|
Datum |
Jaarnummer |
Beslissing |
|
24 september 2010 |
|
De Vlaamse regering keurt het Masterplan 2020 goed. Hiermee beslist de Vlaamse regering om de Antwerpse Ring te sluiten met een reeks tunnels in plaats van met het Lange Wapperviaduct. |
|
4 oktober 2010 |
12314 |
Het college beslist akkoord te gaan met de beslissing van de Vlaamse regering. |
|
18 november 2011 |
2011_CBS_15513 |
Het college keurt de stadsbrede samenwerking rond het Masterplan 2020 goed en voorziet hierbinnen het communicatieteam Masterplan 2020. |
|
18 oktober 2013 |
2013_CBS_10421 |
Het college beslist het meerjarenplan 2014-2019 aan de gemeenteraad voor te leggen. |
|
15 november 2013 |
2013_CBS_11496 |
Het college keurt goed dat de stad haar rol als trekker en coördinator van de communicatie over het project Brabo 2 ook tijdens de uitvoeringsfase voortzet. |
|
19 november 2013 |
2013_GR_00655 |
De gemeenteraad keurt de budgetopmaak 2014 en het meerjarenplan 2014-2019 goed. |
|
4 april 2014 |
2014_CBS_03787 |
Het college keurt het voorontwerp mobiliteitsplan goed. |
|
5 november 2014 |
2014_MT_00569 |
Het managementteam neemt kennis van de presentatie rond de stadsbrede samenwerking rond Antwerpen bereikbaar. |
|
28 november 2014 |
2014_CBS_12164 |
Het college beslist de stopzetting van het samenwerkingsprotocol voor de communicatie rond het mobiliteitsgebeuren (verkeer en vervoer) in de regio Antwerpen ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen. |
|
15 december 2014 |
2014_GR_01016 |
De gemeenteraad beslist het samenwerkingsprotocol voor de communicatie rond het mobiliteitsgebeuren (verkeer en vervoer) in de regio Antwerpen stop te zetten. |
Vlotter verkeer, veiligere wegen en een modal split van 50/50 zijn de ambities van het Masterplan 2020 ( goedgekeurd op 24 september 2010 door de Vlaamse regering). Voor de opvolging en uitrol van de verschillende infrastructuur- en mobiliteitsprojecten uit dit Masterplan werd eind 2011 een stadsbrede samenwerking opgestart. Hiervoor werd een multidisciplinair team samengesteld met experten op het vlak van ruimtelijke planning, mobiliteit, uitvoeringstechnieken, communicatie en participatie, die de voorbije jaren een nauwe samenwerking aangingen met de Vlaamse partners.
Op basis van deze werking besliste het college op 15 november 2013 dat de stad voor het Masterplan 2020-project Brabo 2 de communicatie ook in de uitvoeringsfase gaat coördineren.
De verdere uitrol van dit Masterplan 2020 vormt de basis voor de acties 2014-2020 in het voorontwerp van het uitgebreide en verdiepte stedelijke mobiliteitsplan (goedgekeurd door het college op 4 april 2014).
In dit kader starten er in de komende jaren in Antwerpen verschillende werven die een grote impact zullen hebben op de mobiliteit in en de bereikbaarheid van de stad en de haven. Zowel het personen- als het vrachtvervoer zullen tijdens de verschillende werffasen hinder ondervinden. De hinder zal zich voordoen in de bredere regio rond Antwerpen, maar in het bijzonder in het noordelijk deel van de stad.
Naar bereikbaarheid en doorstroming zal er nood zijn aan een doorgedreven minderhinderaanpak voor Antwerpen. Daarom is minderhinder (1SMB05) als prioritaire doelstelling opgenomen in het meerjarenplan 2014-2019. In de loop van 2014 werd hiervoor tussen de bedrijfseenheden stadsontwikkeling, ondernemen en stadsmarketing en samen leven een projectstructuur uitgewerkt. Deze werd op 5 november 2014 aan het managementteam gepresenteerd.
Binnen de minderhinderdoelstelling wordt ook ingezet in op de uitbouw van de communicatie rond minderhinder en rond verschillende infrastructuurprojecten. In een samenwerkingsovereenkomst uit 2000 was bepaald dat de communicatie over de mobiliteit in de Antwerpse regio werd getrokken door de communicatiecel van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel. Ondertussen is de opdracht van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel dermate gewijzigd dat een dergelijke taakverdeling niet langer opportuun bleek. Daarom heeft de gemeenteraad beslist om deze samenwerkingsovereenkomst stop te zetten.
Voor de uitwerking en uitrol van de prioritaire minderhinderdoelstelling werd in 2013 een stadsbreed coördinatieteam opgestart. Dit team wordt voorgezeten door de bedrijfseenheid stadsontwikkeling en bestaat uit medewerkers van de lokale verkeerspolitie, de bedrijfseenheden samen leven, ondernemen en stadsmarketing en stadsontwikkeling.
Om het minderhinderbeleid te kunnen vormgeven, werkte het stedelijke coördinatieteam in de loop van 2014 een interne projectstructuur uit, waarbinnen de taken en rollen van de betrokken bedrijfseenheden, stadsontwikkeling, ondernemen en stadsmarketing en samen leven en van de lokale politie werden verankerd (zie presentatie – met een aangepaste versie van figuur 1).
Dit stedelijk coördinatieteam beschikt in de meerjarenplanning over de volgende middelen:
|
1SMB05 Bij grote werven op het publiek domein met invloed op de verkeersstromen, zorgt een doelgerichte aanpak van minder hinder voor een beperking van de economische en/of sociale schade |
|||
|
|
Exploitatie |
Investering |
Totaal |
|
2015 |
740.000,00 EUR |
422.658,16 EUR |
1.162.658,16 EUR |
|
2016 |
737.593,76 EUR |
101.000,00 EUR |
838.593,76 EUR |
|
2017 |
737.464,41 EUR |
20.000,00 EUR |
757.464,41 EUR |
|
2018 |
737.857,84 EUR |
20.000,00 EUR |
757.857,84 EUR |
|
2019 |
737.211,31 EUR |
20.000,00 EUR |
757.211,31 EUR |
|
Totaal |
4.490.127,32 EUR |
848.658,16 EUR |
5.338.785,48 EUR |
|
1SSB05 Bewoners, bezoekers, bedrijven en studenten zijn goed geïnformeerd en voelen zich betrokken zodat zij naar eigen vermogen actief kunnen deelnemen aan de stadsgemeenschap. |
|||
|
|
Exploitatie |
Investering |
Totaal |
|
2015 |
250.000,00 EUR |
|
250.000,00 EUR |
|
2016 |
250.000,00 EUR |
|
250.000,00 EUR |
|
2017 |
200.000,00 EUR |
|
200.000,00 EUR |
|
2018 |
200.000,00 EUR |
|
200.000,00 EUR |
|
2019 |
200.000,00 EUR |
|
200.000,00 EUR |
|
|
1.100.000,00 EUR |
|
1.100.000,00 EUR |
Minderhinderbeleid in opbouw
Om de Antwerpse regio bereikbaar te houden tijdens de uitrol van de grote infrastructuurprojecten, heeft dit coördinatieteam samen met verschillende betrokken partners het minderhinderbeleid de voorbije twee jaar vertaald in een aantal bouwstenen. Deze worden gevat in de volgende matrix.
|
Bouwstenen minderhinderbeleid |
Intermediaire of betrokken doelgroepen |
Producten of services |
Einddoelgroepen |
|
Bereikbaarheidsconcept |
Partners |
Kaart met corridors en stabiele assen |
Projectleiders partners |
|
Werfcoördinatie |
Partners |
Kaarten met omleidingen en impactinschattingen |
Aannemers |
|
Maatregelen die de capaciteit van het netwerk versterken |
Partners + aannemers |
Aangepaste infrastructuur |
Weggebruikers |
|
Maatregelen gericht op een modal shift |
Partners + bedrijven + publiekstrekkende organisaties |
Incentives stadsvriendelijke mobiliteit |
Bewoners + werknemers + studenten + bezoekers |
|
Signalisatieconcept |
Partners + aannemers |
(Dynamische) werfsignalisatie in functie van bestemmingen |
Weggebruikers |
|
Reisadvies op maat |
Stakeholders Antwerpen bereikbaar: VOKA, UNIZO,… |
Website, apps, notificatiesysteem |
Individuele weggebruikers |
Een eerste bouwsteen in de uitwerking van een minderhinderbeleid is de opmaak van een bereikbaarheidsconcept. Dit bepaalt hoe een bepaald gebied bij voorkeur wordt ontsloten en in welke zones werken wel of niet kunnen samenvallen. Begin 2013 werd er samen met de verschillende partners een bereikbaarheidsconcept uitgewerkt voor de stad Antwerpen.
Op basis hiervan werden de werken in het noordoosten van de stad ingepland en werden de faseringen op elkaar afgestemd om de hinder voor de weggebruikers zo veel mogelijk te beperken. Door deze werfcoördinatie is ondertussen ook duidelijk wat de precieze impact op het wegverkeer zal zijn. Hiermee is de tweede bouwsteen gelegd voor het minderhinderbeleid
Een derde bouwsteen bestaat uit minderhindermaatregelen die de capaciteit van het bestaande netwerk versterken of verbeteren door infrastructurele ingrepen. Denk bijvoorbeeld aan een betere afstemming van de verkeerslichten op een bepaalde route of aan de aanleg van een tijdelijke weg of P&R of de verbetering van een belangrijke fietsas. Hierrond hebben verschillende themawerkgroepen het voorbije jaar input verzameld.
Een vierde bouwsteen bestaat uit minderhindermaatregelen die een modal shift helpen realiseren. Het gaat hier om maatregelen die het openbaar vervoer, de fiets of e-bike, het geschakeld vervoer of autodelen promoten voor woon-werk- en woon-schoolverkeer. Of om maatregelen die ervoor zorgen dat er minder auto’s deelnemen aan het spitsverkeer in de binnenstad, zoals de invoering van flexwerken of het gebruik van satellietkantoren. Hierrond heeft het stedelijk coördinatieteam in 2014 een pilootproject opgezet met twee bedrijven. Deze bedrijfsgerichte aanpak zou de komende twee jaar sterk moeten worden geïntensifieerd. Dit betekent evenwel dat hiervoor extra medewerkers nodig zijn.
Een vijfde bouwsteen is de uitwerking van een uniform signalisatieconcept. De concrete uitrol hiervan op het terrein moet zorgen voor een duidelijke tijdelijke bewegwijzering van belangrijke bestemmingen. Dit concept werd de voorbije maanden uitgewerkt en is beschikbaar om bij de start van de eerste grote werven te worden toegepast.
Een zesde en laatste bouwsteen is de ontwikkeling van een aantal instrumenten om reisadvies op te maat te kunnen geven aan de individuele weggebruikers. Daarom wordt in de schoot van het stedelijke projectteam wordt ook ingezet op de uitwerking van een kwaliteitsvolle mobiliteitscommunicatie.
De uitbouw van het minderhinderbeleid gebeurde in nauwe samenwerking met partners zoals de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel, De Lijn, het Vlaams Agentschap Wegen en Verkeer en de nv De Scheepvaart.
Nood aan overkoepelende samenwerkingsstructuur met betrokken partners
Tegelijk groeide de nood om samen met de partners tot nieuwe en duidelijke afspraken te komen over een overkoepelende organisatiestructuur. In het kader van de realisatie van de Masterplan 2020-projecten was de voorbije jaren onder leiding van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel een organisatiestructuur uitgebouwd rond het thema impactmanagement. In 2014 is deze structuur grondig geëvalueerd. Alle betrokken partners zijn het er over eens dat een nieuwe structuur nodig is om:
Daarnaast dient er ook werk te worden gemaakt van een duidelijke beslisstructuur en dient er gezorgd te worden voor afstemming met en rapportage aan de betrokken mandatarissen op de verschillende beleidsniveaus. Daarom stellen alle betrokken partners voor om een nieuwe overkoepelende organisatiestructuur uit te bouwen, waarin alle partners een rol opnemen (zie presentatie – nu figuur 2).
In de stuurgroep impactmanagement, die wordt voorgezeten door de Vlaamse minister voor Mobiliteit en Openbare Werken, wordt het beleid rond impactmanagement goedgekeurd (politiek gevalideerd) en opgevolgd via tweemaandelijkse vergaderingen.
Vaste leden van deze stuurgroep zijn:
Op basis van de agenda kan deze stuurgroep ook worden uitgebreid met de Oost-Vlaamse gedeputeerde voor Mobiliteit, de burgemeesters of schepenen Mobiliteit uit de betrokken randgemeenten en de voorzitters of schepenen van de betrokken districten.
Deze stuurgroep wordt inhoudelijk voorbereid door het projectteam impactmanagement dat bestaat uit de drie coördinatoren van de verschillende disciplines (werfafstemming, minderhindermaatregelen en communicatie).
Het projectteam impactmanagement werkt onder co-voorzitterschap van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel en de stad Antwerpen. Het coördineert de werking van verschillende werkgroepen waarbinnen de verschillende partners op basis van hun expertise vertegenwoordigd zijn
In de werkgroepen komen de verantwoordelijken minderhinder van AWV, De Lijn,de nv De Scheepvaart, de NMBS, het gemeentelijk havenbedrijf, de verkeerspolitie, de Provincie Antwerpen, UNIZO en VOKA op geregelde basis samen.
Deze structuur zal in het voorjaar van 2015 in een samenwerkingsprotocol impactmanagement worden vastgelegd.
Nood aan projectoverkoepelende communicatie rond de bereikbaarheid van de regio
Om de Antwerpse regio vanuit communicatieperspectief op de grote werven voor te bereiden, is er nagegaan hoe de huidige mobiliteitscommunicatie en de infrastructuurcommunicatie in het kader van de stedelijke projecten en van de bovenlokale samenwerkingsprojecten verloopt.
Daarbij werd vastgesteld dat er nu telkens opnieuw gekozen wordt voor een projectgerichte aanpak. Concreet: elk groot infrastructuurproject heeft zijn eigen website of subwebsite binnen www.antwerpen.be. Denk maar www.hoevlothet.nu, www.onzekaaien.be, www.operaplein.be of www.noorderlijn.be of www.antwerpen.be/ijzerlaan.
Op het terrein zelf zien de werven er telkens anders uit afhankelijk van de aanbestedende overheid, dienst, of medewerker verantwoordelijk voor de communicatie. Dit geldt ook voor de voorbereidende trajecten omtrent de plannen of de minderhinderaanpak en voor de bereikbaarheidsinformatie.
Het gevolg van deze projectgerichte aanpak is dat de boodschappen omtrent de bereikbaarheid van de stad en de haven naar de achtergrond verdwijnen.
Wanneer we de verschillende doelgroepen beter willen informeren over en betrekken bij de verschillende bereikbaarheidsmaatregelen, hebben we nood aan een meer geïntegreerde, doelgroepgerichte strategie.
Een geïntegreerde strategie houdt in dat communicatie over de bereikbaarheid van de stad en de haven niet wordt verstopt in de communicatie over infrastructuurprojecten, maar een eigen gezicht krijgt: www.antwerpenbereikbaar.be. Dit digitaal platform wordt idealiter opgezet door een communicatieteam dat focust op de bestaande mobiliteitsdiensten en op de bereikbaarheidsmaatregelen die de partners uitrollen in het kader van de vele werken.
Een doelgroepgerichte strategie vertrekt van de externe informatiebehoeften:
En biedt ook ruimte aan de doelgroepen voor een eigen inbreng.
Kwaliteitsvolle infrastructuurcommunicatie
Voor de verschillende infrastructuurprojecten zelf hebben we nood aan een gestandaardiseerde aanpak die inzet op de creatie van draagvlak en betrokkenheid voor, tijdens en na de werf. Een dergelijke aanpak moet borgen dat de communicatie op een uniforme en kwaliteitsvolle manier wordt aangepakt. Ook hiervoor is per project een communicatieteam nodig. Idealiter wordt de expertise die deze projectteams opbouwen, gaandeweg vastgelegd in een draaiboek ‘projectcommunicatie’ en kunnen we ook HR-matig zorgen voor doorstroming en continuïteit binnen de elkaar opvolgende teams. Voor het project Noorderlijn, ook bekend onder de technische naam Brabo 2, start dit voorjaar een dergelijk projectcommunicatieteam op.
Het college keurt de samenwerkings- en organisatiestructuur voor de minderhinderaanpak en de realisatie van ‘Antwerpen bereikbaar’ goed.
Het college keurt goed dat de stad optreedt als trekker en coördinator van de stedelijke minderhindermaatregelen en van van de communicatie rond Antwerpen bereikbaar.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| stadsontwikkeling |
om samen met de partners de volgende samenwerkingsprotocollen voor te bereiden en ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen:
|