Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Artikel 45 van Vlarem bepaalt dat de bevoegde overheid bij gemotiveerde beslissing de in de lopende vergunning opgelegde voorwaarden kan wijzigen of aanvullen op verzoek van de exploitant.
Aanvrager(s): Wasserij Ideale nv - Kapelsesteenweg 519 - 2180 Ekeren-Antwerpen. De aanvraag omvat: de wijziging, uitbreiding en de wijziging van de opgelegde lozingsvoorwaarden van een bestaande wasserij.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Wasserij Ideale nv, Kapelsesteenweg 519, 2180 Ekeren-Antwerpen, voor de inrichting gelegen op hetzelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp het wijzigen, uitbreiden en het wijzigen van de lozingsvoorwaarden voor een bestaande wasserij.
Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
Algemene voorwaarden:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
algemene milieuvoorwaarden – licht |
hoofdstuk 4.6; |
Sectorale voorwaarden:
|
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen |
hoofdstuk 5.15; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders |
hoofdstuk 5.17.1 en bijlage 5.17.1; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders |
hoofdstuk 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7; |
|
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures |
hoofdstuk 5.43.1 + 5.43.4; |
|
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties – kleine stookinstallaties (300 kW – 5 MW) |
hoofdstuk 5.43.2.3; |
|
wasserijen |
hoofdstuk 5.46. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere- en brandweer voorwaarden dient na te leven:
Bijzondere voorwaarden:
|
1. |
er dient een stedenbouwkundige vergunning bekomen te worden voor het omvormen van de conciërgewoning tot bureauruimte, voor het verlengen van de luifel boven de parkeerzone en voor de afbraak van het achteraan gelegen magazijngedeelte; |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3. |
de bijzondere voorwaarden voor andere parameters, opgelegd in eerdere vergunningen, blijven onverminderd van kracht. |
Brandweervoorwaarden:
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
Snelblustoestellen
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen doelmatig verdeeld te worden over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt: in totaal dienen 8 toestellen geplaatst te worden.
Een blustoestel van 5 kg CO2 – ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient voorzien aan de toegang van de hoogspanningscabine.
Muurhaspels
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
Primair bluswater
De primaire bluswatervoorziening is vastgelegd op een voeding door middel van het openbaar leidingnet van minimaal 150 mm diameter met een onmiddellijke beschikbaar debiet van tenminste 3 600 liter per minuut (lpm), gedurende tenminste 2 uur [debiet over twee bovengrondse hydranten type BH 100].
Bij ontstentenis van het vereiste debiet van tenminste 3 600 lpm door middel van de voeding van het openbaar leidingnet van minimaal 150 mm diameter, zoals hierboven bepaald, dient men over een eigen (ring)leidingnet op druk in eigen beheer te beschikken.
De primaire bluswatervoorziening dient voorzien op niveau van het perceel.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 13 februari 2015 en eindigt samenvallend met de einddatum van de oorspronkelijke vergunning, zijnde 7 maart 2028.