Terug

2014_CBS_06029 - Duurzame stad - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2012 - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 06/06/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_06029 - Duurzame stad - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2012 - Kennisneming 2014_CBS_06029 - Duurzame stad - Klimaatbeleid. Emissie-inventaris. Resultaten 2012 - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Op 9 januari 2009 ondertekende de stad Antwerpen het Europese Burgemeesterconvenant of ‘Covenant of Mayors’. Dit convenant is een initiatief van de Europese Commissie. Het heeft tot doel de burgemeesters van Europa’s meest vooruitziende steden te verenigen in een permanent netwerk voor de uitwisseling van goede praktijken ter bevordering van energie-efficiëntie in de stedelijke omgeving.

Van de deelnemende steden wordt verwacht dat zij ernaar streven verder te gaan dan de Europese 20-20-20 klimaatdoelstellingen. Met deze doelstellingen heeft de Europese Unie toegezegd om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen met ten minste 20% tegen 2020, evenals de verhoging van de energie-efficiëntie met 20% en het vergroten van het aandeel van duurzame energie tot 20%. De deelnemende steden dienen een actieplan voor een duurzaam energiebeleid in bij de Europese Commissie. Dit plan bevat een emissie-inventaris van broeikasgassen en een opsomming van de maatregelen om de doelstellingen te bereiken. Voorts wordt er periodiek een voortgangsrapport ingediend bij de Europese Commissie waarin de acties geëvalueerd worden.

Het college keurde op 14 september 2012 (jaarnummer 9577) de gunning goed voor het opmaken van een emissie-inventaris voor de jaren 2010 (uitvoering in 2012), 2012 (uitvoering in 2014) en 2014 (uitvoering 2016). Op 17 mei 2013 (jaarnummer 4880) nam het college kennis van de resultaten van de actualisering van de emissie-inventaris van broeikasgassen voor het jaar 2010.

Argumentatie

Resultaten

Deze emissie-inventaris kadert binnen de ondertekening van het Europees Burgemeestersconvenant. Hierin wordt gesteld dat er een nulmeting van de CO2-emissies dient te gebeuren voor een gekozen referentiejaar. Voor de stad Antwerpen is 2005 het referentiejaar. Om de voortgang in het stedelijk energie- en klimaatbeleid in kaart te brengen worden de cijfers tweejaarlijks geactualiseerd. Het voorliggend rapport is de actualisering van de emissie-inventaris voor het stedelijk grondgebied van de stad Antwerpen voor het jaar 2012. Het bevat ook beperkte updates van de CO2 emissie-inventarissen 2005, 2007 en 2010. Deze updates betreffen voornamelijk de emissies van het wegverkeer (de Vlaamse Milieumaatschappij is overgeschakeld op een ander verkeersmodel) en de emissiefactoren elektriciteit voor 2005 en 2007.

De emissie-inventaris wordt op twee manieren gepresenteerd. De eerste presentatievorm bevat de totale uitstoot van broeikasgassen op het stedelijk grondgebied, inclusief de uitstoot van de ETS-industrie (ETS = emissions trading scheme, het systeem van verhandelbare emissierechten voor energie-intensieve industrie), van de lokale energieproductie bij deze bedrijven en van de zeevaart, de luchtvaart, de natuur en de landbouw. Deze sectoren zijn niet vereist voor de rapportage voor het Burgemeestersconvenant, aangezien ze grotendeels buiten het bereik van stedelijk beleid vallen en minder geschikt zijn om de voortgang van dat stedelijk beleid op te volgen. De tweede presentatievorm bevat met andere woorden de cijfers die aan het Europese bureau van het Burgemeestersconvenant overgemaakt zullen worden. 

Totale rapportage (inclusief ETS, zee- en luchtvaart, natuur en landbouw)

kton CO2-equivalent 2005 2007 2010 2012 2012 tov 2005
residentieel 1.044 952 910 808 -23%
handel en diensten (incl. stedelijke diensten) 748 895 710 651 -13%
transport (incl. stedelijke vloot, zee- en luchtvaart) 1.255 1.265 1.226 1.226 -2%
industrie (ETS en niet-ETS) 13.170 11.298 11.977 11.257 -15%
lokale energieproductie (ETS en niet-ETS) 906 1.558 1.537 1.467  +62%
natuur en landbouw 7 6 16 12 +71%
totaal 17.130 15.974 16.384 15.420  -10%

Rapportage voor Burgemeestersconvenant (exclusief ETS, zee- en luchtvaart, natuur en landbouw)

kton CO2-equivalent 2005 2007 2010 2012 2012 tov 2005
residentieel 1.093 1.064 960 858 -22%
handel en diensten (excl. stedelijke diensten) 695 814 714 644 -7%
transport (excl. stedelijke vloot, zee- en luchtvaart) 978 990 940 934 -4%
industrie (niet-ETS) 290 243 300 276 -5%
lokale energieproductie (niet-ETS) 258 277 223 234 -9%
stedelijke diensten 130 118 100 81 -38%
stedelijke vloot 8 8 9 9 +14%
totaal 3.452 3.515 3.247 3.036 -12%

Het verschil tussen de twee tabellen van (vooral) de residentiële sector vindt zijn oorsprong in de lokale elektriciteitsproductie. Lokale elektriciteitsproductie heeft een gunstigere CO2-emissiefactor dan de gemiddelde Belgische energiemix. Meer lokale elektriciteitsproductie betekent minder te importeren elektriciteit van buiten het Antwerps grondgebied. In de ETS-industrie wordt ongeveer 42,6 % van het elektriciteitsverbruik zelf opgewekt (voornamelijk wartmtekrachtkoppeling). In de totale rapportage heeft dit ook een gunstig effect op de gehanteerde CO2-emissiefactor van het elektriciteitsverbruik van huishoudens, handel en diensten. In de rapportage voor het Burgemeestersconvenant bedraagt de lokale energieproductie 13,4%, zodat voor het saldo de hogere gemiddelde Belgische CO2-emissiefactor geldt.

Bespreking per sector

De totale uitstoot aan CO2-equivalenten voor het jaar 2012 bedraagt 15.420 kiloton (kton). In 2005 was dit 17.130 kton. Ten opzichte van 2005 stellen we dus een daling vast van 10%. De rapportage voor het Burgemeestersconvenant komt uit op een totale uitstoot van 3.036 kton. Dit is een daling met 12% ten opzichte van referentiejaar 2005.

Residentieel / huishoudens

De huishoudens hebben 22% minder CO2 uitgestoten dan in 2005. Deze reductie bestaat uit: 14% door een verminderd graad gecorrigeerd energieverbruik, 3% door een daling van de emissiefactor voor elektriciteit ten opzichte van 2005 en 5% door een switch in het aandeel stookoliegebruikers naar aardgas. Een daling van 14% in het energieverbruik is opmerkelijk gezien op Vlaams niveau (Energiebalans Vlaanderen) een daling van slechts 5% wordt opgetekend. Mogelijke verklaringen zijn te vinden in de (in die periode) versnelde plaatsing van zonnepanelen; de Vlaamse en federale premies en belastingvoordelen; de energiescans, premies en groene leningen van de stad Antwerpen voor energiebesparende maatregelen; versnelde renovatie en energiezuinige nieuwbouw.

Handel en diensten

De sector handel en diensten (exclusief stedelijke diensten) heeft een totaal resultaat dat 7% lager ligt dan in 2005. Opmerkelijk is wel dat het energieverbruik 3% hoger ligt dan in 2005. De reductie van CO2-equivalenten wordt verklaard door een verschuiving van brandstoffen, met name van stookolie en elektriciteit naar onder meer gas. In deze sector is er duidelijk nog potentieel voor wat betreft reductie van emissies door het voeren van een gericht beleid.

Transport

In de totaalrapportage (inclusief lucht- en zeevaart) tekent de transportsector een CO2-reductie van 2% op ten opzichte van 2005. Wegverkeer blijft verantwoordelijk voor de meeste emissies (71%) binnen deze categorie. In de rapportage voor het Burgemeestersconvenant bedraagt het aandeel van het wegverkeer 92% van de totale transportemissies. De emissies voor wegverkeer zijn bijna status quo gebleven ten opzichte van 2005, wat ook op Vlaams niveau bevestigd wordt. De uitstoot door personenwagens heeft het overheersende aandeel in de CO2-emissies. Het aandeel nieuw verkochte wagens met een lage CO2-uitstoot blijft stijgen. Maar doordat het wagenpark blijft groeien en het aantal kilometer dat gereden wordt op jaarbasis blijft stijgen, nemen de CO2-emissies door personenwagens nog altijd toe. De CO2-emissie door het zwaar vrachtverkeer blijft de laatste jaren nagenoeg op hetzelfde niveau. De emissies van tramverkeer vallen wel helemaal weg door de overschakeling op 100% hernieuwbare energie. Binnenvaart en spoorverkeer tekenen een significante reductie op in emissies.

Industrie

Met ongeveer 11.000 kton aan CO2-emissies is de Antwerpse ETS-industrie veruit de grootste bron van broeikasgassen op stedelijk grondgebied. Met een vermindering van 15% tegenover 2005 is er een betekenisvolle bijdrage van de industrie (ETS en niet-ETS) aan de totale daling in emissies. Het energieverbruik steeg evenwel met 6% in dezelfde periode. De daling van emissies is toe te schrijven aan de afbouw van de lachgasemissies bij salpeterzuurproductie en een sterk verminderd verbruik van zware stookolie ten voordele van aardgas. De daling bij de niet-ETS is veel beperkter (5%). Met betrekking tot de industrie is er duidelijk nog potentieel voor reductie van emissies door het voeren van een gericht beleid.

Lokale energieproductie

De lokale energieproductie van ETS-bedrijven nam fors toe ten opzichte van 2005. Het betreft voornamelijk energie afkomstig van warmtekrachtkoppelingen en in mindere mate van windenergie en zonnepanelen.

Landbouw en natuur

Landbouw en natuur hebben in Antwerpen geen significant aandeel in de CO2-emissies en -opname.

Stedelijke diensten en vloot

De stedelijke diensten tekenen een reductie van 38% aan CO2-emissies op. Dit is grotendeels toe te schrijven aan de overschakeling op een groenestroomcontract. Sinds 2005 is het verbruik voor verwarming en warm water gedaald met 4%; het elektriciteitsverbruik is gestegen met +13%. De stad verduurzaamt haar eigen patrimonium met energiebesparende investeringen: in de periode 2011 en 2012 werden in stadsgebouwen en stedelijke scholen energiebesparende en zichzelf terugverdienende investeringen ter waarde van  respectievelijk 5,15 en 7,95 miljoen euro uitgevoerd. De stijging in de emissies door de stedelijke vloot is toe te schrijven aan de stijging in het verbruik van diesel voor veegwagens.

Conclusie

In de totaalrapportage is er in 2012 10% minder CO2 uitgestoten dan in 2005. Uit de rapportage voor het Burgemeestersconvenant blijkt voor 2012 een totale uitstoot van 3.036 kton CO2-equivalenten. De ambitie van de stad Antwerpen is een reductie met 20% CO2-equivalenten tegen 2020 ten opzichte van 2005. Vandaag tekenen we een reductie op met 12 %. Wanneer we de ambitie van 20% lineair zouden uitzetten zouden we in 2012 een reductie van 9,3% moeten gemeten hebben. De stad Antwerpen zit dus op schema. Enkele kanttekeningen zijn evenwel noodzakelijk. De Belgische emissiefactor voor elektriciteit is fors gedaald, maar het Belgische productiepark ondergaat de volgende jaren wellicht wijzigingen met een hogere emissiefactor tot gevolg. Een belangrijke daling is behaald dankzij een shift in het brandstofgebruik van stookolie naar gas. Deze shift is eindig. Alle sectoren tekenen reducties op, uitgezonderd de transportsector en specifiek het wegverkeer.

De ambitie van de stad Antwerpen voor de stedelijke diensten en stedelijke vloot is een halvering van de emissies. Om die doelstelling over een periode van 15 jaar (2005-2020) te halen zou, in een lineaire vertaling, in 2012 een reductie van 23,33% moeten vastgesteld zijn om op koers te zitten. Dit is nu 35 % voor diensten en vloot samen, wat betekent dat de stad Antwerpen momenteel op koers zit om de doelstelling van 50% te halen en haar voorbeeldfunctie realiseert. Kanttekening hierbij is dat deze daling grotendeels te danken is aan de aankoop van groene stroom voor openbare gebouwen en openbare verlichting. Ook het stookolieverbruik van de stedelijke diensten is over de jaren heen significant gedaald. Het resterende gedeelte om de 50%-doelstelling te halen zal enkel gerealiseerd kunnen worden met doorgezette investeringen in energiebesparende maatregelen.

Verder gebruik van de gegevens

De emissie-inventaris 2012 is basisinformatie voor de actualisering van het klimaatactieplan die nu lopende is. De resultaten van de emissie-inventaris zullen ontsloten worden voor de stedelijke diensten en het grote publiek. De cijfergegevens worden overgemaakt aan de Europese Commissie in het kader van het Burgemeestersconvenant.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de resultaten van de actualisering van de emissie-inventaris van broeikasgassen voor het jaar 2012.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

Het college geeft volgende opdracht:

Dienst Taak
SW/EMA rapportering van de cijfergegevens aan de Europese Commissie in het kader van het Burgemeestersconvenant 

 


Bijlagen

  • 13519_ANT_Rapport_Finaal.pdf