Terug

2014_CBS_12550 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, Deurnsebaan 13, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer BSP2014/354/IB. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 12/12/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Fons Duchateau, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_12550 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, Deurnsebaan 13, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer BSP2014/354/IB. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring 2014_CBS_12550 - Bodemsaneringsproject Vlarebo - Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, Deurnsebaan 13, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer BSP2014/354/IB. Voorwaardelijk gunstig advies - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

OVAM vraagt advies aan het college over een bodemsaneringsproject met als opdrachtgever(s) Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij - Stationsstraat 110 - 2800 Mechelen (Dossiernummer 29574 - BB-W-CDW-20140473536).

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; het besluit van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering en bodembescherming.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstige advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren onder volgende voorwaarden:

  • bij onttrekking van grondwater mag, in afwijking van de algemene en sectorale bepalingen, de concentratie voor de volgende verontreinigende gevaarlijke stoffen in het geloosde afvalwater niet hoger zijn dan:

Tetrachlooretheen

40 µg/liter

Trichlooretheen

70 µg/liter

Cis 1,2-dichlooretheen

50 µg/liter

Vinylchloride

5 µg/liter

VOCl-som

100 µg/liter

 

  • de saneringsverantwoordelijke nodigt op de eerste voorbereidende werfvergadering de betrokken stadsdiensten uit om de nodige praktische afspraken te maken rond werfinrichting, het gebruik van het openbaar domein, mobiliteit en dergelijke. U neemt hiervoor contact op met de diensten SW/O&U (de heer Bart Serraris, bart.serraris@stad.antwerpen.be, 0499 80 22 52) en SW/B&O (tel: 03 259 24 50 of Sw.werkennuts@stad.antwerpen.be);
  • de installaties voor het bodemsaneringsproject moeten ontoegankelijk zijn voor onbevoegden en worden bij voorkeur inpandig opgesteld;
  • alle voorzieningen worden getroffen teneinde bevuiling van de openbare weg door het transport van de vuile grond te voorkomen. De wielen en buitenzijde van de vrachtwagens en van het werfmateriaal dienen indien nodig ter plaatse gereinigd te worden. De vervuilde grond wordt onmiddellijk afgevoerd naar een erkend verwerker. De vrachtwagens dienen te beschikken over vloeistofdichte en afdekbare laadruimtes;
  • om hinder zo veel mogelijk te vermijden kan misschien ingepland worden de grondwatertafelverlaging te laten plaatsvinden tijdens een schoolvakantie;
  • de aanvangsdatum en einddatum van de saneringswerken moeten worden meegedeeld aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be) met vermelding van de naam en telefoonnummer van de saneringsverantwoordelijke;
  • na afloop van de saneringswerken dient een exemplaar van het evaluatierapport worden overgemaakt aan de dienst milieuvergunningen (milieuvergunningen@stad.antwerpen.be);
  • gezien de risico’s die uitgaan van de verontreiniging, dient de sanering opgestart te worden binnen de maximale termijn van 3 jaar naar analogie met de Vlarem-wetgeving waarin gesteld wordt dat een vergunde inrichting in gebruik moet worden genomen binnen deze maximale termijn, op straffe van verval van de vergunning.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
Stadsontwikkeling/vergunningen/milieuvergunningen het advies over te maken aan OVAM.

 

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.