Het college delegeerde zijn aanstellings-, ontslag- en tuchtbevoegdheid in zitting van 2 oktober 2009 (jaarnummer 13860) aan de stadssecretaris.
De gemeenteraad besliste op 25 oktober 2010 (jaarnummer 1460) dat tijdens de afwezigheid van de stadssecretaris volgende personen als waarnemer kunnen worden aangeduid: hetzij een lid van het managementteam omwille van de decretale opdrachten die het managementteam heeft, hetzij de secretaris van het OCMW aangeduid omwille van zijn decretale opdrachten en in het kader van de samenwerking tussen stad en OCMW.
Volgens art. 82 van het gemeentedecreet oefent de waarnemend stadssecretaris alle bevoegdheden uit die aan het ambt zijn verbonden. Gelet op de bovengenoemde delegatie door het college van burgemeester en schepenen van de aanstellings-, ontslag-, en tuchtbevoegdheid aan de stadssecretaris, delegeert het college deze aanstellings-, onstlag- en tuchtbevoegdheid eveeens aan de waarnemend stadssecretaris, in geval van gewettigde afwezigheid van de stadssecretaris.
Door deze principebeslissing van het college is de waarnemend stadssecretaris bijgevolg eveneens bevoegd voor het aanstellen, ontslaan en tucht van het personeel, in geval van gewettigde afwezigheid van de stadssecretaris.
Volgens artikel 86 van het Gemeentedecreet is de stadssecretaris rechtstreeks bevoegd voor het dagelijkse personeelsbeheer. Deze bevoegdheid wordt eveneens uitgeoefend door de waarnemend stadssecretaris voor de periode van gewettigde afwezigheid van de stadssecretaris, in de mate dat de stadssecretaris deze bevoegdheid niet verder heeft gedelegeerd.
Omwille van een recent arrest van de Raad van State (nr. 227.558 van 27 mei 2014) is het aangewezen deze gedelegeerde bevoegdheid van aanstelling, ontslag en tucht als principe eveneens te delegeren aan de waarnemend stadssecretaris voor elke gewettigde afwezigheid van de stadssecretaris.
Conform artikel 58 van het Gemeentedecreet kan het college de aanstellings-, ontslag- en tuchtbevoegdheid delegeren aan de stadssecretaris bij wijze van reglement.
Volgens art. 81, §2, 3e lid van het Gemeentedecreet kan de stadssecretaris in geval van gewettigde afwezigheid binnen drie dagen voorzien in zijn vervanging en daartoe, voor een periode van maximaal zestig dagen, een door de gemeenteraad erkende waarnemer aanstellen. Die maatregel kan voor eenzelfde afwezigheid eenmaal worden verlengd.
Het college beslist principieel de aanstellings-, tucht- en ontslagbevoegdheid, zoals gedelegeerd aan de stadssecretaris op 2 oktober 2009 (jaarnummer 13860), eveneens te delegeren aan de waarnemend stadssecretaris, in geval van gewettigde afwezigheid van de stadssecretaris.