De stad Antwerpen kende de afgelopen jaren een snelle bevolkingsgroei, waardoor er vandaag reeds meer dan 500.000 inwoners binnen de stadsgrens wonen. Deze groei zal de komende jaren volgens de prognose aanhouden. Dit betekent een behoefte aan bijkomende woningen, maar eveneens aan bijkomende voorzieningen en werkplekken.
Labo XX wil ontwerpend onderzoeken waar en hoe deze nieuwe ontwikkeling opgevangen kan worden. In Antwerpen vond stadsvernieuwing de voorbije decennia voornamelijk plaats in het centrum en in de 19de-eeuwse gordel van de stad. Vandaag is het tijd om de aandacht uit te breiden naar de 20ste-eeuwse gordel. De morfo-typologie van dit gebied bevat veel kansen voor verdichting, verbetering en vernieuwing. Er is nood aan een integrale visie om de bevolkingsgroei als hefboom in te zetten voor een herwaardering van de stedelijke ruimtelijke kwaliteit in deze gordel.
Labo XX brengt twee doelstellingen bijeen: een verdichtingsstrategie uitwerken met het oog op de bevolkingsgroei in Antwerpen en een ruimtelijke visie ontwikkelen voor de stadsvernieuwing van de 20ste-eeuwse gordel.
Vier ontwerpteams hebben vanaf december 2013 vanuit een eigen invalshoek de stadsvernieuwing en verdichting van de 20ste-eeuwse gordel onderzocht. Het ontwerpend onderzoek werd in 4 workshops begeleid en gestuurd door een begeleidingsgroep. Deze formule liet wederzijdse kennisoverdracht toe tussen de verschillende ontwerpteams onderling, en de stedelijke diensten en externe klankbordgroep. Begin juni hebben de verschillende teams een eindbundel voorgesteld. Labo XX is een ontwerpend onderzoek dat verschillende mogelijkheden toont om de discussie of dit wenselijke toekomstbeelden zijn concreter en in detail te voeden. In de komende periode wordt deze discussie vanuit de verschillende voorstellen georganiseerd. Tegelijkertijd worden verschillende andere mogelijkheden en uitdagingen, die tot hiertoe minder belicht zijn, verder onderzocht. Dit besluit is daarom geen goedkeuring maar een ter kennisgeving en de start van een verdere uitwerking van bepaalde thema’s en een start van een discussie met diverse actoren over het mogelijkheidsonderzoek Labo XX.
Wat hier volgt zijn de belangrijkste conclusies van Labo XX en van de verschillende teams:
Vernieuwen door te verdichten
Verdichting levert potentieel een goede economische basis voor stadsvernieuwing. Verdichting trekt immers nieuwe investeringen naar de stad, richt zich op het capteren van een residuele grondwaarde en het realiseren van een latente marktvraag. Wil het echter een bijdrage zijn aan stadsvernieuwing dan moet het om meer gaan dan het beantwoorden van de vraag naar huizen en voorzieningen. Vernieuwen door verdichting veronderstelt een intelligente valorisatiestrategie die marktwaarde capteert en maatschappelijke stedelijke baten realiseert. Verdichting is op dat moment een middel en geen doel en vraagt een meerwaardecreatie bij elk verdichtingsproject. Wat zijn de maatschappelijke stedelijke baten die projecten in de twintigste eeuwse gordel kunnen realiseren? Dat was een eerste inzet van de discussies tijdens de workshops.
Vernieuwing van de stadsvernieuwing
Een tweede inzet van de discussies tijdens de workshops was hoe men projecten kan realiseren in de 20ste-eeuwse gordel. De stadsvernieuwing van de 19de-eeuwse gordel zette zich sterk af tegen de harde urban renewal uit de naoorlogse periode. Niet afbraak maar herwaardering, de renovatio urbis, werd de visie en de vernieuwing van het publieke domein was de ruimtelijke strategie. In de 20ste-eeuwse gordel is die aanpak minder evident. Hier is niet noodzakelijk een duidelijke structuur aanwezig die we zomaar kunnen vernieuwen. Bij een verdere verstedelijking van deze gordel zal het publiek domein ook sterker transformeren. Bovendien lijkt het wenselijk om de discussie rond (selectieve) afbraak en nieuwbouw te heropenen.
Verder toonde Labo XX ook aan dat er gezocht moet worden naar een alternatief proces. De stadsvernieuwing van de afgelopen 20 jaar ging sterk uit van een projectmatige sturing en ruimtelijk maatwerk. De schaal van de opgave in de 20ste-eeuwse gordel maakt deze aanpak niet vanzelfsprekend, maar de diversiteit van het weefsel maakt een meer generieke aanpak toch zeer moeilijk. Verwacht wordt dat er ingezet moet worden op opportuniteiten en duurzame coalities. Op welke actoren en welke nieuwe coalities moet ingezet worden om verdichting aan vernieuwing te koppelen?
Buur, Futureproofed
Het team rond Buur ziet nadrukkelijk de groei als een hefboom om te veranderen. Deze veranderingen vinden plaats op vlak van mobiliteit (beweeg), gebouwen (denser maken) en open ruimte (beschermen). Zij duiden de verdichting aan als katalysator voor de verdere uitbouw van het openbaar vervoer. Via de Rocade, een tramlijn van Hoboken tot aan de Noorderlaan willen zij enerzijds het openbaar vervoer versterken. Door deze Rocade gaat het Antwerps netwerk van een radiaal naar een netwerkmodel, waardoor het aantal knooppunten tussen twee verschillende assen aanzienlijk toeneemt. Door anderzijds deze Rocade op te laden met bijkomende woningen, voorzieningen en werkgelegendheid, willen zij de nodige densiteit creëren die bij een efficiënt openbaar vervoernetwerk past en die voldoet aan de huidige vraag van de bevolkingsprognoses.
Met hun voorstel laten zij zien dat deze lijn vandaag al verstedelijkt is. Er zijn functies zoals ziekenhuizen, skipistes, Universiteit Antwerpen-campus Wilrijk, een luchthaven en enkele tewerkstellingspolen die vandaag al vragen naar een hoogwaardige ontsluiting met het openbaar vervoer.
Door deze tram in de 20ste-eeuwse gordel van Antwerpen te trekken en niet verder buiten de stad, worden zoveel mogelijk mensen zo dicht mogelijk in de stad getrokken. Dit is een hefboom om bepaalde plekken grondig te kunnen transformeren en tegelijkertijd worden bestaande districtskernen, grote voorzieningen en tewerkstellingspolen beter ontsloten. De grootste uitdaging en de verdere onderzoeksvraag ligt erin hoe we deze transformatie kunnen organiseren.
Verdichten en vervlechten, pleidooi voor tussenschaal: Palmbout Urban Landscapes, De Nijl Architecten, Blauwdruk Stedenbouw, Feddes Olthof Landschapsarchitecten.
Het team rond Palmbout Urban Landscapes heeft ons eveneens met een andere blik doen kijken naar een bestaand gebied. Het gaat over de grote groene gebieden (de groene lobben) die restanten zijn van oude landschappen. Het team heeft voornamelijk gekeken naar de zuidelijke kant van de stad, naar Hoboken en Wilrijk. Zij laten zien dat deze gebieden een grote potentie hebben om de identiteit van de 20ste-eeuwse gordel mee te bepalen, maar dat deze potentie vandaag volledig niet benut wordt. De stad heeft haar achterkanten van industrie en woningen er tegenaan gebouwd. De groene lobben zijn moeilijk doorwaadbare plaatsen met veel doodlopende paden en gefragmenteerd door hekwerk.
Door een betere structuur te maken in en tussen deze gebieden kan de kwaliteit hiervan aanzienlijk verhoogd worden en kunnen deze gebieden een grotere betekenis krijgen voor de ganse stad. Dit gaat van landschapsontwikkeling in bijvoorbeeld een beekvallei, naar het verbeteren van zachte routes, het afwerken van bestaande bebouwing en achterkanten. Door naar de bebouwde randen van deze gebieden te kijken, valt de unieke ligging van deze buurten op, die vaak gebouwd zijn met een zeer lage densiteit. Indien meer mensen in dit bebouwd weefsel kunnen wonen, op loopafstand van de groene lobben, kunnen nieuwe stedelijke omgevingen ontstaan, groene kernen wiens identiteit afstraalt op de ganse 20ste-eeuwse gordel.
Dit team onderzoekt enkele mogelijkheden hoe deze bijkomende woningen en voorzieningen op een kwalitatieve en betaalbare manier kunnen worden ingepland. Er wordt een aanzet gegeven voor een processtructuur, maar tegelijkertijd gepleit voor een laboratorium om in de praktijk daadwerkelijke innovatie in proces en instrumentarium te onderzoeken.
Microcentraliteiten als strategie voor verdichting en stadsvernieuwing: Maat ontwerpers, Posad spatial strategies, Shinsekai analyses, 3E
Het team rond Maat vertrekt vanuit de stelling dat de verdichting vandaag reeds gebeurt in de 20ste-eeuwse gordel, zonder dat dit gepaard gaat met enige stadsvernieuwing of kwaliteitssprong van het gebied. In hun cases gaan zij daarom nadrukkelijk op zoek van wat de meerwaarde van een nieuw project in de 20ste-eeuwse gordel kan zijn voor het project zelf en voor haar ruimere omgeving. Zij hebben de ambitie om de 20ste-eeuwse gordel door te verstedelijken en het gebied uit te bouwen tot een aantrekkelijke leefomgeving die kan concurreren met het stadscentrum en de groene stadsrand.
De grootste uitdaging bij de doorverstedelijking van de 20ste-eeuwse gordel is het op peil houden en zelfs versterken van de voorzieningengraad. Dit is meteen de invalshoek die het team heeft gekozen. Door bewust in te zetten op een mix van functies kunnen tevens specifieke profielen en plekken gedefinieerd worden in de stadsrand. Men moet streven naar een innovatieve functiemix die rekening houdt met diverse demografische en economische evoluties en de verduurzaming van de stadsrand.
Het team rond Maat stelt een netwerk van micro-centraliteiten voor, dit zijn puntsgewijze verdichtingsingrepen van woningen, voorzieningen en werkplekken die samen functioneren als een netwerk. Dit verdichtingspatroon ent zich niet op grote stedelijke structuren, maar net op een patroon van verspreide voorzieningen. Rond elke micro centraliteit zal het bestaande stedelijk weefsel mee kunnen transformeren.
Viraal verdichten: 51N4E en Connect&Transform
Het team rond 51N4E kijkt voornamelijk naar de rol van het proces en de verschillende actoren hierin. Zij zien de financiële valorisatie als een drijfveer in de stadsvernieuwing van de 20ste-eeuwse gordel en onderzoeken daarom de rol van financiële instellingen in ontwikkelingsprojecten en de mogelijke rol die zij kunnen aannemen om vernieuwingsprojecten te stimuleren, om de woonproductie te heractiveren en herdenken, om meerwaarde te creëren.
Om een meerwaardecreatie te realiseren in de bebouwde en geconsolideerde omgeving van de 20ste-eeuwse gordel, zijn perceelsoverschrijdende samenwerking en functiemenging nodig. Hier worstelen we tot op heden mee en dit vraagt een nieuwe aanpak van het proces en het herbekijken van het instrumentarium. Ook het financieringsmechanisme kan hier een stimulerende rol in spelen: collectief opdrachthouderschap, doorbreken van perceelsgrenzen, financiering vanuit een integratieve meerwaardecreatie en ontzorgingsondersteuning zijn enkele voorstellen uit het onderzoek dat aangehaald worden, maar die eveneens verder uitgediept of uitgetest moeten worden in de praktijk.
Conclusie:
De uitgangspunten van Labo XX die het college in de procesnota goedkeurde werden door Labo XX stuk voor stuk herbevestigd:
Vervolgtraject: van ontwerpend onderzoek naar visienota
Het einddoel van Labo XX is een visienota en een actieplan voor stadsvernieuwing in de 20ste-eeuwse gordel tegen najaar 2015. Vanuit het mogelijkheidsonderzoek wordt bijkomend onderzoek, dialoog en proefprojecten voorgesteld rond de volgende thema’s:
- dialoog opstarten met interne en externe stakeholders rond het ontwerpend onderzoek Labo XX: wat is wenselijk en haalbaar?;
- meerwaardecreatie: zoektocht naar instrumentarium;
- perceeloverschrijdende samenwerking, collectief opdrachthouderschap, multifunctioneel en slim ruimtegebruik: welke processen en instrumentarium kunnen dit ondersteunen?
- verder uitwerken van onderbelichtte thema:
Het college neemt kennis van de resultaten van het ontwerpend onderzoek Labo XX en geeft hiermee de start van de bespreking van de resultaten.
Het college keurt het vervolgtraject van Labo XX goed.
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
|
SW/R |
om de resultaten van het ontwerpend onderzoek Labo XX te bespreken en een vervolgtraject op te zetten waaronder de organisatie van een vakcongres en een bewonersmoment |
|
SL/SWO ism SW/R |
om een bewonersmoment te organiseren in samenwerking met Antwerpen aan het Woord |
|
SBM ism SW/R |
om het vakcongres Labo XX te organiseren |