Terug

2015_CBS_01331 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba, Commandant Van Laethemstraat 200, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/590/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/02/2015 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Philip Heylen, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2015_CBS_01331 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba, Commandant Van Laethemstraat 200, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/590/AV - Goedkeuring 2015_CBS_01331 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba, Commandant Van Laethemstraat 200, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer MV2014/590/AV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba - Toekomstlaan 11 - 3621 Rekem. De aanvraag omvat de verdere exploitatie van een bedrijf, gespecialiseerd in de overslag en sortering van containerafval.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren voor Vlaremrubrieken 2.2.1.a, 2.2.1.c.1, 3.4.1.a, 15.1.1, 17.3.6.1.b, 17.3.7.1, 17.3.9.1 en 17.4 aan Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba, Toekomstlaan 11, 3621 Rekem, voor de verdere exploitatie van een bedrijf, gespecialiseerd in de overslag en sortering van containerafval, gelegen te 2660 Hoboken-Antwerpen, Commandant Van Laethemstraat 200.

Artikel 2

Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, te weigeren voor Vlaremrubriek 2.2.1.e.1 en zonder voorwerp te verklaren voor Vlaremrubrieken 2.2.2.a.1, 2.2.2.b.1, 2.2.2.c.2 en 2.2.2.f.1 aan Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba, Toekomstlaan 11, 3621 Rekem, voor de verdere exploitatie van een bedrijf, gespecialiseerd in de overslag en sortering van containerafval, gelegen te 2660 Hoboken-Antwerpen, Commandant Van Laethemstraat 200.

Artikel 3

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

algemene milieuvoorwaarden – licht

hoofdstuk 4.6;

verwerking van afvalstoffen – algemeen

afdeling 5.2.1;

opslag en behandeling van bepaalde ongevaarlijke vaste afvalstoffen

subafdeling 5.2.2.4;

bedrijfsafvalwaters + sector

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7;

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen

afdeling 5.17.5.

Artikel 4

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

  1. Bijzondere voorwaarden:
  • een afwijking op artikel 5.2.1.2 §2 uit Vlarem II kan niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat:
    - de exploitant kan gebruik maken van een geijkte weeginstallatie met automatische registratie op het eigen bedrijfsterrein of bij derden;
  • in afwijking van artikel 5.2.1.5 §5 uit Vlarem II kan worden afgeweken van de plaatsing van een groenscherm;
  • het is verboden schroot, gebruikte voertuigen en gevaarlijk afval op te slagen op de exploitatie.

  1. Brandweervoorwaarden:
  • Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
  • Snelblustoestellen
    Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.
    Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
  • Muurhaspels
    Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
    Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
    De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
    De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
    De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
    De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
  • Bovengrondse hydrant
    Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.
    De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.
    De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 5

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 20 februari 2015 en eindigt op 20 februari 2035.

Artikel 6

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.