 december 2009).
Ministeriële omzendbrief betreffende de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s, zoals gewijzigd door de wet van 12 november 2009 (Belgisch Staatsblad van 18 december 2009).
Het college legt de uitbreiding van de verkeersdoelstelling naar doelstelling bewaking en toezicht voor volgende cameralocaties, voor gunstig advies voor aan de gemeenteraad. Hierdoor worden deze camera's geïntegreerd in het bestaande syteem van cameratoezicht.
AFDELING WEST:
AFDELING CENTRUM
AFDELING CITY
Het college legt het plaatsen van beveiligingscamera’s in Antwerpen op volgende plaatsen ter gunstig advies voor aan de gemeenteraad:
AFDELING WEST
AFDELING CITY
AFDELING CENTRUM
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SL/BH | Beslissing tot het plaatsen van bewakingscamera's meedelen aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en aan de korpschef na gunstig advies van de gemeenteraad. |