Een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is één van de instrumenten om het ruimtelijk structuurplan uit te voeren. Het legt de bestemming en de bouwmogelijkheden vast voor een bepaald deel van de stad Antwerpen.
Het opmaken van een RUP is dan ook noodzakelijk wanneer een gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet kan verwezenlijkt worden binnen het vigerende juridisch kader (gewestplan, bijzonder plan van aanleg of RUP).
Volgens de plannen en projecten, opgenomen in de meerjarenplanning 2014-2019, wordt reeds de opmaak van een dertigtal RUP's voorzien. Dit is een niet limitatieve opgave.
Er zijn geen budgetten voorzien voor de opmaak van deze RUP’s. De reden daarvan is dat de dienst stadsontwikkeling/ruimte, tot vandaag de opmaak van RUP’s in eigen beheer deed en dit op basis van door het beleid gemaakte prioriteiten versus mankracht (mits uitbesteding van een aantal wettelijk verplichte of ondersteunende studies zoals Milieueffectenrapportage, MER-screenings of stedenbouwkundige ontwerpen, ...).
In zitting van 13 december 2013 (jaarnummer 12755) besliste het college dat de ruimtelijke planningsprocessen, waaronder het opmaken van alle RUP's, behoren tot de taak van de dienst stadsontwikkeling/ruimte. In het collegebesluit van 13 december 2013 staat vermeld: “De afdeling ruimtelijke planning wordt de sturende kracht in het stadsontwikkelingsbeleid door als unieke regisseur op te treden en dit ook verder naar de praktijk te vertalen (vergunningen). Deze versterkte regierol zal onder meer zichtbaar worden in de anticipatie op ruimtelijk planningsprocessen”.
In hetzelfde besluit besliste het college ook dat de uitvoering van de ontwikkelingsprojecten (stadsprojecten en vastgoed) verder zal gebeuren op de specifieke en gebiedsgerichte aanpak uit het verleden en dat dit van de stad Antwerpen zware engagementen vergt op het vlak van mijlpaalplanningen. Om de uitvoering van deze projecten op een performante manier tot een goed einde te brengen is een efficiënte organisatiestructuur noodzakelijk met een aantal specifieke kenmerken die nauw aanleunen bij privaat en innovatief ondernemerschap. Dit wordt opgenomen door AG VESPA.
Het college besliste in zitting van 9 mei 2014 (jaarnummer 3784):
Wat behelst de opmaak van een RUP?
Het opmaken van een RUP behelst meer dan het schrijven van voorschriften en het intekenen van een grafisch plan. Het is een intensief en tijdrovend planningsproces waarbij ruimtelijk onderzoek en participatie het grootste aandeel vormen van het uiteindelijke resultaat:
Welke grote stappen doorloopt een RUP-proces?
De stad Antwerpen selecteert in functie van de uitvoering van haar beleid de daarvoor vereiste RUP’s. In de meerjarenplanning ligt de nadruk op een aantal grote uitdagingen die versneld de opmaak van een RUP verwachten. Tegelijkertijd zou het wenselijk zijn om ook in te spelen op een aantal (publiek-) private initiatieven die het algemeen belang dienen (bijvoorbeeld het huisvesten van een toenemende bevolking en het creëren van bijkomende voorzieningen en tewerkstellingsplaatsen).
De budgetten en de VTE’s zijn echter momenteel niet toereikend om alle wenselijke RUP’s op te maken. Er dient dus gezocht te worden naar bijkomende middelen.
Daarom wordt voorgesteld om voor waardevolle initiatieven die het algemeen belang dienen, aan de (publiek-) private partij of grondeigenaar een bijdrage aan te rekenen voor de financiering van de gemeentelijke regiekosten die gepaard gaan met de opmaak en het procedureverloop van een RUP, alsook voor de bijhorende (verplichte) ondersteunende studies, het vooronderzoek, de participatie- en overlegmomenten en de nazorg (eventuele rechtsgeschillen, communicatie achteraf, informatie stadswebsite en beantwoorden van informatieve vragen).
Dit stelt de stad Antwerpen in staat om snel in te spelen op deze initiatieven. De opmaak van het RUP en de procedurestappen die doorlopen worden, verlopen steeds via de afdeling ruimte van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling. Zij kan daarvoor een beroep doen op een extern studiebureau.
Wanneer de regie van een project in handen is van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling kan zij voor de extra inspanningen op het vlak van projectregie, ook een beroep doen op een extern studiebureau.
Wanneer de regie van een project in handen is van AG VESPA, en in het geval dat voor het project een RUP vereist is, zal de opmaak van het RUP en de procedurestappen via de afdeling ruimte verlopen. De projectregie, met name de opvolging van de ondersteunende studies, het vooronderzoek, de participatie- en overlegmomenten en de nazorg liggen in dat geval in handen van AG VESPA. Ook AG VESPA kan hiervoor een beroep doen op een extern studiebureau. Thans wordt voorgesteld om deze optie ook mogelijk te maken voor andere verzelfstandigde entiteiten van de groep stad Antwerpen.
Voor de financiële tussenkomst in de kosten voor de opmaak van het RUP en de bijhorende projectregiekosten wordt tussen de stad [of verzelfstandigde entiteit van de groep stad Antwerpen] en de (publiek-) private partij een overeenkomst afgesloten.
De standaardovereenkomst bevat de algemene bepalingen en wordt eenmalig ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Afhankelijk van het project worden de specifieke bepalingen toegevoegd.
Na goedkeuring van de standaardovereenkomst delegeert de gemeenteraad haar bevoegdheid tot het afsluiten van de globale overeenkomst aan het college. Ook de specifieke bepalingen die eventueel aan de standaardovereenkomst worden toegevoegd (projectafhankelijk) worden dus aan het college gedelegeerd.
Het blijft uiteraard de bevoegdheid van de gemeenteraad om te beslissen over de voorlopige vaststelling en definitieve goedkeuring het eigenlijke RUP, zoals de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt.
Het beleid stelde op basis van het bestuursakkoord een rangorde van op te maken RUP’s op. De hierboven voorgestelde werkwijze maakt het mogelijk om RUP’s, die per definitie het algemeen belang dienen, maar die zonder doorrekening van de regiekosten niet onmiddellijk kunnen worden uitgevoerd, even snel als andere, meer prioritaire, RUP’s uit te voeren. De lijst van RUP’s zal jaarlijks door het beleid worden geactualiseerd.
Het college neemt kennis van de standaardovereenkomst en legt dit ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.
Het college beslist de gemeenteraad te verzoeken om het goedkeuringsbevoegdheid van de globale overeenkomst met de (publiek-) private partij te delegeren aan het college.