Op 18 december 2009 (jaarnummer 18605) besliste het college om een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) op te maken voor de zone tussen Oudebaan, Moerelei en Boomsesteenweg. Het RUP houdt rekening met volgende uitgangspunten:
Op 11 juni 2010 (jaarnummer 7031) keurde het college de procesnota voor de opmaak van het RUP goed om in de zone tussen Oudebaan, Moerelei en Boomsesteenweg detailhandel mogelijk te maken.
Op 29 maart 2013 (jaarnummer 3244) heeft het college de opmaak van een verkeersmodel voor de Boomsesteenweg aan Grontmij nv gegund.
Op 23 september 2013 (jaarnummer 585) keurde de gemeenteraad de beleidsnota detailhandel goed waarin de Boomsesteenweg is geselecteerd als baanwinkelgebied.
Doorheen de jaren is de Boomsesteenweg uitgegroeid tot een groothandelslint. Daarom zeggen het provinciaal ruimtelijk structuurplan (RSPA) en het strategisch Ruimtelijk Structuurplan van de stad Antwerpen (s-RSA) dat er op deze locatie detailhandel mogelijk moet zijn. Het s-RSA vernoemt expliciet de driehoek tussen Oudebaan, Moerelei en Boomsesteenweg. Ook de beleidsnota detailhandel vraagt om ruimte te voorzien voor grootschalige detailhandel langs de Boomsesteenweg.
Volgens de huidige bestemming, industriegebied, is detailhandel echter een functie die hier haar plaats niet kent. Om de beleidsdocumenten af te stemmen op de juridische werkelijkheid is een RUP noodzakelijk. Het stopzetten van de industriële activiteiten op de Henschel-site is de directe aanleiding voor de opmaak van het RUP.
De voorliggende richtnota tracht de wens om dit gebied te optimaliseren voor detailhandel in overeenstemming te brengen met het mobiliteitsprofiel van de omgeving. Uit de modelering blijkt dat de Boomsesteenweg sterk is verzadigd en dat de vrije capaciteit zeer beperkt is. Er is echter geen één op één relatie tussen de vrije capaciteit en oppervlakte detailhandel die ontwikkeld kan worden. Niet alle vormen van detailhandel genereren per oppervlakte evenveel mobiliteitsdruk. In de richtnota is daarom gezocht naar een flexibel systeem dat beide uitersten een plaats biedt.
Daarnaast vraagt de procesnota om in te zetten op beeldkwaliteit, duurzaamheid en ruimtelijke inpasbaarheid. Hoe er met regenwater wordt omgegaan bepaalt sterk de duurzaamheid in het plangebied. Het RUP zal de verstrengde gewestelijke verordening hemelwater moeten incorporeren. Beeldkwaliteit verzekeren is niet evident met de grote onzekerheid over wat er komt. Om deze vragen te verzekeren is een strakker juridisch kader noodzakelijk.
Flexibiliteit en strakheid combineren, dat is de zoektocht voor dit RUP. De gewenste structuur van het RUP vertrekt vanuit een kader dat vastgelegd wordt en velden daartussen die ruimte bieden voor flexibiliteit. Groene corridors verdelen het plangebied in drie grote velden.
In die velden is de eerste functie detailhandel. Per aanvraag wordt er, om clustering te bevorderen, een minimum oppervlakte van 5.000m² bruto vloeroppervlakte (BVO) detailhandel opgelegd. Elke unit moet, overeenkomstig met de definitie van grootschalige detailhandel, minstens 1.500m² BVO groot zijn. Er zijn drie zones voor detailhandel. In elke zone wordt puur om een billijke verdeling van de oppervlakte detailhandel tussen de verschillende velden te bevorderen, een maximum opgelegd en dit in verhouding tot de terreinoppervlakte:
Naast detailhandel mogen de volgende functies zonder beperking in oppervlakte: KMO, ReCa en recreatie.
De groene corridors bieden plaats aan de infiltratievoorzieningen en moeten voldoende volume bieden om ten opzichte van de volumes van de detailhandelszaken een tegengewicht te bieden. Daarom is voldoende breedte en groenmassa noodzakelijk.
De ontsluiting van de detailhandel voor bezoekers wordt op de Boomsesteenweg geënt met zo min mogelijk in- en uitritten. Het hele parkeersysteem moet doorverbonden worden om alle handelszaken even eenvoudig bereikbaar te maken zowel van en naar het noorden als van en naar het zuiden. Zo wordt de Oudebaan niet bijkomend belast met bezoekersverkeer. Door het laden en lossen wel op de Oudebaan te voorzien, wordt het vrachtverkeer van het bezoekersverkeer gescheiden.
Met de A12 aan de voordeur en detailhandel in de tuin, zullen de enkele woningen langs de Boomsesteenweg nog minder woonkwaliteit bieden. Bovendien is een grootschalige ontwikkeling aangewezen. Daarom wordt voorgesteld om, als stok achter de deur aan het opstellen van het RUP een onteigeningsplan te koppelen.
Nadat de richtnota is goedgekeurd, moet het bestemmingsplan worden opgesteld en de voorschriften worden uitgeschreven. Om te zorgen dat het plan effectief uitvoerbaar is, is overleg met eigenaars, uitbaters en bewoners noodzakelijk.
Art. 2.2.13.§1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zegt dat het college belast is met het opmaken van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en de nodige maatregelen tot opmaak neemt.
Het collegebesluit van 10 juli 2008 (jaarnummer 8600) dat de decretale procedure van opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan aanvult. In dit collegebesluit wordt de goedkeuring door het college van proces- en richtnota vermeld.
Het college keurt de richtnota voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Oudebaan', district Wilrijk, goed
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
|
SW/R |
om de richtnota toe te lichten en te bespreken met het betrokken districtscollege en GECORO |
|
SW/R |
om Handel&Industrie Wilrijk (HIW) te betrekken |
|
SW/R en WI-SL/WO/SWO |
om een participatietraject met de eigenaars op te zetten |