Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager(s): Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba - Toekomstlaan 11 - 3621 Rekem. De aanvraag omvat de verdere exploitatie van een bedrijf, gespecialiseerd in de overslag en sortering van containerafval.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren voor Vlaremrubrieken 2.2.1.a, 2.2.1.c.1, 3.4.1.a, 15.1.1, 17.3.6.1.b, 17.3.7.1, 17.3.9.1 en 17.4 aan Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba, Toekomstlaan 11, 3621 Rekem, voor de verdere exploitatie van een bedrijf, gespecialiseerd in de overslag en sortering van containerafval, gelegen te 2660 Hoboken-Antwerpen, Commandant Van Laethemstraat 200.
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, te weigeren voor Vlaremrubriek 2.2.1.e.1 en zonder voorwerp te verklaren voor Vlaremrubrieken 2.2.2.a.1, 2.2.2.b.1, 2.2.2.c.2 en 2.2.2.f.1 aan Algemeen Containerbedrijf Van Dyck bvba, Toekomstlaan 11, 3621 Rekem, voor de verdere exploitatie van een bedrijf, gespecialiseerd in de overslag en sortering van containerafval, gelegen te 2660 Hoboken-Antwerpen, Commandant Van Laethemstraat 200.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
algemene milieuvoorwaarden – lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
algemene milieuvoorwaarden – licht |
hoofdstuk 4.6; |
|
verwerking van afvalstoffen – algemeen |
afdeling 5.2.1; |
|
opslag en behandeling van bepaalde ongevaarlijke vaste afvalstoffen |
subafdeling 5.2.2.4; |
|
bedrijfsafvalwaters + sector |
afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2; |
|
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen |
hoofdstuk 5.15; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders |
afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders |
afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7; |
|
brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen |
afdeling 5.17.5. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 20 februari 2015 en eindigt op 20 februari 2035.