Terug

2014_CBS_08549 - Verkeersregelfilosofie - Nota afbouw verkeerslichten - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 22/08/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_08549 - Verkeersregelfilosofie - Nota afbouw verkeerslichten - Goedkeuring 2014_CBS_08549 - Verkeersregelfilosofie - Nota afbouw verkeerslichten - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Op 22 juni 2012 (jaarnummer 06562) ging het college, onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting, principieel akkoord om te participeren in:

  • de cofinanciering van de verkeerscentrale in 2013;
  • het vernieuwen van de verkeersregelaars tussen 2012 en 2015;
  • een vervollediging van het telematicanetwerk op stadswegen tegen 2015;
  • de cofinanciering en begeleiding van verkeerskundige studies tussen 2012 en 2015 en de monitoring ervan.

Het college gaf tevens de opdracht om na te gaan welke verkeerslichten in de stad Antwerpen kunnen verdwijnen of niet aangesloten hoeven te worden op de nieuwe verkeerscentrale.

In zitting van 29 januari 2013 (jaarnummer 00035) keurde de gemeenteraad het bestuursakkoord 2013 - 2018 goed. Het bestuursakkoord verwijst herhaaldelijk naar de noodzaak van een vlotte doorstroming:

  • "we leggen een heldere en leesbare hiërarchie van wegen vast die de doorstroming van het verkeer in en uit de stad garandeert";
  • "de stad streeft naar een optimale mix van vervoermiddelen waarbij elk vervoermiddel op zijn sterke punten wordt uitgespeeld";
  • "een vlotte doorstroming, inclusief voorrang aan de verkeerslichten, zorgt mee voor een efficiënt OV-net (resolutie 183)";
  • "we zetten prioritair in op het bestrijden van sluipverkeer. Een heldere hiërarchie in de verschillende wegtypes vergroot de doorstroming van het verkeer en verbetert de leesbaarheid van het wegennet";
  • "woongebieden die binnen de structurele assen liggen, worden geleidelijk zone 30. Om deze zone 30 af te dwingen, wordt het wegbeeld waar nodig aangepast aan het snelheidsregime. Het invoeren van een zone 30 gaat onder meer gepaard met het afschaffen van tal van verkeerslichten."

Het college keurde op 25 oktober 2013 (jaarnummer 10832) de beleidsnota 'doorstroming verkeerslichten' goed.

De nota "Naar minder verkeerslichten in 't Stad" wordt nu ter kennisgeving vooorgelegd.

Argumentatie

Om een goede bereikbaarheid te garanderen van (groot)stedelijke activiteiten en voorzieningen in de stad Antwerpen, werkt de stad Antwerpen aan een samenhangend, eenduidig en leesbaar netwerk van stedelijke ontsluitingswegen. Binnen dit netwerk worden woongebieden geleidelijk aan verder afgebakend en uitgebouwd tot zones 30, waarbinnen de focus ligt op veilige straten met overwegend ‘traag’ bewonersverkeer. In een zone 30 zijn verkeerslichten principieel niet nodig en wenselijk, gezien ze de verkeersfunctie versterken ten nadele van de verblijfsfunctie.

De stad Antwerpen investeert, samen met het Vlaams gewest, in een nieuwe centrale verkeerscomputer. Deze nieuwe verkeerscomputer moet de verkeersregelaars op de verschillende kruispunten beter coördineren, de werking ervan beter monitoren en telgegevens verzamelen. Voor dit project is het noodzakelijk dat verouderde verkeersregelaars vernieuwd worden door verkeersregelaars met meer technologische mogelijkheden. In de praktijk betekent dit meestal dat het volledige kruispunt vernieuwd dient te worden. Bovendien moeten de vernieuwde regelaars via het glasvezelnetwerk verbonden worden met de centrale verkeerscomputer. Voor kruispunten waar er in de onmiddellijke omgeving nog geen glasvezelleidingen beschikbaar zijn, betekent dit ook een aanzienlijke investering in de connectiviteit. Door deze dubbele investeringskost (vernieuwing verkeerslichten en uitbreiding glasvezelnetwerk) moet overwogen worden of het opportuun is om op bepaalde kruispunten de verkeerslichten te supprimeren mits een eventuele aanpassing van de kruispuntinrichting.

In de beleidsnota "doorstroming verkeerslichten" werden uitgangspunten vastgelegd voor het bepalen van de doorstromingskwaliteit en wachttijden aan verkeerslichten. De nota "Naar minder verkeerslichten in 't Stad" gaat uit van het gegeven dat er ergens verkeerslichten staan en stelt zich in hoofdzaak enkel de vraag: zijn de verkeerslichten nog nodig in functie van een vlotte en veilige verkeersafwikkeling en zijn hiervoor infrastructurele aanpassingen nodig aan het kruispunt? Het verkeersveilig functioneren van het kruispunt is steeds een primaire eis.

In het verleden werden verkeerslichten voornamelijk geplaatst vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid of omwille van de toenemende verkeersdrukte op een kruispunt. De noodzaak van verkeerslichten op een kruispunt kan in de loop van de jaren verdwijnen. Indien bijvoorbeeld de verkeersintensiteit van één van de belangrijkste kruisende verkeersstromen afneemt, kan een situatie ontstaan waarbij het niet langer nodig is om het verkeer met verkeerslichten te regelen. In dat geval kan worden overwogen om de betreffende verkeerslichten te verwijderen.

De beslissing om over te gaan tot het uitschakelen en verwijderen van verkeerslichten dient echter zorgvuldig te gebeuren. Verkeerslichten kunnen pas worden verwijderd en eventueel vervangen door een andere kruispuntvorm, indien aan de volgende vijf voorwaarden is voldaan:

  1. de situatie voldoet aan de criteria voor verwijdering, welke betrekking hebben op de totale verkeersbelasting van het kruispunt (intensiteitscriterium) en op de oversteekbaarheid van de weg (wachttijdcriterium);
  2. op het betreffende kruispunt is geen sprake van een sturingsnoodzaak waarvoor verkeerslichten vanuit verkeersmanagement optiek benodigd zijn;
  3. op het betreffende kruispunt is geen sprake van prioritering van doelgroepen;
  4. de nieuwe verkeerssituatie ter plaatse is het gevolg van een verklaarbare ontwikkeling en is structureel van aard;
  5. de verkeerslichten zijn gedurende een bepaalde periode uitgeschakeld geweest, waarbij een bevredigende en veilige verkeersafwikkeling is geconstateerd.

Voordat de verkeerslichten uiteindelijk worden verwijderd, moet worden gekeken of de geometrische vormgeving van het kruispunt geschikt is (en of de voorrangsregeling duidelijk is aangegeven) om in een situatie zonder verkeerslichten een vlotte en veilige verkeersafwikkeling te garanderen. Als dat niet het geval is, is de aanpassing van de vormgeving vereist. Deze infrastructurele aanpassingen kunnen overigens ook al (tijdelijk) vereist zijn om een verkeerslicht veilig te kunnen uitschakelen.

In de ambtelijke werkgroep werden voorlopig een 40-tal kruispunten geselecteerd die in aanmerking komen voor nader onderzoek naar de mogelijkheden om de verkeerslichten op termijn te verwijderen. De lijst omvat alle lichtengeregelde kruispunten gelegen binnen de zone 30, gekend als nummer 2 ‘Binnenstad’, en kruispunten waarvoor een dubbele investering dreigt, in kader van een eventuele aansluiting op de nieuwe centrale verkeerscomputer. In de voorliggende nota zijn de resultaten opgenomen van een 15-tal locaties die reeds werden onderzocht. Op basis van de beoordeling van alle criteria  kunnen volgende resultaten worden voorgelegd:

Voor 4 kruispunten blijkt dat de verkeerslichten noodzakelijk zijn/blijven. Het betreft de verkeerslichten op de volgende kruispunten:

  • Ankerrui - Oude Leeuwenrui - Hessenplein;
  • Brouwersvliet - Oude Leeuwenrui - Falconplein;
  • Sint-Katelijnevest - Lange en Korte Nieuwstraat;
  • Sint-Katelijnevest - Kipdorp.

Voor 2 kruispunten blijkt dat de huidige verkeerslichten niet noodzakelijk of zelfs ongewenst zijn, omdat ze meer nadelen meebrengen dan voordelen. Deze kunnen, mits een positieve evaluatie op het einde van de uitschakelperiode, worden verwijderd zonder bijkomende maatregelen. Het betreft de verkeerslichten op de volgende kruispunten:

  • Paleisstraat - Bresstraat - Boudewijnsstraat - Sint-Laureisstraat;
  • Deelkruispunt Geefstraat - Schoenmarkt.

Voor 8 kruispunten blijkt dat de huidige verkeerslichten niet noodzakelijk of zelfs ongewenst zijn, omdat ze meer nadelen meebrengen dan voordelen. Deze kunnen, mits een positieve evaluatie op het einde van de uitschakelperiode EN mits een (grondige) infrastructurele aanpassing aan het kruispunt, worden verwijderd. Het betreft de verkeerslichten op de volgende kruispunten:

  • Vlaamsekaai – Kloosterstraat - Scheldestraat - Graaf van Egmontstraat;
  • Minderbroedersrui - Lange Koepoortstraat - Klapdorp - Sint-Paulusstraat - Huikstraat;
  • Huidevettersstraat - Schuttershofstraat - Komedieplaats;
  • Dambruggestraat - Oranjestraat;
  • Driehoekstraat - Geestenspoor;
  • Heidestraat - Walstraat - Oudestraat;
  • Oudaan (voetgangersoversteek);
  • Balansstraat - Broederminstraat.

Voor een aantal van bovenstaande kruispunten dienen flankerende, infrastructurele maatregelen te worden genomen vóór de aanvang van de uitschakelprocedure.

Eén lichtengeregelde oversteekplaats, namelijk in de Jan van Gentstraat is reeds verwijderd tijdens de recente heraanleg van de fietspaden langs de Singel.

Beleidsdoelstellingen

3 - Mobiele stad
Stad en haven zijn bereikbaar, (verkeers)leefbaar en verkeersveilig
Een vlotte multimodale verkeersstructuur is ontwikkeld op het niveau van de stad en de randgemeenten
Stadsbrede beleidskaders inzake mobiliteit zijn opgesteld

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de nota "Naar minder verkeerslichten in 't Stad" goed.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/MOB gesprekken opstarten met de districten met betrekking tot de financiering van noodzakelijke infrastructurele ingrepen
SW/MOB alle voorbereidingen treffen voor de stapsgewijze uitschakeling van verkeerslichten op de 10 weerhouden kruispunten

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen

  • 20140606_Afbouw_vri_Antwerpen_beleidsnota_def..pdf