Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing : decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
De Statiestraat in het district Ekeren:
Het district Ekeren vraagt bijkomende markeringen ter hoogte van de spooroverweg waar de straat naar links afbuigt.
Een nieuw aanvullend verkeersreglement wordt opgemaakt, aangepast aan de gewenste verkeerssituatie.
Om de verkeersituatie te verduidelijken, wordt een rijstrookverdeling aangebracht in de bocht ter hoogte van de spooroverweg.
De parkeerbalans wijzigt niet omdat er geen veranderingen zijn in de parkeersituatie.
Het districtscollege Ekeren keurt eenparig het volgende besluit goed.
De districtsraad geeft gunstig advies over het volgend ontwerp van een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Statiestraat in het district Ekeren ter vervanging van het aanvullend reglement, goedgekeurd in de collegezitting van 15 november 2014 (jaarnummer 11564):
Artikel 1: de bestuurders die de aangelegde parking aan het station verlaten, moeten voorrang verlenen aan alle bestuurders rijdend in de Statiestraat.
Het verkeersbord B1 wordt aangebracht aan de uitrit van de aangelegde parking.
Artikel 2: de bestuurders, rijdend in de Statiestraat, genieten voorrang op de bestuurders rijdend in de Weerstandersstraat.
Het verkeersbord B15 wordt aangebracht.
In de Weerstandersstraat wordt het verkeersbord B1 aangebracht.
Artikel 3: het eenrichtingsverkeer, uitgezonderd voor fietsers, wordt ingevoerd:
De verkeersborden C1 en F19 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 4: een tweerichtingsfietspad, verboden voor bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B, wordt langs de spoorzijde aangelegd over de ganse lengte van de straat.
De verkeersborden D7 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 5: het parkeren wordt verboden, langs de spoorzijde:
De verkeersborden E1 worden aangebracht.
Artikel 6: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap, op de aangelegde parkeerplaats aan het station, langs de westelijke zijde, tegenover nummer 9 (twee plaatsen).
De verkeersborden E9a met onderbord worden aangebracht.
Artikel 7: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik, minibussen en motorfietsen:
De verkeersborden E9b worden aangebracht.
Artikel 8: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik, minibussen en motorfietsen, maar de maximumduur gedurende dewelke het parkeren toegelaten is, wordt beperkt tot 30 minuten, op de aangelegde parking aan het station, langs de westelijke zijde, van tegenover nummer 5 tot tegenover nummer 4.
De verkeersborden E9b met onderbord worden aangebracht.
Artikel 9: de rijbaan wordt tussen huisnummer 42 en de spooroverweg verdeeld in rijstroken.
Artikel 10: twee verdrijvingsvlakken worden gemarkeerd door witte evenwijdige schuine strepen, op de aangelegde parking aan het station, tegenover de scheiding van de nummers 8 en 9.
Artikel 11: haakse parkeervakken worden gemarkeerd door witte markeringen, op de aangelegde parking aan het station, langs de westelijke zijde:
Artikel 12: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor personen met een handicap en het pictogram wordt op het wegdek aangebracht.