Terug

2014_CBS_06026 - Ruimtelijke uitvoeringsplannen - Doorrekening gemeentelijke regiekosten opmaak aan (publiek-) private partij. Standaardovereenkomst - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/06/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_06026 - Ruimtelijke uitvoeringsplannen - Doorrekening gemeentelijke regiekosten opmaak aan (publiek-) private partij. Standaardovereenkomst - Goedkeuring 2014_CBS_06026 - Ruimtelijke uitvoeringsplannen - Doorrekening gemeentelijke regiekosten opmaak aan (publiek-) private partij. Standaardovereenkomst - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is één van de instrumenten om het ruimtelijk structuurplan uit te voeren. Het legt de bestemming en de bouwmogelijkheden vast voor een bepaald deel van de stad Antwerpen.

Het opmaken van een RUP is dan ook noodzakelijk wanneer een gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet kan verwezenlijkt worden binnen het vigerende juridisch kader (gewestplan, bijzonder plan van aanleg of RUP).

Volgens de plannen en projecten, opgenomen in de meerjarenplanning 2014-2019, wordt reeds de opmaak van een dertigtal RUP's voorzien. Dit is een niet limitatieve opgave.

Er zijn geen budgetten voorzien voor de opmaak van deze RUP’s. De reden daarvan is dat de dienst stadsontwikkeling/ruimte, tot vandaag de opmaak van RUP’s in eigen beheer deed en dit op basis van door het beleid gemaakte prioriteiten versus mankracht (mits uitbesteding van een aantal wettelijk verplichte of ondersteunende studies zoals Milieueffectenrapportage, MER-screenings of stedenbouwkundige ontwerpen, ...).

In zitting van 13 december 2013 (jaarnummer 12755) besliste het college dat de ruimtelijke planningsprocessen, waaronder het opmaken van alle RUP's, behoren tot de taak van de dienst stadsontwikkeling/ruimte. In het collegebesluit van 13 december 2013 staat vermeld: “De afdeling ruimtelijke planning wordt de sturende kracht in het stadsontwikkelingsbeleid door als unieke regisseur op te treden en dit ook verder naar de praktijk te vertalen (vergunningen). Deze versterkte regierol zal onder meer zichtbaar worden in de anticipatie op ruimtelijk planningsprocessen”.

In hetzelfde besluit besliste het college ook dat de uitvoering van de ontwikkelingsprojecten (stadsprojecten en vastgoed) verder zal gebeuren op de specifieke en gebiedsgerichte aanpak uit het verleden en dat dit van de stad Antwerpen zware engagementen vergt op het vlak van mijlpaalplanningen. Om de uitvoering van deze projecten op een performante manier tot een goed einde te brengen is een efficiënte organisatiestructuur noodzakelijk met een aantal specifieke kenmerken die nauw aanleunen bij privaat en innovatief ondernemerschap. Dit wordt opgenomen door AG VESPA.

Het college besliste in zitting van 9 mei 2014 (jaarnummer 3784):

  • het algemene principe goed te keuren, waarbij de gemeentelijke regiekost die gepaard gaat met de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan, kan doorgerekend worden aan een (publiek-) private partij;
  • de uitgangspunten en algemene bepalingen, zoals opgenomen in argumentatie, goed te keuren als basis voor het opmaken van een overeenkomst met een (publiek-) private partij;
  • dat deze doorrekeningsprincipes tevens kunnen worden toegepast door AG VESPA voor de projecten die onder hun werking vallen en die leiden tot de opmaak van een RUP wanneer het gaat om gebiedsgerichte ontwikkelingen met uitzondering van openbaar domeinprojecten. Het aandeel van de gegenereerde financiële middelen die vereist zijn voor de opmaak en de procedurestappen van het RUP, zal naar de bedrijfseenheid stadsontwikkeling vloeien;   
  • dat, indien een district hier toch de regiekosten voor wil dragen, voor hen dezelfde regels gelden als voor externe partijen;
  • de bedrijfseenheid stadsontwikkeling opdracht te geven een standaardovereenkomst op te maken en ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen.

Wat behelst de opmaak van een RUP?

Het opmaken van een RUP behelst meer dan het schrijven van voorschriften en het intekenen van een grafisch plan. Het is een intensief en tijdrovend planningsproces waarbij ruimtelijk onderzoek en participatie het grootste aandeel vormen van het uiteindelijke resultaat:

  • interpreteren en verwerken omgevingsanalyse (ondersteund door team omgevingsanalyse);
  • interpreteren en verwerken ontwerpend onderzoek (ondersteund door team ontwerpend onderzoek);
  • bepalen ruimtelijke visie in samenspraak met alle betrokken actoren;
  • opmaken plan- en tekstdocumenten (ondersteuning team administratie);
  • toepassen sectorale wetgeving (bijvoorbeeld MER, watertoets, erfgoed, milieu, …);
  • verlenen toelichtingen in het kader van noodzakelijk advies, communicatie, draagvlak (bewonersvergadering, districtsbestuur, stedelijke adviesraden, plenaire vergadering, …);
  • beantwoorden informatieve vragen komende van klantenmanagement, de burger en beleid (college, gemeenteraad, district, ...);
  • opmaak verslagen en samenvattingen indien nodig;
  • begeleiden besluitvormingsprocedure (ondersteund door team administratie);
  • verzamelen, verwerken van de bezwaarschriften en adviezen, en voorbereiden van de antwoorden in het kader van het openbaar onderzoek;
  • inventariseren en actualiseren in plannenregister doorheen het ganse proces en digitaal uitwisselen van de RUP's volgens de vastgestelde technische richtlijnen (ondersteund door team omgevingsanalyse).

Welke grote stappen doorloopt een RUP-proces?

  1. opmaken van een procesnota: met planningscontext, onderzoeksvragen, procesverloop, communicatie, participatie;
  2. opmaken van een richtnota: met studie en ontwerp, richting aan bestemmingen en stedenbouwkundige voorschriften, ontwikkelingsvisie;
  3. doorlopen van de plan-MER-procedure: elk RUP moet gescreend worden naar aanzienlijke milieueffecten voor mens en milieu. In bepaalde gevallen kan dit resulteren in de opmaak van een plan-MER;
  4. opmaken van voorontwerp RUP: vertalen van de richtnota naar een verordenend instrument bestaande uit een grafisch plan, stedenbouwkundige voorschriften, planbaten-schade, flankerende maatregelen (rooilijnplan, onteigeningsplan, recht op voorkoop);
  5. organiseren adviesronde: advies vragen aan plenaire vergadering, district, GECORO;
  6. voorlopig vaststellen van het RUP: aanpassen van het RUP in functie van de ingediende adviezen. De gemeenteraad stelt het RUP voorlopig vast;
  7. organiseren van een openbaar onderzoek: het RUP wordt gedurende 60 dagen ter inzage gelegd volgens de decretale bepalingen. Belanghebbenden kunnen tijdens deze periode bezwaren of opmerkingen indienen. Ook de deputatie en de afdeling Ruimte Vlaanderen geven een advies;
  8. advies gemeentelijke commissie ruimtelijke ordening (GECORO): GECORO ontvangt en bundelt de ingediende bezwaarschriften, opmerkingen en adviezen en brengt een gemotiveerd advies uit;
  9. definitief goedkeuren RUP: het RUP kan nog aangepast worden in functie van de ingediende bezwaarschriften en/of het advies van de GECORO. De gemeenteraad keurt het RUP definitief goed;
  10. integreren RUP in het plannenregister: na goedkeuring van het RUP door de deputatie wordt het opgenomenin het plannenregister en wordt het digitaal ontsloten.

Argumentatie

De stad Antwerpen selecteert in functie van de uitvoering van haar beleid de daarvoor vereiste RUP’s. In de meerjarenplanning ligt de nadruk op een aantal grote uitdagingen die versneld de opmaak van een RUP verwachten. Tegelijkertijd zou het wenselijk zijn om ook in te spelen op een aantal (publiek-) private initiatieven die het algemeen belang dienen (bijvoorbeeld het huisvesten van een toenemende bevolking en het creëren van bijkomende voorzieningen en tewerkstellingsplaatsen).

De budgetten en de VTE’s zijn echter momenteel niet toereikend om alle wenselijke RUP’s op te maken. Er dient dus gezocht te worden naar bijkomende middelen.

Daarom wordt voorgesteld om voor waardevolle initiatieven die het algemeen belang dienen, aan de (publiek-) private partij of grondeigenaar een bijdrage aan te rekenen voor de financiering van de gemeentelijke regiekosten die gepaard gaan met de opmaak en het procedureverloop van een RUP, alsook voor de bijhorende (verplichte) ondersteunende studies, het vooronderzoek, de participatie- en overlegmomenten en de nazorg (eventuele rechtsgeschillen, communicatie achteraf, informatie stadswebsite en beantwoorden van informatieve vragen).

Dit stelt de stad Antwerpen in staat om snel in te spelen op deze initiatieven. De opmaak van het RUP en de procedurestappen die doorlopen worden, verlopen steeds via de afdeling ruimte van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling. Zij kan daarvoor een beroep doen op een extern studiebureau.

Wanneer de regie van een project in handen is van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling kan zij voor de extra inspanningen op het vlak van projectregie, ook een beroep doen op een extern studiebureau.

Wanneer de regie van een project in handen is van AG VESPA, en in het geval dat voor het project een RUP vereist is, zal de opmaak van het RUP en de procedurestappen via de afdeling ruimte verlopen. De projectregie, met name de opvolging van de ondersteunende studies, het vooronderzoek, de participatie- en overlegmomenten en de nazorg liggen in dat geval in handen van AG VESPA. Ook AG VESPA kan hiervoor een beroep doen op een extern studiebureau. Thans wordt voorgesteld om deze optie ook mogelijk te maken voor andere verzelfstandigde entiteiten van de groep stad Antwerpen.

Voor de financiële tussenkomst in de kosten voor de opmaak van het RUP en de bijhorende projectregiekosten wordt tussen de stad [of verzelfstandigde entiteit van de groep stad Antwerpen] en de (publiek-) private partij een overeenkomst afgesloten.  

De standaardovereenkomst bevat de algemene bepalingen en wordt eenmalig ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Afhankelijk van het project worden de specifieke bepalingen toegevoegd. 

Na goedkeuring van de standaardovereenkomst delegeert de gemeenteraad haar bevoegdheid tot het afsluiten van de globale overeenkomst aan het college. Ook de specifieke bepalingen die eventueel aan de standaardovereenkomst worden toegevoegd (projectafhankelijk) worden dus aan het college gedelegeerd.

Het blijft uiteraard de bevoegdheid van de gemeenteraad om te beslissen over de voorlopige vaststelling en  definitieve goedkeuring het eigenlijke RUP, zoals de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt.

Het beleid stelde op basis van het bestuursakkoord een rangorde van op te maken RUP’s op. De hierboven voorgestelde werkwijze maakt het mogelijk om RUP’s, die per definitie het algemeen belang dienen, maar die zonder doorrekening van de regiekosten niet onmiddellijk kunnen worden uitgevoerd, even snel als andere, meer prioritaire, RUP’s uit te voeren. De lijst van RUP’s zal jaarlijks door het beleid worden geactualiseerd. 

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
Wonen, economische functies en publieke voorzieningen zijn gevarieerd, nabij en bereikbaar in elk buurt- en districtscentrum
De ruimtelijke planningsprocessen zijn goed onderbouwd en hebben maatschappelijk draagvlak

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de standaardovereenkomst en legt dit ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

Artikel 2

Het college beslist de gemeenteraad te verzoeken om het goedkeuringsbevoegdheid van de globale overeenkomst met de (publiek-) private partij te delegeren aan het college.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.