Terug

2014_CBS_05815 - Milieuvergunningen Vlarem mededeling kleine verandering klasse 2 - Russo bvba, Taxandriastraat 41, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/177/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 06/06/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_05815 - Milieuvergunningen Vlarem mededeling kleine verandering klasse 2 - Russo bvba, Taxandriastraat 41, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/177/AV - Goedkeuring 2014_CBS_05815 - Milieuvergunningen Vlarem mededeling kleine verandering klasse 2 - Russo bvba, Taxandriastraat 41, 2170 Merksem-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/177/AV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 6quater paragraaf 4 van Vlarem I bepaalt dat het college akte neemt van een mededeling van een kleine verandering van een milieuvergunning klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Russo bvba - Taxandriastraat 41 - 2170 Merksem-Antwerpen. De aanvraag omvat de mededeling van een kleine verandering van een vergunde klasse 2-inrichting voor het uitbreiden van verfopslag.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de mededeling van een kleine verandering, zoals geformuleerd in de argumentatie.

Artikel 2

Het college beslist dat de exploitant dat de exploitant de vergunningsvoorwaarden van de lopende vergunningen dient na te leven.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

Onderstaande maatregelen dienen getroffen door de exploitant/eigenaar. De exploitant/eigenaar is verantwoordelijke voor de goede werking, voor het onderhoud en indien toepasselijk voor de bereikbaarheid bij brand van de onderstaande brandvoorzorgsmaatregelen.

  • Men dient snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m² beschikt.
  • Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant  (volgens de norm  NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
    Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
    De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
    De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
    De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.
  • De inrichting dient uitgerust met een automatische branddetectie installatie, van het type algemene bewaking.
    De automatische branddetectie installatie is ontworpen en uitgevoerd volgens de vigerende reglementen en normen, in het bijzonder de Belgische norm NBN S21-100.
    De keuze van de detectoren is aangepast aan de aanwezige risico's en in functie van een snelle ontdekking van de brand.
    De branddetectie installatie geeft automatisch een aanduiding van de brandmelding en de plaats ervan.
  • (conferatur Bijlage 6 basisnorm)
    Om de ontwikkeling en de verspreiding van brand en rook in het getroffen compartiment te beperken, dient het industriegebouw uitgerust met een rook- en warmte afvoerinstallatie (RWA-installatie).
    De RWA-installatie voldoet aan de voorwaarden vastgelegd in de norm NBN S 21-208-1, behoudens punten 18 en 19 van deze norm.
    Voor compartimenten waarvan de vloeroppervlakte kleiner is dan of gelijk is aan
    2 000 m² wordt evenwel de aerodynamische oppervlakte van de RWA-verluchters en de luchttoevoer berekend à rato van ten minste 2 % van de dakoppervlakte, dit op voorwaarde dat de hoogte van de gestapelde goederen en de hoogte van de bovenkant van de luchttoevoeropeningen maximaal 70 % van de hoogte tot de RWA-verluchters bedragen.
    De RWA-installatie wordt bediend door de automatische branddetectie installatie, met uitzondering van die gevallen waarin het compartiment uitgerust is met een automatische blusinstallatie van het type sprinkler of ruimtebeveiliging.
    Hierbij wordt, in afwijking van NBN S21-208-1, de RWA-installatie bediend door de alarmklep van de automatische blusinstallatie.
    Ze moet eveneens handmatig kunnen worden bediend door brandweer vanaf een centraal bedieningspaneel (ondergebracht in de centrale controle- en bedieningspost).
  • Bluswatervoorziening
    Primair bluswater
    Voor industriegebouwen van klasse B met oppervlakte < 1 000m² is de primaire bluswatervoorziening vastgelegd op een voeding door middel van het openbaar leidingnet van minimaal Ø 110 mm met een onmiddellijke beschikbaar debiet van tenminste 1 600 lpm, gedurende tenminste 2 uur [benaderd debiet van 2 ondergrondse hydranten type OH80].
    Indien er geen twee hydranten die minimum van het type OH80 zijn, indien de hydranten niet binnen de 60 meter van de inrichting liggen en indien de hydranten niet gevoed zijn door het openbaar leidingnet van minimaal Ø 110 mm dient men over een eigen watervoorraad (1 600 l/min *120 min = 192 m³) en een eigen leidingnet op druk voorzien van minimum twee BH80  te beschikken.
    De bewijsvoering van het vereiste debiet is ten laste van de eigenaar/exploitant en dient op eenvoudige vraag voorgelegd te kunnen worden. Voor wat betreft de openbare waterleiding kan een debietmeting aangevraagd worden bij de waterleverancier.
    De primaire bluswatervoorziening dient voorzien op niveau van het perceel.

Artikel 4

Het college wijst erop dat de verandering niet langer mag geëxploiteerd worden dan de vergunningstermijn van de lopende vergunningen, zijnde 24 januari 2034.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.