Terug

2015_CBS_01251 - Bovenlokaal Overlegplatform - Intergemeentelijke Begeleidingscommissie. Oprichting - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/02/2015 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_01251 - Bovenlokaal Overlegplatform - Intergemeentelijke Begeleidingscommissie. Oprichting - Goedkeuring 2015_CBS_01251 - Bovenlokaal Overlegplatform - Intergemeentelijke Begeleidingscommissie. Oprichting - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Het besluit van college van burgemeester en schepenen geeft aan welke leden van de GBC voor de betrokken gemeente uitgenodigd worden op de vergadering van de IGBC, naast de vaste en noodzakelijke variabele leden. Het huishoudelijk reglement stelt dat de IGBC samengesteld wordt uit een delegatie van de betrokken GBC's. Het huishoudelijk reglement wordt als eerste agendapunt goedgekeurd op de eerste IGBC.

Aanleiding en context

In zitting van 27 mei 2013 (jaarnummer 348) keurde de gemeenteraad de oprichting en de nieuwe samenstelling van de Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC) goed.

In zitting van 8 novermber 2013 (jaarnummer 11332) besliste het college om Koen Kennis, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie (IGBC) van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.

Als de reikwijdte van een plan of project meerdere gemeenten betreft, kunnen de werkzaamheden of deelaspecten van GBC’s gebundeld worden in een gezamenlijk bovenlokaal overlegplatform: de GBC of IGBC. De IGBC neemt voor dat specifieke plan of project de taken en verantwoordelijkheden van de onderscheiden GBC’s over. De IGBC wordt ingesteld met de gemeenten waarvan het college gunstig heeft beslist over de deelname van de IGBC.

De stad Antwerpen wenst nu een IGBC op te richten.

Argumentatie

De IGBC is een multidisciplinair en beleidsdomeinoverschrijdend overlegforum waarin de betrokken partners samen mobiliteitsknelpunten onderzoeken en voorstellen tot oplossingen uitwerken. De IGBC is verantwoordelijk voor:

  • de voorbereiding, de opmaak, de opvolging, de evaluatie en, in voorkomend geval, de herziening van het gemeentelijk of intergemeentelijk mobiliteitsplan;
  • de begeleiding van de voorbereiding, de opmaak, de opvolging en de evaluatie van de projecten die aansluiten bij het duurzame lokale mobiliteitsbeleid, meer bepaald bij (een geheel van) maatregelen met betrekking tot de ondersteuning van andere strategische planen, de verbetering van bestaande infrastructuur, de aanleg van nieuwe infrastructuur, de uitbouw van een kwaliteitsvol openbaar vervoer en bij andere maatregelen die bijdragen tot duurzame mobiliteit.
Oprichting en samenstelling IGBC

Het voorstel om een IGBC op te richten, gaat uit van de initiatiefnemer van het plan of project.

De initiatiefnemer van een project dat of waarvan een aspect de gemeentegrenzen overschrijdt, kan aan de gemeenten in kwestie voorstellen om de werkzaamheden van de GBC te bundelen in een IGBC. De initiatiefnemer richt daarvoor een voorstel aan het college van de gemeenten in kwestie. De IGBC wordt ingesteld tussen de gemeenten waarvan het gunstig heeft beslist over de deelname aan de IGBC.

Om een efficiënt overleg te garanderen, wordt de IGBC samengesteld uit een delegatie van de betrokken GBC’s.

De IGBC formuleert aanbevelingen aan de initiatiefnemer. Deze aanbevelingen gaan zowel over de grote lijnen van het project of plan als over de details ervan. De IGBC beslist over deze aanbevelingen bij consensus tussen de vaste en de aanwezige (fysisch of bij volmacht) variabele leden. Als er geen consensus wordt bereikt, vermeldt het verslag van de vergadering de minderheidsstandpunten. De kwaliteitsadviseur moet dit immers correct kunnen inschatten bij zijn advies. In het geval van een intergemeentelijk mobiliteitsplan of een sneltoets wordt het dossier bezorgd aan de voorzitter van de Regionale MobiliteitsCommissie (RMC) en aan de kwaliteitsadviseur om het te behandelen op de RMC.

De stad Antwerpen wenst een IGBC in te richten voor onder andere volgende bovenlokale mobiliteitskwesties:

  • "e-bike sharing";
  • benaderen autodeel- en fietsdeelmarkt;
  • taxireglement;
  • medegebruik busbanen voor taxi en openbaar vervoer.
Volgende gemeenten worden hierbij betrokken: Boechout, Stabroek, Kapellen, Brasschaat, Schoten, Wijnegem, Wommelgem, Borsbeek, Mortsel, Edegem, Aartselaar, Hemiksem en Zwijndrecht.
 
De stad Antwerpen stelt een vaste afvaardiging samen. Deze afvaardiging bestaat uit:
  • de schepen bevoegd voor mobiliteit van de stad Antwerpen (eventueel vertegenwoordigd door een kabinetsmedewerker);
  • de burgemeester (eventueel vertegenwoordigd door een kabinetsmedewerker);
  • het afdelingshoofd van de dienst stadsontwikkeling/mobiliteit (of zijn vervanger).

De verkeerspolitie wordt steeds als adviserend lid mee uitgenodigd.

Juridische grond

Het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid voorziet in de oprichting van een IGBC.

Artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid bepaalt dat de IGBC over een huishoudelijk reglement moet beschikken. In het Ministerieel Besluit van 11 maart 2013 tot aanwijzing van de voorzitter van de RMC en tot vaststelling van de huishoudelijke reglementen van de GBC, IGBC en RMC heeft de Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken het model van huishoudelijk reglement vastgesteld.

Beleidsdoelstellingen

3 - Mobiele stad
1SMB02 - Stad en haven zijn bereikbaar, (verkeers)leefbaar en verkeersveilig

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een Intergemeentelijke Begeleidingscommissie op te richten voor bovengemeentelijke mobiliteitskwesties, zoals:

  • "e-bike sharing";
  • benaderen autodeel- en fietsdeelmarkt;
  • taxireglement;
  • medegebruik busbanen voor taxi en openbaar vervoer;
  • enzovoort.

Artikel 2

Het college beslist om Koen Kennis, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie en dit tot het einde van de legislatuur.

Artikel 3

Het college beslist om Bart De Wever, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie en dit tot het einde van de legislatuur.

Artikel 4

Het college beslist om het afdelingshoofd van de dienst stadsontwikkeling/mobiliteit af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie, en dit tot het einde van de legislatuur.

Artikel 5

Het college beslist om de verkeerspolitie steeds als adviserend lid mee uit te nodigen voor de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie.

Artikel 6

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/MOB contact opnemen met de betrokken gemeenten met de vraag tot een vaste afvaardiging
SW/MOB huishoudelijk reglement IGBC voor bovengemeentelijke mobiliteitskwesties opmaken en laten goedkeuren op de eerste IGBC

Artikel 7

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.