Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing: decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
De gemeenteraadsbeslissingen van 20 maart 2000 (jaarnummer 619) en 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307) waarbij de districtsbesturen bevoegd zijn tot het verlenen van advies inzake lokaal verkeersbeleid. Indien het stadsbestuur deze adviezen niet opvolgt, dient de beslissing uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
De te reglementeren openbare weg behoort tot het beheer van de stad Antwerpen.
Het aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer Provinciestraat, in het district Antwerpen, werd op 17 januari 2014 (jaarnummer 443) door het college goedgekeurd.
De Provinciestraat bevat meerdere zones 30 schoolomgeving.
Ze maakt deel uit van het Antwerps grondgebied waar de quadvoertuigen op stadswegen verboden zijn, uitgezonderd vergunningshouders.
Ook is ze deels opgenomen in een zone 30, gekend als nummer 8b “Zurenborg”.
De Provinciestraat is opgenomen in de zone “parkeren met beperkte parkeertijd binnen de Singel” met het oog op het betalend- en bewonersparkeren.
Het district Antwerpen ontvangt klachten van fietsers over de onveilige situatie ter hoogte van de Plantin en Moretuslei. In samenspraak met de dienst mobiliteit werd de situatie bekeken en beslist om een opstelvak voor fietsers te voorzien ter hoogte van de Plantin en Moretuslei.
Het aanvullend verkeersreglement dient aangepast te worden:
Parkeerbalans: het voorzien van een opstelvak voor fietsers heeft geen invloed op het aantal parkeerplaatsen.
De districtsraad geeft gunstig advies over het volgend ontwerp van een aanvullend reglement met betrekking tot de politie van het wegverkeer voor de Provinciestraat in het district Antwerpen ter vervanging van het aanvullend reglement, goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 17 januari 2014 (jaarnummer 443):
Artikel 1: het eenrichtingsverkeer uitgezonderd voor fietsers wordt ingevoerd:
De verkeersborden C1 en F19 met onderbord worden aangebracht.
Artikel 2: het parkeren wordt verboden, langs de oneven zijde, vanaf de Van den Nestlei tot de scheiding van de nummers 243-247.
Een gele onderbroken streep wordt op de trottoirband aangebracht.
Artikel 3: het parkeren wordt verboden langs de even zijde:
De verkeersborden E1 worden aangebracht.
Artikel 4: het parkeren wordt verboden langs de oneven zijde, ter hoogte van het nummer 55-53, over een afstand van15 meter.
Het verkeersbord E1 met onderbord wordt aangebracht.
Artikel 5: het parkeren wordt uitsluitend toegelaten voor voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap:
langs de even zijde:
langs de oneven zijde:
De verkeersborden E9a met onderbord worden aangebracht.
Artikel 6: de rijbaan wordt vanaf de scheiding van de nummers 11-9 tot de Carnotstraat verdeeld in rijstroken.
Voorsorteringspijlen en een stopstreep worden gemarkeerd voor de verkeerslichten aan het kruispunt met de Carnotstraat.
Het verkeersbord F13 wordt aangebracht.
Artikel 7: een fietspad wordt gemarkeerd door twee evenwijdige witte onderbroken strepen, langs de even zijde, tussen het nummer 14 en de Carnotstraat.
Artikel 8: een stopstreep wordt gemarkeerd voor de verkeerslichten aan het kruispunt met de:
Artikel 9: een oversteekplaats voor voetgangers wordt gemarkeerd door witte banden, evenwijdig met de as van de rijbaan:
Artikel 10: een verkeersgeleider wordt gemarkeerd door middel van witte evenwijdige schuine strepen, in het midden van de rijweg, van het nummer 226 tot aan de Plantin en Moretuslei.
Artikel 11: parkeerzones worden gemarkeerd door middel van witte markeringen, langs de even zijde:
Artikel 12: parkeervakken worden gemarkeerd door middel van witte markeringen op de voorbehouden plaatsen voor personen met een handicap en het pictogram wordt op het wegdek aangebracht.
Artikel 13: een opstelvak voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen wordt gemarkeerd:
De verkeersborden F14 worden aangebracht.