Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
In zitting van 21 maart 2014 (jaarnummer 2903) werd beslist de vraag tot opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning te weigeren.
In zitting van 18 april 2014 (jaarnummer 4140) werd beslist akte te nemen van een rechtzetting omdat een foutief huisnummer 6 in plaats van 8 werd genoteerd in het vorig besluit.
Aanvrager: Tahiri El Ghazi, wonende te Borgerhout-Antwerpen, Zendelingenstraat 6.
De aanvraag omvatte: het pand met 9 appartementen gelegen Zendelingenstraat 8, district Borgerhout, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Het college wenst zijn beslissingen van 21 maart 2014 en 18 april 2014 in te trekken en de aanvraag opnieuw te beoordelen in zitting van 31 oktober 2014, aangezien in beide besluiten het kadasternummer fout vermeld was. Dit is niet wenselijk in het kader van de gerechtelijke procedure die aanhangig is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college beslist zijn besluiten van 21 maart 2014 (jaarnummer 2903) en 18 april 2014 (jaarnummer 4140) in te trekken.