Terug

2014_CBS_06465 - Capaciteit onderwijs - Principe Lokale Beheerstructuur Onderwijsinfrastructuur - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/06/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_06465 - Capaciteit onderwijs - Principe Lokale Beheerstructuur Onderwijsinfrastructuur - Goedkeuring 2014_CBS_06465 - Capaciteit onderwijs - Principe Lokale Beheerstructuur Onderwijsinfrastructuur - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

De stad, wijken en buurten worden voor bewoners aantrekkelijker als er een goed aanbod is aan onderwijsvoorzieningen. De inplanting van nieuwe scholen moet daarom beter afgestemd worden op:

  • stedelijke (her)ontwikkelingen en;
  • goed geïnventariseerde noden op het vlak van onderwijscapaciteit.

Private ontwikkelaars krijgen oog voor scholenbouw omdat een aanbod aan onderwijsvoorzieningen de aantrekkingskracht van een ontwikkeling verhoogt. De stad Antwerpen heeft op dit vlak een eerste belangrijke stap gezet door in haar ‘Bouwcode’ een onderwijstoets op te nemen. Voor grote projecten worden met andere woorden systematisch inspanningen gevraagd van de ontwikkelaar om behoeften op het vlak van onderwijs en andere voorzieningen mee in te vullen.

Bovendien worden schoolgebouwen multifunctioneler: 

  • Gedeeld gebruik waarbij er meer en meer sprake is van medegebruik binnen één ruimtelijk programma (voorbeeld onderwijs) door verschillende onderwijsniveaus of 'netten', organisaties in buurt- of jeugdwerk, enzovoort;
  • Gecombineerd gebruik met publieke functies, maar met een eigen ruimtelijk programma; kinderopvang, sportaccomodatie, enzovoort;
  • Multifunctioneel programma ('stapelen') waarbij scholen geïntegreerd worden in een programma met bijvoorbeeld winkelen, wonen, zorg, enzovoort. De verweving van meerdere functies in een polyvalent complex maakt de realisatie daarvan ook voor private ontwikkelaars een economisch haalbaar verhaal.

Binnen dergelijke evolutie zal de focus zich verleggen van eigendomsverwerving (elke school een eigen schoolgebouw) naar huur. De Vlaamse Gemeenschap kent in dat verband sinds kort de figuur van de ‘beschikbaarheidstoelage’ (voorlopig met beperkte middelen).

Maatschappelijk vastgoed, zoals een schoolgebouw, heeft een solide reputatie (stabiliteit huurders) en komt aldus in aanmerking (net zoals zorgvastgoed en overheidsgebouwen) voor alternatieve financiering.

De stad Antwerpen kampt met een aanzienlijk capaciteitstekort en tracht reeds verschillende jaren met beperkte middelen en mogelijkheden op lokaal vlak oplossingen te bieden.

Het capaciteitstekort kan slechts deels worden weggewerkt via de traditionele subsidiëringsmechanieken die een lange doorlooptijd kennen en vaak gepaard gaan met complexe procedures. 

Argumentatie

Beheerstructuur
Met de lokale taskforce capaciteit is de stad Antwerpen erin geslaagd om netoverschrijdend een deel van het capaciteitsprobleem op te lossen. Dit overlegmodel wil de stad Antwerpen nu verrijken met een lokale beheerstructuur die rekening houdt met voormelde vaststellingen en noden. Deze beheerstructuur heeft tot doel:

  1. eenmasterplan capaciteit’ uit te werken met aan de vraagzijde de noden aan extra scholenbouw en aan de aanbodzijde een overzicht van percelen in de stad Antwerpen die ingezet kunnen worden voor scholenbouwprojecten, bij voorkeur met een flankerend stedelijk programma (zie alternatieve technieken);
  2. een ‘beslissingsboom’ of ‘roadmap’ uit te werken waarin naast de reguliere procedés en geldstromen voor scholenbouw (AGION-middelen, DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’, capaciteitsmiddelen) ook alternatieve technieken op het vlak van realisatie en financiering van scholenbouw worden opgelijst;
  3. op grond van die ‘beslissingsboom’ of ‘roadmap’ inrichtende machten te faciliteren bij projecten;
  4. proactief alternatieve technieken aan te sturen en op te volgen.

De beheerstructuur wordt ingesteld vanuit de regiefunctie van het stadsbestuur maar omvat tevens een betrokkenheid van alle onderwijsnetten.

Alternatieve technieken
Private ontwikkelingen op private terreinen
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat bij grote bouw- of verkavelingsprojecten projectvergaderingen kunnen worden georganiseerd die uitmonden in een gezaghebbend advies. Een projectvergadering kan dus een belangrijk draagvlak creëren voor een integrale gebiedsontwikkeling en tevens de nodige stedenbouwkundige zekerheid verlenen aan een initiatiefnemer.

Om die reden kan het stadsbestuur ‘oproepprocedures’ organiseren waarbij het ontwikkelaars oproept om dossiers in te dienen voor stedelijke ontwikkelingen (op eigen gronden) met integratie van een polyvalent complex waarin onderwijs, samen met andere ondersteunende of aanvullende functies, een plaats vindt. Deze dossiers zouden dan prioritair het voorwerp kunnen uitmaken van projectvergaderingen en dus op korte termijn tot een rechtszekere ontwikkeling kunnen leiden.

Private ontwikkelingen op publieke terreinen
Talrijke ruimtelijk interessante sites behoren tot het (openbaar of privaat) domein van de stedelijke overheid in ruime zin.

Het stadsbestuur kan aan de hand van de figuur van de domeinconcessie (zie domeinconcessie) ‘oproepen voor stadsontwikkeling op gemeentelijke gronden’ lanceren. Bij de selectie kan dan de voorkeur worden gegeven aan projecten die er in slagen om een gemengde realisatie naar voor te schuiven waarvan het programma beantwoordt aan bepaalde ruimtelijke noden, zoals de creatie van de nodige onderwijscapaciteit.

De figuur van de domeinconcessie heeft voordelen voor de stedelijke overheid en voor de private ontwikkelaars:

  • de stedelijke overheid kan de totstandkoming van onderwijsvoorzieningen aansturen via het selectieproces, en moet niet definitief afstand doen van het in concessie gegeven grondstuk.
  • de private ontwikkelaars kunnen een anders voor hen niet-beschikbare stedelijke projectgrond kunnen ‘verwerven’ waarop een stedelijk programma kan worden gerealiseerd.

Via de domeinconcessie kunnen ook leegstaande gebouwen van de stedelijke overheid in ruime zin ter beschikking worden gesteld van inrichtende machten.

De domeinconcessie is een administratief contract tussen een overheid en een concessiehouder om een gedeelte van het (openbaar of privaat) domein van de overheid privaat te ontwikkelen. De domeinconcessie mag niet verward worden met een concessie van openbare werken in de zin van de overheidsopdrachtenwetgeving, aangezien de werken in het kader van een concessie van openbare werken in de eerste plaats gericht zijn op openbare dienstverlening en deze werken moeten beantwoorden aan de normen en behoeften van de aanbestedende overheid. De toewijzing van een domeinconcessie is daarentegen niet aan de overheidsopdrachtenregelgeving onderhevig.

Alternatieve financiering
Naast de ‘gewone’ bekostigingswijzen van onderwijsinfrastructuur zijn er voor inrichtende machten diverse mogelijkheden om private gelden aan te trekken om scholen te bouwen of te financieren: de uitgifte van vastgoedcertificaten, de uitgifte van obligaties, de creatie van een vastgoedbevak, enzovoort.

Aangezien maatschappelijk vastgoed meestal solide huurders heeft, is het aantrekken van private gelden via dergelijke financieringskanalen meer dan realistisch (conform de voorbeelden in de residentiële ouderenzorg, waarbij talrijke zorgvoorzieningen worden gerealiseerd middels obligatieleningen).

Omtrent de wenselijkheid en ‘aantrekkelijkheid’ van deze alternatieve financieringsmodellen kan een kort marktonderzoek worden georganiseerd. In het kader van de hierboven voorgestelde oproepprocedures kan ook aan kandidaten voor een projectvergadering of een domeinconcessie gevraagd worden om zelf een haalbaar ‘alternatief financieringsmodel’ uit te werken. 

Beslissingsboom of 'roadmap'
In tegenstelling tot eerder aangekondigde modellen, is de lokale beheerstructuur geen instrument om op stadsgronden via vereenvoudigde DBFM-formules (Design Build Finance and Maintain) scholen ter beschikking te stellen aan inrichtende machten. Een grondig onderzoek via een pilootproject leidde tot een aantal knelpunten met betrekking tot het opstarten van zo’n DBFM ‘light’ waarna geoordeeld werd de opdracht van zo’n lokale beheerstructuur ruimer te bekijken.

De op te richten lokale beheerstructuur zal een nieuwe visie op scholenbouw ontwikkelen en helpen realiseren:

  • ‘geïntegreerde’ ontwikkelingen: mix van onderwijs- met andere maatschappelijke functies (wonen, recreatie, commercieel,…). Dit heeft voordelen voor financierbaarheid;
  • de overstap van de idee dat elke school haar eigen schoolgebouw heeft, naar huur, huurkoop, enzovoort (laat beter toe om in te spelen op capaciteitsnoden);
  • gedeeld gebruik opnemen in het concipiëren en ontwerpen van schoolgebouwen opnemen om de bezettingsgraad te verhogen en kosten en ruimte te sparen door functies naast of op elkaar te plaatsen op eenzelfde locatie;
  • gecombineerd gebruik door gezamenlijk te bouwen met andere publieke functies en ook hierdoor kosten en ruimte te sparen. 

Samen met alle betrokken bedrijfseenheden van de stedelijke overheid zal de beheerstructuur de geschetste nieuwe modellen en technieken duidelijk analyseren en uitschrijven en een masterplan capaciteit uitwerken (supra).

Na opmaak van een masterplan capaciteit moet de beheerstructuur als expertisecentrum de stad actief bijstaan op grond van een afwegingskader voor verschillende modellen (met +/- en toetsing aan concrete dossier):

Type bouw:

  • reguliere scholenbouw;
  • multifunctioneel (school)gebouw.

Soort ontwikkeling:

  • geïntegreerde ontwikkeling met flankerende functies;
  • geïntegreerde ontwikkeling door private ontwikkelaar (eventueel via oproep);
  • concessiemodel met selectie geïntegreerde ontwikkeling (eventueel via oproep).

Financieringsmogelijkheden:

  • financiering of subsidiëring;
  • DBFM;
  • alternatieve financiering;
  • huur (beschikbaarheidsvergoeding);
  • combinatie.

Beleidsdoelstellingen

4 - Lerende en werkende stad
Er is voldoende onderwijscapaciteit in Antwerpen zodat alle leerlingen een geschikte plaats hebben
De capaciteitsuitdagingen werden aangepakt door gegevensverzameling en analyse, afspraken en afstemming met alle partners en het uitwerken van (vernieuwende) oplossingen
De capaciteitsuitdagingen in het basisonderwijs zijn aangepakt

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het principe van de Lokale Beheerstructuur Onderwijsinfrastructuur goed.

Artikel 2

Ter voorbereiding van de oprichting van de lokale beheerstructuur geeft het college opdracht aan:

Dienst

Taak 

CS/AOB
  • oprichting van een stuurgroep die de vorm van een lokale beheerstructuur als expertisecentrum uitwerkt en de rol van de stad binnen die lokale beheerstructuur definieert;
  • bijeenroepen van de stuurgroep en agenda bewaken zodat een uitgewerkt voorstel tot oprichting van een lokale beheersstructuur afgerond wordt voor 30 november 2014;
  • voorbereiding van een collegebesluit in december 2014 tot de oprichting van de lokale beheerstructuur.

CS/AOB, SB/Vastgoed,
SW/vergunningen, SW/ruimte, SSO, SC
en CS 

  • aanwijzen van medewerkers voor deelname aan de stuurgroep;
  • actief bijdragen tot het definiëren van de rol van de stad en haar respectieve diensten in de uitwerking van de vorm van een lokale beheerstructuur zodat de voorgestelde deadline van 30 november 2014 gehaald kan worden.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.