De beslissing betreft een administratieve vereenvoudiging en kostenbesparing.
Collegebeslissing van 16 maart 2000 (jaarnummer 3984): artikel 1: bijkomende bevoegdheden aan de districten over verkeersveiligheid en verkeersbeleid, het geven van advies inzake lokale verkeers- en parkeerproblemen, het plaatsen van verkeersborden en -paaltjes, de aanleg van drempels en ronde punten, wegmarkeringen en zebrapaden, tijdelijke verkeersafsluitingen, verkeerslichten en het inzetten van verkeersbrigadiers.
Gemeenteraadsbeslissing van 20 maart 2000 (jaarnummer 619): artikel 3: idem collegebesluit. Wettelijk gezien heeft het district adviesbevoegdheid over alle aangelegenheden die betrekking hebben op hun grondgebied (zie decreet artikel 285), maar door het college en de gemeenteraad werd dit bij aanvang van de decentralisatie nog eens expliciet overgedragen. Specifiek verkeersveiligheid is een bevoegdheid van de burgemeester en kan dus niet worden overgedragen.
Twee jaar later kwam hierover dan nog een toevoeging in verband met de bindende adviesbevoegdheid.
Collegebeslissing van 9 oktober 2002 (jaarnummer 1153): a) De districtsbesturen zijn bevoegd tot het verlenen van verplicht advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te zijn.
Gemeenteraadsbeslissing van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307): artikel 9: a) de districtsbesturen zijn bevoegd tot het verlenen van verplicht advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te zijn. Dit betekent het adviseren van lokale verkeers- en parkeerproblemen, alle verkeersbegeleidende maatregelen (inclusief de impact op de deelmobiliteitsplannen) die een impact hebben op de verkeersleefbaarheid van het district. b) de aanleg van verkeersremmende maatregelen en ronde punten in lokale straten (...).
Collegebeslissing van 5 december 2008 (jaarnummerr 15352): gaat over de termijnen waarbinnen advies wordt gegeven.
Artikel 285 van het Gemeentedecreet: benevens de beslissingsbevoegdheid waarover de districtsraad beschikt op grond van dit decreet, heeft de districtsraad ook een algemene adviesbevoegdheid voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op het district. De districtsraad kan bij reglement die algemene adviesbevoegdheid of delen ervan overdragen aan het districtcollege.
De aanvullende verkeersreglementen (AVR’s) worden vandaag geadviseerd door de districtsraad en goedgekeurd door de gemeenteraad.
Jaarlijks worden in de stad Antwerpen gemiddeld 600 AVR’s opgemaakt en goedgekeurd. De totale doorlooptijd van een AVR-procedure, van ontwerpfase tot goedkeuringsfase, bedraagt minimum 6 maanden, afhankelijk van de complexiteit en de beleidsgevoeligheid.
Een aanzienlijk deel van dit tijdsbestek wordt bepaald door de administratieve goedkeuringsprocedure, in het bijzonder het opvragen van adviezen en de goedkeuring door de gemeenteraad. Decretaal is voorzien dat de gemeenteraad de bevoegdheid om AVR’s goed te keuren kan delegeren aan het college.
In zitting van 28 januari 2013 (jaarnummer 50) besliste de gemeenteraad om de bevoegdheid tot het goedkeuren van AVR’s te delegeren aan het college.
Bestuursakkoord 2013-2018:
Hoofdstuk 7, sterk bestuurde stad, punt 2 ‘Bestuurlijke organisatie en administratieve vereenvoudiging’ stelt:
‘De stad moet als openbaar bestuur een organisatie zijn die efficiëntie uitstraalt en steunt op onze democratische waarden. Alles wat de stad doet, gebeurt immers met gemeenschapsgeld. De stad moet de A-waarden die ze intern hanteert (diversiteit, samenwerking, kostenbewustzijn, klantgerichtheid en integriteit) uitdragen in alles wat ze doet. Daarom is het belangrijk steeds te blijven zoeken naar wat de werkelijke kerntaken zijn. De stad moet zich opstellen als een kostenbewuste organisatie.’
In dit kader besliste de gemeenteraad in zitting van 28 januari 2013 (jaarnummer 050) om de bevoegdheid tot het goedkeuren van AVR’s te delegeren aan het college van burgemeester en schepenen.
Het delegeren van de bevoegdheid van de gemeenteraad naar het college verkort immers de doorlooptijd van de administratieve goedkeuringsprocedure met een minimum van 1 tot een maximum van 3 maanden. Een collegezitting vindt immers wekelijks plaats (behalve tijdens vakantieperiodes). Een gemeenteraadszitting vindt maandelijks plaats en in principe niet in juli en augustus.
De agendering voor de gemeenteraad vergt een intensieve administratieve werkinzet. Een vereenvoudiging van de procedure betekent dan ook een beperking van de workload en de kostprijs.
Een verkorting van de proceduretermijn heeft tot gevolg dat de nodige verkeerssignalisatie veel sneller kan worden uitgevoerd, wat bijdraagt aan de verkeersveiligheid en juridische zekerheid.
Naar analogie met de delegatie van de goedkeuringsbevoegdheid voor een AVR aan het college, is het opportuun om ook de adviesbevoegdheid van de districtsraad inzake het lokaal verkeersbeleid, in het bijzonder over de ontwerpen van AVR, te delegeren aan het districtscollege.
Exact dezelfde argumenten (verkorting termijnen, verhoging rechtszekerheid, aandacht voor efficiëntie en vermindering van de kostprijs) liggen aan de basis van deze beslissing.
Temeer gezien het districtsadvies gegeven wordt op het einde van het inhoudelijk proces, op basis van het ontwerpreglement dat reeds een volledige inhoudelijk/technische adviesronde doorlopen heeft.
De adviestermijn van het districtsbestuur is derhalve supplementair aan de voorafgaande inhoudelijk/technische adviesronde en bepaalt volledig de doorlooptermijn van het proces.
Op 18 maart 2013 keurde de districtsraad van Ekeren de delegatie van deze adviesbevoegdheid goed met 11 stemmen voor en 7 stemmen tegen. Er werd klacht ingediend bij de hogere overheid tegen deze beslissing. Met haar schorsingsbesluit van 8 mei 2013 oordeelde de gouverneur dat er geen juridische grond was om de adviesbevoegdheid te delegeren. Op 3 juli 2013 besliste het districtscollege van Ekeren om aan de districtsraad voor te leggen om het delegatiebesluit van 18 maart 2013 in te trekken en kennis te nemen van de brief van de gouverneur dd 18 juni 2013 aan de Vlaamse minister van Bestuurszaken. In die brief vraagt de gouverneur om de nodige aanpassingen in de wetgeving te laten voorzien zodat de delegatie van de adviesbevoegdheid voor aanvullende verkeersreglementen mogelijk wordt. Het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen richtte op 19 juli 2013 eveneens een brief aan minister Geert Bourgeois met dezelfde vraag. Op de districtsraad van 30 september 2013 werd de delegatiebeslissing van 18 maart 2013 ingetrokken.
In het Belgisch Staatsblad van 19 juni 2014 wordt de decreetswijziging van 28 maart 2014 bevestigd die mogelijk maakt om de adviesbevoegdheid inzake aanvullende verkeersreglementen te delegeren.
Met het huidige besluit legt het districtscollege aan de districtsraad opnieuw voor om delegatie te geven voor adviesverlening op aanvullende verkeersreglementen. Het districtscollege engageert zich om ingrijpende aanpassingen aan de districtsraad voor te leggen ter goedkeuring.
Het districtscollege Ekeren keurt eenparig het volgende besluit goed.
De districtsraad beslist om de algemene adviesbevoegdheid gedeeltelijk te delegeren aan het districtscollege, zijnde de bevoegdheid voor het adviseren in het kader van het lokaal verkeersbeleid, in het bijzonder over de ontwerpen van aanvullende verkeersreglementen. Het districtscollege kan de districtsraad consulteren voorafgaand aan het advies.