Terug

2014_CBS_08294 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vervoer Frans Gommeren bvba - Antwerpsebaan 42 - haven 722. Dossiernummer AN2014/352/AVG - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 22/08/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_08294 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vervoer Frans Gommeren bvba - Antwerpsebaan 42 - haven 722. Dossiernummer AN2014/352/AVG - Goedkeuring 2014_CBS_08294 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Vervoer Frans Gommeren bvba - Antwerpsebaan 42 - haven 722. Dossiernummer AN2014/352/AVG - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Vervoer Frans Gommeren bvba - Antwerpsebaan 42 - haven 722 - 2040 Antwerpen.
De aanvraag omvat de exploitatie van een transportbedrijf.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Vervoer Frans Gommeren bvba, Antwerpsebaan 42, haven 722, 2040 Antwerpen, om op hetzelfde adres een transportbedrijf te exploiteren.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale milieuvoorwaarden van toepassing zijn:

Algemene milieuvoorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden   – algemeen

hoofdstuk 4.1,   4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8

algemene   milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en   bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6

algemene   milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk   4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4

algemene   milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en   bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10

Sectorale milieuvoorwaarden:

bedrijfsafvalwaters  

afdeling 5.3.2 en   bijlage 5.3.2

garages,   parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15

gassen –   gemeenschappelijke bepalingen

afdeling 5.16.1   en bijlage 5.16.5

gassen –   koelinrichtingen / compressoren

afdeling 5.16.3

opslag van   gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1   en bijlage 5.17.1

opslag van   gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3   en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7

brandstofverdeelinstallaties   voor motorvoertuigen

afdeling 5.17.5

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere en brandweervoorwaarden dient na te leven:

Bijzondere milieuvoorwaarden:

  • het lozen van huishoudelijk afvalwater in oppervlaktewater is enkel toegestaan mits het plaatsen van een goed gedimensioneerde individuele waterbehandelingsinstallatie (IBA);
  • het lozen van bedrijfsafvalwater dat mogelijk koolwaterstoffen bevat in oppervlaktewater is enkel toegestaan mits behandeling met een koolwaterstofafscheider met coalescentiefilter;
  • de exploitant laat het nodige onderhoud en metingen uitvoeren zodat voldaan wordt aan de bepalingen van het besluit van Vlaamse Regering van 8 december 2006 betreffende onderhoud en nazicht van centrale stooktoestellen voor de verwarming van gebouwen;
  • de exploitant laat een keuring uitvoeren van de olietank van 3 000 liter;
  • binnen zes maanden na aflevering van de milieuvergunning wordt een bewijs dat de exploitant aan bovenstaande punten voldoet, overgemaakt aan het college, p/a dienst milieuvergunningen, Grote Markt 1, 2000 Antwerpen;
  • de lege recipiënten opgeslagen in de werkput moeten zo snel mogelijk afgevoerd worden door een erkende afvalophaler.

Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte), waardoor in de werkplaats 4 blustoestellen en in het bureel blustoestel vereist is. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC – dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals bijvoorbeeld de brandstofverdeelinstallatie.

Muurhaspels

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Bovengrondse hydrant

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm diameter dient voorzien dient voorzien nabij de inrit van het terrein, op een plaats waar brandweervoertuigen kunnen opstellen.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 22 augustus 2014 en eindigt op 22 augustus 2034.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.