Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Warehousing & Warehouse Related Services Belgium nv - Belcrownlaan 23 - 2100 Deurne-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een nieuw opslagmagazijn.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Warehousing & Warehouse Related Services Belgium nv, Belcrownlaan 23, 2100 Deurne-Antwerpen, voor de exploitatie van een nieuw opslagmagazijn gelegen te 2100 Deurne-Antwerpen, Belcrownlaan 9-9A.
Het college beslist de milieuvergunning klasse 2, zoals geformuleerd in de argumentatie, te weigeren aan Warehousing & Warehouse Related Services Belgium nv, Belcrownlaan 23, 2100 Deurne-Antwerpen, voor de exploitatie van Vlaremrubriek 17.3.6.2.a - stookolieopslag gelegen te 2100 Deurne-Antwerpen, Belcrownlaan 9-9A.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
algemene milieuvoorwaarden – algemeen |
hoofdstukken 4.1 , 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
algemene milieuvoorwaarden – geluid |
hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater |
hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4; |
|
algemene milieuvoorwaarden - lucht |
hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10; |
|
algemene milieuvoorwaarden - licht |
hoofdstuk 4.6; |
|
elektriciteit |
hoofdstuk 5.12; |
|
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen |
hoofdstuk 5.15; |
|
gassen – gemeenschappelijke bepalingen |
hoofdstuk 5.16.1 en bijlage 5.16.5; |
|
gassen – koelinrichtingen / compressoren |
hoofdstuk 5.16.3; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders |
hoofdstuk 5.17.1 en bijlage 5.17.1; |
|
opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders |
hoofdstuk 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7; |
|
hout - algemeen |
afdeling 5.19.1; |
|
kunststoffen |
hoofdstuk 5.23; |
|
motoren met inwendige verbranding |
hoofdstuk 5.31; |
|
papier |
hoofdstuk 5.33; |
|
textiel |
hoofdstuk 5.41. |
Het college beslist dat exploitant volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen opgelegd in het bouwdossier, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiemavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 6 juni 2014 en eindigt op 6 juni 2034.
Het college beslist dat de vergunde inrichting dient in gebruik te worden genomen binnen de 3 jaar vanaf de datum van deze milieuvergunning, zoniet vervalt deze milieuvergunning van rechtswege.