Terug

2014_CBS_07469 - Filmcel. Oprichting economisch filmfonds - Antwerp Film Bonus - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 18/07/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Liesbeth Homans, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_07469 - Filmcel. Oprichting economisch filmfonds - Antwerp Film Bonus - Goedkeuring 2014_CBS_07469 - Filmcel. Oprichting economisch filmfonds - Antwerp Film Bonus - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiële opmerkingen

In de meerjarenbegroting van de stad is voor het fonds elk jaar 100.000,00 EUR voorzien.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 §3 1° van het Gemeentedecreet stelt dat het college bevoegd is voor het beheer van het openbaar domein.

Aanleiding en context

Filmcel – algemeen kader

De filmcel van de stad Antwerpen werd in 2001 opgericht, met als doelstelling de stad zoveel mogelijk in beeld te brengen als het decor van tv- en filmproducties. Langspeelfilms, kortfilms, maar ook tv-producties, reclamespots, promotiefilms of afstudeerprojecten kunnen rekenen op de steun van de filmcel. De combinatie van historische en moderne architectuur en het grote aantal originele locaties maakt Antwerpen populair als filmlocatie. De filmcel zorgt daarbij voor een optimale ondersteuning vanuit de stad.

Voorbeelden in binnen- en buitenland bewijzen dat het inrichten van een dergelijke filmcoördinatiecel actief bijdraagt tot de algemene city marketing en promotie van de stad Antwerpen.

Resultaten

Jaar

Producties

Draaidagen

2004

45

490

2005

95

702

2006

111

750

2007

145

848

2008

154

891

2009

127

626

2010

178

598

2011

262

624

2012

289

945

2013

301

1079

Het ondersteuningsbeleid van de filmcel bestaat uit een zeer verregaande logistieke ondersteuning. De filmcel gaat ook actief op zoek naar locaties en gebouwen voor opnames die gratis of tegen gunstige huurvoorwaarden kunnen ter beschikking worden gesteld. In principe geeft de stad Antwerpen géén financiële ondersteuning aan film- en tv producties.

Filmcel – evolutie

Het kader voor dit ondersteuningsbeleid is de laatste jaren grondig veranderd:

  • het model van de Antwerpse filmcel en het Antwerpse ondersteuningsbeleid werd in tal van steden en gemeenten gekopieerd;
  • andere steden, gemeenten of provincies voorzien wél bedragen voor het aantrekken van tv- en filmproducties.
  • in de directe omgeving van Antwerpen werden enkele economische filmfondsen opgericht:
    • Screen Flanders – economisch fonds van het Vlaams Gewest;
    • Wallimage – economisch fonds van het Waals Gewest;
    • Bruxellimages - economisch fonds van het Brussels Gewest;
    • Rotterdam Media Fonds - economisch fonds van de stad Rotterdam.

Dit maakt dat de positionering van de stad Antwerpen als filmstad dient te worden herbekeken om het ondersteuningsbeleid ook naar de toekomst toe succesvol te houden.

De sector geeft aan dat er 3 belangrijke redenen zijn waarom zij draaien in Antwerpen:

  • de stad als uniek decor en kader waar heel veel verschillende settings (oude stad – nieuwe stad – haven – , …) op een kleine oppervlakte terug te vinden zijn;
  • de goede en professionele ondersteuning door de Antwerpse filmcel;
  • het feit dat héél veel Vlaamse acteurs in het Antwerpse wonen, wat een belangrijke impact heeft op verplaatsingskosten.

De 2 belangrijkste aspecten die zij missen in de stad Antwerpen zijn:

  • een goede multifunctionele binnenlocatie die kan gebruikt worden als studio voor diverse binnenscènes, bij voorkeur gekoppeld aan productieruimte/lokalen;
  • financiële ondersteuning.

Ook al werden er de voorbije jaren steeds méér producties in de stad gedraaid; het aantal internationale producties blijft vrij beperkt. Er was in het verleden wel interesse van enkele grotere producties, bijvoorbeeld uit Bollywood. Deze producties vragen echter ook steeds financiële ondersteuning van de gaststad.

Op Vlaams niveau werd in 2012 het economisch filmfonds 'Screen Flanders'opgericht, net met het doel onze regio ook op internationaal vlak te laten meespelen.

Argumentatie

Indien de stad Antwerpen toonaangevend wil blijven in deze sector en ook in de toekomst grote nationale en internationale producties wil aantrekken, dringt zich een aanpassing van het ondersteuningsbeleid op. De stad legt de komende jaren zelf ook meer internationale klemtonen op het vlak van citymarketing.

Antwerpen wil daarom vanaf 2015 middelen voorzien (er is 100.000,00 EUR per jaar voorzien in de meerjarenbegroting) om enerzijds via film- en televisieproducties de internationale uitstraling van de stad te versterken en anderzijds er voor te zorgen dat de geïnvesteerde middelen ten goede komen van de lokale economie in het algemeen en de lokale audiovisuele sector in het bijzonder.

Economisch filmfonds

De ondersteuningsmodellen van steden die citymarketingfondsen inzetten om producties aan te trekken, zorgen er enerzijds wel voor dat deze steden en gemeenten in beeld komen, maar zorgen voor geen blijvend effect. De industrie wordt niet verankerd in het economisch weefsel van de stad.

Economische fondsen verstrekken toelagen aan producenten, voor producties die in een regio of stad worden geproduceerd, op voorwaarde dat het verstrekte bedrag (of een veelvoud ervan) terugvloeit naar de multimediasector van die stad. Dergelijke fondsen hebben het voordeel dat ze rechtstreeks effect hebben op de lokale economie en een verankering van de sector stimuleren.

Het Vlaams Gewest heeft met die bedoeling in 2012 Screen Flanders gelanceerd. Dit economisch fonds heeft al 49 projecten ondersteund met een return van meer dan 400% voor Vlaanderen. Voorbeelden hiervan zijn de series The White Queen en Breakdown/The Missing (coproducties met de BBC) en The Team. Voor de opnames van The Team streek het productiehuis een 40-tal dagen neer in Antwerpen (coproductie met Network Movie en Nordisk Film).
Ook Wallonië heeft een economisch filmfonds: Wallimage. Steeds meer buitenlandse filmploegen draaien in Wallonië. Bekende Franse voorbeelden zijn François Ozon met zijn laatste film 'Potiche', de kaskraker 'Le Petit Nicolas' of de Frans-Belgische coproductie 'Rien à Déclarer' met Benoît Poelvoorde. Ook de Britten hebben Wallimage ontdekt. Topregisseur Ken Loach maakte zijn voetbalfilm 'Looking for Eric' met steun van het fonds.

Antwerp Film Bonus

De Antwerp Film Bonus heeft 2 doelstellingen:

  • aantrekken van internationale projecten of Vlaamse projecten met een internationaal parcours en zo de internationale uitstraling versterken – in lijn met de strategie internationale stadsmarketing;
  • stimuleren van audiovisuele producties en daaruit voortvloeiend de audiovisuele sector in Antwerpen en de lokale economie in de stad.
De Antwerp Film Bonus wil daarbij complementair zijn aan de andere bestaande fondsen in onze regio (V.A.F., Screen Flanders, ...). Enkel producties die van deze fondsen steun toegezegd kregen, komen in aanmerking voor de "bonus". Dit is ook logisch, gezien de onderlinge verhouding tussen de Vlaamse en de Antwerpse budgetten.
 
Deze manier van werken heeft 2 voordelen:
  • voor de producenten: geen dubbele administratieve lasten: het dossier dat door deze fondsen wordt goedgekeurd, volstaat als kandidaatstelling voor de Antwerp Film Bonus (op voorwaarde dat er in Antwerpen wordt gefilmd);
  • voor de stad Antwerpen: binnen de bestaande fondsen zit voldoende expertise om deze dossiers zowel inhoudelijk als economisch te evalueren. Hier hoeft binnen de stad geen specifieke expertise voor te worden opgebouwd.
Binnen de goedgekeurde dossiers die zich tevens kandidaat stellen voor de Antwerp Film Bonus wordt vervolgens door de stad de volgende evaluatie gemaakt:
  1. enkel producties (films, series, documentaires, ...) die een belangrijk internationaal potentieel hebben en er dus kunnen voor zorgen dat de internationale uitstraling van de stad wordt versterkt, komen in aanmerking. Dit wordt onder meer geëvalueerd aan de hand van het script, de producent, regisseur, distributie, internationaal mediaplan, ... ;
     
  2. producties die dit internationaal potentieel hebben, worden gewogen aan de hand van hun economische return voor de lokale economie van de stad. De return wordt gequoteerd via een puntensysteem. Er worden punten toegekend op basis van aantal draaidagen in de stad (per draaidag is er een economische return), aantal overnachtingen in de stad, gebruik van personeel (regisseur, acteurs, location managers, enzovoort ....) uit de stad.

    Vooraf zal bepaald worden wat het minimale aantal punten is dat een productie sowieso moet scoren om ondersteund te worden (= minimale economische return voor de stad).

    Het puntensysteem moet transparant en zo eenvoudig mogelijk zijn. 
     
  3. gezien de beschikbare middelen (100.000,00 EUR per jaar) wordt er naar gestreefd 1 à 2 producties die de internationale uitstraling van de stad versterken per jaar te ondersteunen. Meer producties is niet zinvol, gezien dit zou leiden tot een te grote versplintering van de beschikbare middelen, wat het voor zowel de stad als de producenten oninteressant maakt.
    De middelen worden enkel gebruikt wanneer er zich producties aandienen die aan de gestelde voorwaarden voldoen. 
Met de producties die ondersteund worden, wordt een contract afgesloten. Naast een aantal praktische modaliteiten met betrekking tot de ondersteuning (bijvoorbeeld: steun wordt in 2 schijven uitbetaald: 50% bij goedkeuring ondersteuning, andere 50% na controle uitgaven. Gehele of gedeeltelijke terugvordering van de ondersteuning indien niet wordt voldaan aan de criteria. ...) wordt daarin ook afgesproken welke return de stad krijgt in de vorm van citymarketing acties (toeristische acties, premières, gezamenlijke promoties, ....).
 
Reglementair kader

De oprichting van een dergelijk fonds vergt de creatie van een reglementair en institutioneel kader.

De bedrijfseenheid ondernemen en stadsmarketing/evenementen en film vraagt met dit besluit aan het college om een principiële goedkeuring over het basisprincipe van de Antwerp Film Bonus, om vervolgens met alle betrokken instanties de concretisering van het fonds op alle vlakken te realiseren. Bedoeling is om de Antwerp Film Bonus in 2015 te lanceren.

Beleidsdoelstellingen

5 - Bruisende stad
Evenementen versterken de verschillende troeven van de stad op lokaal, nationaal en internationaal niveau
Het faciliteren van evenementen en filmproducties over het ganse grondgebied onderstreept de verschillende troeven van de stad
Het is eenvoudig, klantvriendelijk en efficiënt om digitaal evenementen- en filmtoelatingen aan te vragen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de oprichting van een economisch filmfonds voor de stad Antwerpen, de "Antwerp Film Bonus", goed. 

Artikel 2

Het college gaat akkoord met de basisprincipes van de Antwerp Film Bonus, zoals in dit besluit toegelicht.
Deze basisprincipes moeten nu verder geconcretiseerd worden in een reglementair en institutioneel kader. 

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
OS/EF het concreet reglementair en institutioneel kader van de Antwerp Film Bonus uit te werken met de betrokken stadsdiensten (BZ/JUR, IF, ...) enerzijds en in overleg met de betrokken Vlaamse instanties (Screen Flanders, Agentschap Ondernemen, ....) anderzijds.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.