Terug

2014_CBS_07602 - Onroerend Erfgoed - Advieskader monumentenzorg - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 18/07/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Liesbeth Homans, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_07602 - Onroerend Erfgoed - Advieskader monumentenzorg - Goedkeuring 2014_CBS_07602 - Onroerend Erfgoed - Advieskader monumentenzorg - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

In het bestuursakkoord 2014-2019 speelt het vrijwaren van onroerend erfgoed in onze stad een belangrijke rol. Deze beleidskeuze werd vertaald in de doelstelling rond onroerend erfgoed, waarin specifieke aandacht gaat naar de adviesverlening over onroerend erfgoed binnen het proces van stedenbouwkundige vergunningen.

Er is nood aan een geobjectiveerd en transparant advieskader waardoor het voor het beleid en voor de burger duidelijk is waar het stedelijk onroerend erfgoedbeleid op inzet en op welke manier onroerend erfgoedwaarden in het vergunningentraject worden meegenomen.

Dit punt werd verdaagd in de zitting van 4 juli 2014.

Argumentatie

Waarom een advieskader monumentenzorg?
Het Antwerps (beschermd en niet-beschermd) onroerend erfgoed is het resultaat van eeuwen menselijke activiteit. Het is van groot belang dit erfgoed duurzaam te behouden en te beheren zonder daarbij de noodzakelijke dynamiek van de stadsontwikkeling of het erfgoed zelf te hypothekeren.

Een overkoepelende en gestructureerde aanpak binnen het brede domein van de onroerend erfgoedzorg is wenselijk. De afdeling stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg wil vooral wat betreft advisering van bouw- en infrastructuurprojecten duidelijkheid scheppen in de werking. Om een monumentenbeleid zo efficiënt mogelijk uit te voeren is het van groot belang om zo vroeg mogelijk de betrokken partners te informeren en te adviseren. Een maximale inbedding zowel in het algemeen ruimtelijk beleid als bij de ontwikkeling van concrete projecten is daarvoor essentieel.

De stad heeft nood aan gedifferentieerde en goed geargumenteerde adviezen, die rekening houden met de actuele visies op erfgoedzorg. Behoud en ontwikkeling gaan daarbij hand in hand. Adviezen dienen onderbouwd en doordacht te zijn, gebaseerd op inhoudelijke kennis, zodat ze rekening houden met een evenwichtige beoordeling en een aanvaardbare impact op de ruimtelijke ontwikkelingen hebben.

Het voorliggend advieskader schetst de context waarbinnen gewerkt wordt en objectiveert de methodiek en de criteria die door de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg worden gehanteerd bij het voorbereiden en opmaken van adviezen in het kader van de beoordeling van stedenbouwkundige aanvragen. Bij die beoordeling wordt naar een haalbaar en gedragen standpunt gezocht dat behoud en ontwikkeling verzoent.

Wat wordt er geadviseerd?
De dienst monumentenzorg geeft een formeel advies bij bouwaanvragen die:

  • betrekking hebben op beschermde goederen;
  • bij panden die opgenomen zijn op de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed;
  • bij panden die vermeld worden in de gedrukte inventarissen ‘Bouwen door de eeuwen heen’;
  • bij panden die gelegen zijn binnen CHE-gebieden (gebieden met culturele, historische en/of esthetische waarde).

Samen vormen deze categorieën ongeveer 15 procent van het totaal aantal gebouwen in Antwerpen. 

Hoe wordt geadviseerd?
Een eerste stap bestaat uit een cultuurhistorische waardestelling. Hiervoor worden de verschillende soorten erfgoedwaarden afgetoetst:

  • algemene historische waarden;
  • stedenbouwkundige waarden;
  • architecturale en bouwhistorische waarden;
  • esthetische waarden.

Voor de waardestelling voert de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed/monumentenzorg zelf onderzoek uit of wordt door externen informatie aangeleverd in een bouwhistorische nota of een CHE-rapport. Deze analyse resulteert in een waardestelling. Hierbij worden zes categorieën onderscheiden:

  1. beschermingswaardig;
  2. waardevol;
  3. beeldbepalend;
  4. beeldondersteunend;
  5. neutraal;
  6. beeldverstorend.

Bij de eerste drie categorieën wordt het behoud vooropgesteld, bij de volgende twee moet de afweging gemaakt worden. Beeldverstorende panden zijn in principe niet behoudenswaardig.

In een tweede fase wordt de afweging gemaakt, waarbij niet alleen erfgoedwaarden maar ook andere parameters in overweging genomen worden. Essentieel is na te gaan in hoeverre de aanwezige erfgoedwaarden geïntegreerd worden in een project en in hoeverre de integriteit van deze waarden gerespecteerd wordt. Ook (het behoud van) de authenticiteit is daarbij van groot belang. Daarnaast wordt ook de mate waarin ingespeeld wordt op hedendaagse noden in overweging genomen. Vooral de parameters Leefbaarheid, duurzaamheid en (ook financiële) haalbaarheid worden daarbij betrokken.

Tenslotte wordt op basis van het bovenstaande als conclusie het eigenlijke advies geformuleerd, waarbij steeds eenzelfde sjabloon wordt gehanteerd:

  • Eerst wordt het juridisch-administratief kader gegeven dat aan de basis van de adviesvraag ligt;
  • Dan volgen de cultuurhistorische analyse waarbij de erfgoedwaarden worden onderzocht en de afweging van het ontwerpvoorstel;
  • Het advies zal op basis daarvan gunstig, voorwaardelijk gunstig of ongunstig luiden.

Communicatie en sensibilisering
Om het advieskader ook voor een breder publiek toegankelijk te maken moet de nodige communicatie gevoerd worden. De visie die in het advieskader vervat ligt moet op een duidelijke manier vertaald worden naar de burger. Zowel algemene communicatie over het advieskader als meer gerichte initiatieven over deelaspecten zijn daarbij belangrijk.

Beleidsdoelstellingen

5 - Bruisende stad
Antwerpen staat op de kaart als (onroerend) erfgoedstad: onroerend erfgoed is een troef in het ruimtelijk beleid en een hefboom voor stadsontwikkeling
Het onroerend erfgoed is gevrijwaard, waar nodig door herbestemming, om het door te geven aan de volgende generatie
Onroerend erfgoed is via advies en informatie pro-actief en in het kader van stedelijke procedures gevrijwaard

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het advieskader voor monumentenzorg goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak

SW/OE/M

initiatieven nemen voor de communicatie van het advieskader monumentenzorg naar de burger