Terug

2014_CBS_06184 - Uitbreiding capaciteit kinderopvang via diverse samenwerkingsvormen - Opstart task force - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 13/06/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_06184 - Uitbreiding capaciteit kinderopvang via diverse samenwerkingsvormen - Opstart task force - Goedkeuring 2014_CBS_06184 - Uitbreiding capaciteit kinderopvang via diverse samenwerkingsvormen - Opstart task force - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiƫle opmerkingen

In de meerjarenbegroting werd vanaf 2015 tot en met 2019 jaarlijks een investeringstoelage voorzien van 2.177.300,00 EUR op functiegebied 1SLW010101A00000.

Aanleiding en context

Op basis van de jaarlijkse omgevingsanalyse kinderopvang die stelt dat er een groot tekort is aan kinderopvangplaatsen in de stad Antwerpen, wil de stad deze legislatuur sterk inzetten op het uitbreiden van kindplaatsen. Dit kan door het zelf voorzien van kindplaatsen, maar zeker ook door het stimuleren van de bouw van nieuwe infrastructuur door externe partners via diverse samenwerkingsvormen met de stad.

De stad nam tijdens vorige legislatuur sterk de acteursrol in handen bij het bouwen en exploiteren van nieuwe kinderopvanginitiatieven. Dit stedelijk aanbod wordt momenteel geoptimaliseerd.

Eind 2013 waren er voor elke honderd kinderen - jonger dan drie jaar – 26,7 opvangplaatsen beschikbaar in Antwerpen. Volgens de Barcelonanorm zouden er per honderd kinderen jonger dan drie jaar 33 opvangplaatsen moeten zijn in de formele kinderopvang.

Om tegen 2019 minstens deze Barcelonanorm te behalen is een vernieuwde aanpak met betrekking tot kinderopvang in Antwerpen noodzakelijk. Daarom wil de stad nu sterker de regisseursrol opnemen inzake het voorzien van bijkomend nieuw aanbod.

Het college besliste op 19 juli 2013 (jaarnummer 7402) om een externe audit te laten uitvoeren door KPMG. Op het college van 31 januari 2014, werd kennis genomen van onderstaande aanbevelingen van KPMG, en werd aan de dienst cultuur, sport, jeugd en onderwijs/regie kinderopvang de opdracht gegeven de aanbevelingen van het auditrapport te realiseren (jaarnummer 895):

  1. Gezien de grote nood aan bijkomend aanbod om de Barcelonanorm te behalen, lijkt de komst van één of meerdere (nieuwe) niet-stedelijke organisatoren aangewezen. Een private organisator kan de nodige plaatsen goedkoper ontwikkelen dan een publieke speler. In het bijzonder vervalt de latere exploitatiekost.
  2. KPMG wijst in de audit op de rol van de stad als regisseur in het stellen van voorwaarden. De aansturing kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de prijs en kwaliteit van de voorziene opvang, maar ook op de bezettingsgraad. Er zal een evenwicht dienen gevonden te worden tussen kost en controle.

Argumentatie

De vernieuwde aanpak met betrekking tot het verhogen van de capaciteit in de kinderopvang behelst diverse samenwerkingsvormen met private partners. Enerzijds zal een investeringstoelage in het leven worden geroepen, zodat bouwprojecten voor kinderopvang gestimuleerd worden. Anderzijds zullen ook andere vormen, zoals publiek-private samenwerking, maximaal worden uitgewerkt.

Om dit in goede banen te leiden, wordt een task force opgericht waarin financiële, juridische, bouwtechnische kennis, evenals kennis over publiek-private samenwerkingen (pps) wordt verzameld. De bedrijfseenheden cultuur, sport, jeugd en onderwijs, financiën, gemeenschappelijke aankoopcentrale, stadsbeheer, het kabinet jeugd, het kabinet financiën, evenals een medewerker van het Vlaams kenniscentrum pps zijn in de task force vertegenwoordigd; de coördinatie gebeurt door cultuur, sport, jeugd en onderwijs/regie kinderopvang.

De task force krijgt volgende opdrachten :

  1. advies geven op het ontwerp van reglement investeringstoelage;
  2. voorbereiden van de oproep voor projecten die zal worden gelanceerd naar private partners die kaderen in het verhogen van de capaciteit kinderopvang en die kunnen leiden tot een publiek-private samenwerking;
  3. begeleiden van elk project, vertrekkende vanuit de logica van de tekorten in capaciteit kinderopvang. De locatie van de nieuwe inplanting of uitbreiding is hierin van primordiaal belang. Elk project wordt daarom in eerste instantie afgetoetst met het locatieadvies van regie kinderopvang, dat tevens rekening houdt met het Lokaal Overleg Kinderopvang in functie van een latere erkenning door Kind en Gezin;
  4. per project een voorstel van overeenkomst opstellen, waarna deze ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het college en gemeenteraad.

Beleidsdoelstellingen

4 - Lerende en werkende stad
Elke Antwerpenaar heeft toegang tot kwaliteitsvolle kinderopvang
De Europese norm voor het aantal plaatsen kinderopvang per 100 kinderen van 0 tot 3 jaar is zoveel mogelijk behaald
Kinderopvanginitiatieven worden van bij de start begeleid, zodat er zo weinig mogelijk stoppen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat een task force 'capaciteit kinderopvang' wordt opgericht waarin financiële, juridische, bouwtechnische en pps-specifieke kennis wordt verzameld. De task force zorgt voor de ontwikkeling van diverse vormen van samenwerking met de private sector om zo het aantal kindplaatsen in Antwerpen te verhogen.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.