Overeenkomsten
Het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Vlarema) bepaalt dat textielafval als huishoudelijke afvalstof gescheiden aangeboden moet worden en verder afzonderlijk moet gehouden worden bij ophaling of inzameling.
Het Uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen (UMBHA) bepaalt de minimum inzamelwijze verplicht te organiseren door gemeenten voor textiel als volgt:
| minimum inzamelwijze | inzamelmodaliteit | aanbevolen minimumfrequentie |
| containerparken en huis-aan-huis | 4 keer per jaar bij huis-aan-huis |
OF
| minimum inzamelwijze | inzamelmodaliteit | aanbevolen minimumfrequentie |
| containerparken en containers | containers: 1 per 1.000 inwoners |
Het UMBHA bepaalt ook dat textielinzameling moet gebeuren door een geregistreerde textielinzamelaar en dat de gemeenten hiervoor vooraf hun toestemming moeten geven.
Uit een arrest van het Hof Van Cassatie van 17 december 2010 volgt dat de gemeente verantwoordelijk is voor
het inzamelen en het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen en dat zij deze ophaling kan reguleren. Deze bepalingen sluiten echter niet uit dat, in zoverre de gemeente het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen niet heeft gereglementeerd, andere personen huishoudelijke afvalstoffen mogen ophalen met inachtneming van de bepalingen van het Afvalstoffendecreet.
Op 28 april 2008 keurde de gemeenteraad de overeenkomst (jaarnummer 765) goed die de stad voor drie jaar afsluit met organisaties om textiel op het grondgebied van de stad Antwerpen in te zamelen. Tot medio 2011 had de toenamelige bedrijfseenheid stadsbeheer een overeenkomst met drie organisaties afgesloten: vzw Mensenzorg en vzw De Kindervriend voor huis-aan-huisinzameling en de vzw Oxfam Solidariteit voor textielinzameling via containers op de containerparken.
De overeenkomst met vzw Mensenzorg en vzw De Kindervriend liep medio 2011 formeel af. Deze overeenkomst werd afgesloten met ingangsdatum 1 juni 2008 met een looptijd van 3 jaar en eindigde dus op 1 juni 2011. De overeenkomst met vzw Oxfam Solidariteit werd door de stad Antwerpen overgenomen van de vzw Recyclant en liep tot eind 2011.
De organisaties hebben bij afloop van de formele overeenkomsten een aanvraag voor verlenging van de overeenkomst ingediend. Daarnaast heeft de bedrijfseenheid stadsbeheer ook van andere organisaties vragen gekregen om een overeenkomst voor textielinzameling af te sluiten. De bedrijfseenheid stadsbeheer heeft alle aanvragen voorlopig geweigerd in afwachting van een bijsturing van het textielbeleid.
|
Organisatie |
Inzamelwijze |
|
Nemo Trading |
containers |
|
Mitar vzw |
huis-aan-huis |
|
Benelux - Textiel BVBA |
containers |
|
Talbi Driss |
|
|
Curitas nv |
containers |
|
VICT BVBA |
containers |
|
VHS - Europ |
|
|
De Kringwinkel |
|
|
Wereld Missie Hulp |
containers |
De straatbeeldmonitor
Een medewerker van de straatbeeldmonitor is de textielcontainers in het straatbeeld in kaart aan het brengen. Op basis van de eerste vaststellingen blijkt dat deze containers vaak op privédomein (aan kerken, supermarkten, station, …) staan maar ook op locaties die op het eerste zicht niet duidelijk te definiëren zijn als privé-of openbaar domein. De geïnventariseerde containers zijn bovendien eigendom van verschillende inzamelaars: VICT (meeste containers), Wereld Missie Hulp, Secundus, VHS Europ, Curitas nv, Belgotex. De stad Antwerpen heeft hiervoor geen enkele overeenkomst met de inzamelaars afgesloten.
Overlast
Enkele jaren geleden heeft de stad Antwerpen een aantal textielcontainers op openbaar domein van ambtswege laten verwijderen. De textielcontainers trokken heel wat sluikstort aan en waren voor buurtbewoners een doorn in het oog. De bedrijfseenheid stadsbeheer blijft meldingen ontvangen over sluikstort aan kledingcontainers.
De stad Antwerpen wil een textielbeleid uittekenen waardoor zij zich niet alleen in orde stelt met de geldende regelgeving, maar ook duidelijkheid schept aan de verschillende textielinzamelaars.
1 Principes waarop we het textielbeleid in de stad Antwerpen baseren
1.1 Sturen van het volledige inzamelproces van de textielfractie
Textiel kan volgens het UMBHA zowel via containers als via een huis-aan-huis-ophaling ingezameld worden. Containers kunnen volgens het uitvoeringsplan zowel op privédomein, openbaar domein, als in containerparken geplaatst worden. De bedrijfseenheid stadsbeheer wil het volledige overzicht van de inzameling behouden.
1.2 Een afvalbeleid afgestemd op het wettelijk kader
Lokale besturen zijn wettelijk verplicht om textiel afzonderlijk in te zamelen. De bedrijfseenheid stadsbeheer wil deze afvalinzameling in de geest van het materialendecreet uitvoeren. Het materialendecreet richt zich op het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen. In de afvalfase willen we hergebruik boven recycleren, energieterugwinning en verwijdering stimuleren.
De minimum inzamelwijze als absoluut minimum verplicht te organiseren door gemeenten voor textiel is in het UMBHA als volgt vooropgesteld:
|
Fractie |
Minimum inzamelwijze |
Inzamelmodaliteit |
Aanbevolen minimumfrequentie |
| Textielafval |
Containerparken en huis-aan-huis |
Containers: 1 per 1000 inwoners |
4 x per jaar bij huis-aan-huis-inzameling |
1.3 Een toegankelijk en net openbaar domein
Textiel is geen hinderlijk afval omdat het geen gevaar of overlast inhoudt. Textiel is in principe geen afvalfractie die mensen in grote volumes bijhouden of waar mensen snel vanaf willen geraken. De stockage voor deze afvalfractie vormt meestal ook geen probleem.
Containers en andere afvalrecipiënten op het openbaar domein zorgen daarentegen regelmatig voor klachten. Afvalrecipiënten trekken soms sluikstort aan. Ze betekenen dikwijls een obstakel op het openbaar domein wat een invloed heeft op de mobiliteit van zwakke weggebruikers en op een vlotte doorgang voor kinderwagens en rolstoelen.
2 Het kader
2.1 Samenwerking met de non-profitsector
Textiel is een afvalfractie die financiële opbrengsten levert. De stad opteert om geen commerciële spelers meer toe te laten voor de textielinzameling maar wenst hiervoor samen te werken met de non-profit sector. De non-profitsector gebruikt de inkomsten die ze ontvangt voor de verkoop van kledij voor sociale doeleinden.
Het college beslist om een textielbeleid uit te tekenen dat gebaseerd is op volgende uitgangspunten:
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SB | Textielbeleid verder uitwerken, rekening houdend met de goedgekeurde uitgangspunten |