In steden is omgevingslawaai één van de belangrijkste milieufactoren die de kwaliteit van de leefomgeving bepalen. In Europa heeft geluidshinder van alle milieugerelateerde factoren na luchtkwaliteit de belangrijkste negatieve impact op de volksgezondheid. Chronische blootstelling aan omgevingslawaai geeft aanleiding tot verschillende gezondheidseffecten zoals stress, hoge bloeddruk, cardiovasculaire aandoeningen, cognitieve effecten en slaapstoornissen.
Met de Europese richtlijn 2002/49/EG van 25 juni 2002 betreffende de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (gepubliceerd op 18 juli 2002) wordt gestreefd naar een gemeenschappelijke Europese aanpak om de gezondheidsschadelijke effecten door blootstelling aan omgevingslawaai te voorkomen of te verminderen. Het toepassingsgebied beperkt zich tot geluidshinder afkomstig van weg- en spoorverkeer, luchtvaart en industriële activiteiten. De richtlijn verplicht de lidstaten elke vijf jaar geluidsbelastingskaarten op te maken van alle agglomeraties met meer dan 100.000 inwoners om de blootstelling van de bevolking te bepalen. Vervolgens moet na elke ronde geluidskaarten ook een actieplan worden aangenomen om de vastgestelde geluidshinder te voorkomen of te beperken. Alle geluidskaarten en actieplannen moeten worden gerapporteerd aan de Europese Commissie.
De Europese richtlijn is via Vlarem (Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning) omgezet in Vlaamse regelgeving (22 juli 2005). Met ondersteuning van de Vlaamse overheid liet de stad in 2010 de eerste ronde strategische geluidbelastingkaarten voor de agglomeratie Antwerpen opmaken (SGS (Société Générale de Surveillance), 2010). Op 17 december 2010 keurde de Vlaamse regering de geluidskaarten voor de agglomeratie Antwerpen goed.
De Vlaamse milieuadministratie stelde hierna een tussentijds geluidsactieplan op waarin bestaande maatregelen zijn opgenomen en een aanzet is gegeven om nieuwe of aangepaste maatregelen uit te werken. Op 1 april 2011 werd dit geluidsactieplan voor de agglomeratie Antwerpen goedgekeurd door de Vlaamse regering.
Het college besliste op 15 oktober 2010 (jaarnummer 12882) om aan VITO (Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek) en Technum Tractebel Engineering de opdracht te geven de huidige situatie verder in kaart te brengen, knelpunten te definiëren en maatregelen voor te stellen om in de stad Antwerpen de luchtkwaliteit te verbeteren en de blootstelling aan omgevingslawaai te verminderen. Op 6 mei 2011 (jaarnummer 10155) nam het college kennis van het eindrapport “Voorstel van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en de geluidshinder te beheersen in de stad Antwerpen” en besliste het om een eerste selectie maatregelen goed te keuren (jaarnummer 10156). In het kader van deze studie werd een knelpuntenlijst opgesteld van straten waar de bewoners worden blootgesteld aan geluidsniveaus Lden (gemiddelde waarde per etmaal) van meer dan 70 dB (decibel).
In 2013 startte de Vlaamse milieuadministratie met de opmaak van de 2de ronde geluidskaarten voor de agglomeratie Antwerpen.
Op 20 september 2013 keurde het college de procesnota goed voor de opmaak van een stedelijk geluidsactieplan op maat van de stad Antwerpen (jaarnummer 09418). Dit actieplan focust op maatregelen die mogelijk zijn binnen de bevoegdheden van de stad en die op relatief korte termijn door de stad zelf kunnen uitgevoerd worden.
Op 28 maart 2014 keurde het college het ontwerp geluidsactieplan Antwerpen 2014-2019 goed (jaarnummer 03437) waarna het op 28 april 2014 ter kennisneming werd voorgelegd aan de gemeenteraad (jaarnummer 00378). Vooraleer het definitieve geluidsactieplan aan het college wordt voorgelegd, wordt advies gevraagd aan de districten.
In een latere fase zal het stedelijk geluidsactieplan als basis dienen voor het tweede geluidsactieplan voor de agglomeratie Antwerpen in het kader van de Europese Richtlijn 2002/49/EG. Hiervoor zal de Vlaamse milieuadministratie het stedelijk geluidsactieplan aanvullen met Vlaamse acties en maatregelen. Het procesverloop van het stedelijke en gezamenlijke geluidsactieplan wordt verder in dit besluit weergegeven.
Op basis van een geïntegreerde benadering van omgevingslawaai en het geluidsklimaat in Antwerpen werd een geluidsbeleidskader uitgewerkt op basis van vier pijlers: kennis opbouwen over omgevingslawaai, streven naar stille bronnen, het verbeteren of beschermen van het geluidsklimaat in bestaande situaties en het waarborgen van een goed geluidsklimaat in nieuwe situaties. Binnen deze vier pijlers stelt de stad een maatregelenpakket samen uitgaande van de eigen bevoegdheden. Elke maatregel wordt verder verfijnd in een aantal acties. Zo verzekert zij een samenhangend beleid waarbinnen acties op maat kunnen worden geformuleerd.
De eerste pijler focust op beleidsvorming rond omgevingslawaai in een brede context. Dit actieplan stelt in de eerste plaats maatregelen voor die binnen de stedelijke bevoegdheid kunnen worden genomen. Het is echter belangrijk dat de stad op de hoogte blijft van de ontwikkelingen en beleidsvorming op de hogere beleidsniveaus. Daarnaast betreft kennisopbouw ook het correct in beeld brengen van het huidige geluidsklimaat en evoluties in de geluidsproblematiek. Op die manier kunnen knelpunten worden geïdentificeerd en kunnen doorgevoerde maatregelen worden geëvalueerd.
De maatregelen onder deze pijler zijn:
Maatregelen aan de bron zijn het meest effectief als het gaat om het terugdringen van geluidshinder. Bronmaatregelen krijgen daarom de voorkeur boven overdrachtsmaatregelen of maatregelen bij de ontvanger. Maatregelen uit deze categorie liggen echter zelden binnen de stedelijke bevoegdheid. Het aanpakken van geluidsbronnen zoals wegverkeer, spoorverkeer, vliegverkeer en industrie vereist veelal acties op gewestelijk, federaal of zelfs Europees niveau. De stad neemt waar mogelijk maatregelen binnen de eigen bevoegdheden, bijvoorbeeld door het geven van het goede voorbeeld met de eigen stadsvloot, het opvolgen van het beleid op hogere niveaus en het overleggen met hogere overheden.
De maatregelen onder deze pijler zijn:
De geluidsbelastingskaarten van de agglomeratie Antwerpen tonen aan dat het bestaande geluidsklimaat in Antwerpen vooral in de kernstad en in de buurt van belangrijke wegen en spoorwegen problematisch is. Hier zijn geluidsknelpunten geïdentificeerd met geluidsniveaus (Lden) hoger dan 70dB. Het is belangrijk dat minstens deze hotspots worden weggewerkt. Tegelijkertijd is het van belang om de gebieden en zones waar de geluidsniveaus wel voldoen, te beschermen om te garanderen dat minstens hetzelfde geluidsklimaat gehanteerd blijft.
De maatregelen onder deze pijler zijn:
De stedelijke bevolking blijft groeien. Hierdoor vergroot de druk op de nu al schaarse ruimte. De stad moet dus op zoek naar nieuwe ontwikkelingsgebieden of mogelijkheden om bestaande stadsdelen te verdichten om de groeiende stadsbevolking op te vangen. De laatste vrije ruimtes die in de stad nog beschikbaar zijn, bevinden zich vaak in de buurt van belangrijke weginfrastructuren met hoge geluidsniveaus. Een andere uitdaging schuilt in het behouden of verbeteren van de leefkwaliteit terwijl de beschikbare ruimte intensiever wordt gebruikt. Om de leefkwaliteit in deze nieuwe stadsontwikkelings- of stadsvernieuwingsprojecten te waarborgen, moeten van bij de ontwerpfase maatregelen genomen worden om de geluidshinder te beperken.
De maatregelen onder deze pijler zijn:
Op Vlaams en Europees niveau kadert het "Geluidsactieplan Antwerpen 2014-2019" in het voortraject van de tweede ronde “geluidskaarten en geluidsactieplannen” zoals voorgeschreven door de Europese richtlijn Omgevingslawaai.
Na een interne en externe adviesronde zal het definitieve actieplan midden 2014 ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college. Vervolgens zal het Vlaams departement Leefmilieu, Natuur en Energie het stedelijk geluidsactieplan aanvullen met maatregelen binnen de Vlaamse bevoegdheden. Over het gezamenlijke geluidsactieplan voor de agglomeratie Antwerpen dat aldus tot stand komt zal vervolgens een openbaar onderzoek worden georganiseerd, waarna het ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan het college en de Vlaamse Regering. Tenslotte wordt het gezamenlijk actieplan omgevingslawaai voor de agglomeratie Antwerpen gerapporteerd aan de Europese Commissie zoals de richtlijn Omgevingslawaai voorschrijft.
Onderstaande tabel geeft het verdere procesverloop schematisch weer.
|
Fase |
Actie |
Periode |
|
Start |
Collegebesluit: Procesnota Geluidsactieplan |
20 september 2013 |
|
Opmaak voorontwerp stedelijk geluidsactieplan |
Consultatieronde Werkgroepen:
|
oktober 2013 |
|
Feedback werkgroepen |
november 2013 |
|
|
Verwerking feedback tot voorontwerp geluidsactieplan |
november 2013 |
|
|
Consultatie en vaststelling ontwerp |
Consultatieronde:
|
januari 2014 |
|
Verwerking adviezen en opmerkingen |
februari 2014 |
|
|
College: goedkeuring ontwerp geluidsactieplan |
28 maart 2014 |
|
|
Consultatie ontwerp |
Consultatieronde:
|
april – mei 2014 |
|
Opmaak en vaststelling stedelijk geluidsactieplan |
Finale verwerking adviezen en opmerkingen tot ontwerp geluidsactieplan |
mei - juni 2014
|
|
College: goedkeuring geluidsactieplan |
||
|
Ontwerp gezamenlijk geluidsactieplan agglomeratie Antwerpen |
Samenvoeging stedelijk actieplan met deel Vlaamse overheid |
juni – juli 2014 |
|
Openbaar onderzoek over ontwerp gezamenlijk actieplan agglomeratie Antwerpen |
juli – augustus 2014 |
|
|
Verwerking bezwaren en opmerkingen openbaar onderzoek |
september 2014 |
|
|
Vaststelling gezamenlijk geluidsactiepan agglomeratie Antwerpen |
College: goedkeuring gezamenlijk geluidsactieplan |
oktober 2014 |
|
Vlaamse Regering: goedkeuring gezamenlijk geluidsactieplan |
||
|
Gemeenteraad: kennisneming gezamenlijk geluidsactieplan |
||
|
Overhandiging gezamenlijk geluidsactieplan aan Europese Commissie |
november 2014 |
Het stedelijke district Berchem dat doorkliefd wordt door spoorlijnen, Ring, singel, trams, bussen en auto’s en op de koop toe nog naast een vliegveld gesitueerd is, is een district dat veel overlast kent van geluid en lawaai.
Dit probleem heeft gevolgen op welzijn en gezondheid.
Na lezing van de documenten, de voorgestelde acties, en na het debat in de commissie, adviseert de Raad als volgt:
ALGEMEEN
Het district merkt op dat verschillende van de voorgestelde maatregelen in dit plan eruit bestaan dat de Stad zal ijveren bij andere instanties omdat de beslissende bevoegdheid niet bij de Stad ligt. Het district onderstreept het belang van het permanent terug op de agenda brengen van dit dossier, vermits de geluidsproblematiek het algemeen niveau van levenskwaliteit in Berchem ondergraaft.
Het district verzoekt de Stad evenwel om haar op regelmatige basis van de stand van zaken in deze dossiers op de hoogte te houden.
Berchem kent immers verschillende pijnpunten en bijhorende pijnplekken .
-het vliegveld en de repercussies van laagvliegende vliegtuigen op de Groenenhoek. Oud-Berchem ligt dan weer onder de opstijgroute en heeft hier last van piekbelasting.
-de Singel en de Ring en de repercussies hiervan op de aanpalende wijken van Oud-Berchem, Zurenborg, De Cooremansstraat, het Nieuw Kwartier, De Veldekens ( vnl. Polygoonstraat, Auburtinlaan en achterliggende straten), de Groenenhoek, de Rode Kruislaan, ……Inderdaad, de Ring en de Singel doorkruisen het hart van Berchem en daarmee wordt de overlast ook vanuit het hart verspreid naar quasi alle wijken van Berchem.
-de Spoorlijnen en de repercussies hiervan op Oud-Berchem, Zurenborg, De Veldekens, de Groenenhoek (vooral de wijk het Prieel), de Fruithoflaan,..
-de grote bussen van de Lijn in dichtbevolkte wijken zoals in Oud-Berchem.
Het geluidsactieplan is een goed plan, dat de oorzaken, gevolgen en oplossingen van het probleem van het omgevingslawaai in Antwerpen zo correct mogelijk in beeld brengt.
Evenwel
- zijn concretere en hogere budgetten gewenst.
- Is een concretere timing gewenst
- kunnen minder klassieke oplossingen ook een te volgen piste zijn: geluid reduceren door vb. inzetten op geluidsarme voertuigen (elektrische auto’s en fietsen), door vb. inzetten op kleiner en stiller openbaar vervoer, door vb. inzetten op geluidsdempende materiaalkeuze en ontwerp op het openbaar domein
Het district wenst bovendien uitdrukkelijk erkend en betrokken te worden als een volwaardige partner in overleg rond de grote geluidsuitdagingen die ons district te wachten staan.
Tenslotte, meent het district dat het geluidsactieplan en het mobiliteitsplan goed op elkaar dienen afgestemd te worden, om zo geluidsreducerend mogelijk te werk te gaan.
MEER SPECIFIEK
1. Het district adviseert de Stad haar te steunen bij de spoedige uitvoering van Masterplan Groene Long, waarbij verschillende groene stukken van Berchem ( Wolvenberg, De Villegaspark, Brilschanspark, Leeuwerikenpark,… ) worden verbonden om zo tot een daadwerkelijke groene geluidsdempende long in het hart van Berchem te komen.
2. Het district verzoekt de Stad om mee in te zetten op de overkapping van de Ring. Hiermee kunnen bovendien groengebieden langs weerszijden van de Ring met elkaar verbonden worden en zulks in uitvoering van Masterplan Groene Long. Het district ijvert ervoor om de overkapping in een eerste fase te laten starten aan Zurenborgerbrug en minstens te laten doorlopen tot en met de Cooremansstraat. Uiteraard blijven we voorstander van een verdere overkapping in noordwaartse en zuidwaartse richting.
Tevens dringt het district aan bij de Stad om het mobiliteitsprobleem onder de overkapping ook dringend op te lossen.
3. Het district verzoekt de Stad een onderzoek te laten uitvoeren of, zo er reeds een onderzoek werd uitgevoerd, het district in kennis te stellen betreffende de meest aangewezen snelheid op Ring en Singel.
4. Het district verzoekt de Stad nog meer in te zetten op het gebruik van elektrische wagens, net zoals het district heeft ingezet op elektrische fietsen en fietstaxi’s. Elektrische wagens maken minder geluid.
5. Het district verzoekt de stad te willen ijveren bij De Lijn om in het dichtbevolkte Oud-Berchem te willen werken met kleinere types bussen, zodat straten zoals de Boomgaardstraat en de Driekoningenstraat niet lijden onder de lawaaierige grote bussen.
6. Het district adviseert de Stad om een protocol uit te werken aangaande het gebruik van sirenes door hulpdiensten, vooral gedurende de nacht en de vroege ochtend.
7. Het district adviseert de Stad om passende maatregelen te nemen tegen geluidsoverlast bij bouwwerven voor 7h s’ochtends en na 19h s’avonds.
8. Via de Stadsmonitor wordt onder het thema ‘ veiligheidszorg-buurtproblemen’ gepeild naar het aandeel bewoners dat last ondervindt van lawaaihinder in de Stad Antwerpen. De Raad merkt op dat de opmerkingen in de tekst niet stroken met de gegevens in de grafiek ( figuur 13). Het District Berchem dringt aan op inzage op geluidsgerelateerde klachten betreffende haar grondgebied zodat ook het district, zo mogelijk, op gepaste wijze kan reageren naar haar inwoners toe.
9. Het district verzoekt de Stad haar op zeer regelmatige basis te informeren betreffende de stand van zaken en de stand van uitvoering van het geluidsactieplan.
VRAGEN EN ADVIEZEN ONDER VERWIJZING NAAR SPECIFIEKE PUNTEN VAN HET PLAN
1. Maatregel P1M1 (Pg 32/79) : De stad zal de bekomen geluidsbelastingkaarten (gemodelleerde) valideren aan de hand van de metingen die op jaarbasis door LNE worden uitgevoerd op 5 locaties langs de Antwerpse ring tijdens de zomermaanden. Omdat de agglomeratie van Antwerpen uit een aanzienlijke oppervlakte bestaat, is het aangewezen deze metingen aan te vullen met een gerichte monitoring op strategisch gekozen locaties.
Het district Berchem is vragende partij om een dergelijk meetpunt te plaatsen op de ring thv van de Grotesteenweg, aangezien de Grotesteenweg is opgenomen op de 3de plaats in de knelpuntenlijst gerangschikt volgens aandeel gehinderden > 70 dB (Lden) (pg 53/79).
Het district adviseert tevens de meetcampagne niet tijdens de zomermaanden te houden, vermits deze maanden minder druk zijn dan de andere maanden en mogelijks dus niet representatief.
2. Maatregel P2M5 (pg 42/79) : (stiller spoorverkeer) het district Berchem had graag een specifiek inzicht in de geluidshinder voor de Berchemse locaties die dicht bij de spoorwegen gelegen zijn. Het betreft de Groenenhoek, meer bepaald de driehoek tussen de spoorweg naar Mechelen en naar Lier, en de wijk tussen deze spoorweg en de Diksmuidelaan. Maar ook de omgeving van Berchem station en de wijk Zurenborg.
Tevens lijdt ook de Fruithoflaan en De Veldekens onder het lawaaierige spoorverkeer.
Spoorverkeer brengt geen continue hinder met zich mee, doch eerder een piekbelasting waarover het district zich zorgen maakt. Het district adviseert met klem intensieve geluidsmilderende maatregelen te nemen in de bovenstaande wijken zodat deze afgeschermd worden van het geluid van het spoorverkeer.
Het district adviseert tevens om te ijveren bij Infrabel om aanplantingen op de spoorbermen te realiseren vermits deze een geluidsdempend effect hebben.
3.Maatregel P2M6 (pg 44/79) : (stiller vliegverkeer) Het district Berchem maakt zich zorgen over de geluidsimpact van het luchtverkeer op de wijk Groenenhoek. Het district stelt zich de vraag of er geluidscontouren beschikbaar zijn die opgesteld worden door de vakgroep “Akoestiek & Thermische Fysica” van de KUL die ook betrekking hebben op het grondgebied van Berchem. Tevens stelt het district zich de vraag hoe deze metingen zich verhouden tov het lawaai verbonden met het wegverkeer? Is een impact waarneembaar?
Op pg 44/79 lezen we onder ‘werkwijze’ dat er elke 2 maanden een overleg plaats heeft tussen de exploitant van de luchthaven, de provincie Antwerpen, de stad Antwerpen, Boechout, Borsbeek en Mortsel. Onder acties wordt aangegeven dat de stad zal deel nemen aan halfjaarlijkse overlegmomenten tussen de boven aangehaalde actoren.
Het lijkt nuttig dat deze frequentie wordt aangepast. Tevens is het district vragende partij om partner te kunnen zijn in dit overleg, minstens pleit het district voor een regelmatige terugkoppeling van de inhoud van het overleg naar de districten die grenzen aan de luchthaven.
4.Maatregel P3M1 (pg 49/79) : (stille wegdekken) In het plan wordt verwezen naar CPX-metingen (Close-Proximity) die in de loop van 2013 werden uitgevoerd, om de akoestische eigenschappen van een aantal veel voorkomende wegbedekkingen na te trekken en te evalueren. Berchem beschikt nog over vele straten aangelegd met kasseien waarbij het geproduceerde rolgeluid luider klinkt dan bij andere ondergrond: zo onder andere de wijk begrepen tussen de Ring, de Elisabethlaan en de Floraliënlaan, de wijk begrepen tussen de Grotesteenweg, de Koninklijke laan, de Ringlaan en de Floraliënlaan en de wijken die zich situeren in de omgeving van de Diksmuidelaan, Gitschotellei, Wapenstilstandlaan en Safierstraat zijn veelal aangelegd met kasseien. Het district stelt zich de vraag of dergelijke CPX-metingen uitgevoerd werden op het grondgebied van Berchem en zo ja, verzoekt het district inzage in de resultaten.
Het district adviseert de Stad om de tekentafel een geluidsdempende reflex te laten inbouwen, zodat zowel bij heraanleg als bij onderhoudsopdrachten telkens de denkoefening gemaakt wordt hoe geluid in dat specifieke dossier zoveel als mogelijk kan worden gereduceerd.
Het district dringt er tevens bij de stad op aan om middelen te voorzien opdat deze reflex ten volle kan gemaakt worden. Het district is overigens niet in staat om alle rijwegen in Berchem in kassei de eerste decennia geluidsarm te maken. De steun van de stad is hier onontbeerlijk.
5. Maatregel P3M4: Aanpak van geluidsknelpunten (pg 53/79). In het plan worden een aantal straten opgelijst die gerangschikt worden volgen het aantal bewoners die hinder ondervinden van geluidsoverlast die meer dan 70 decibel bedraagt. Dit betreffen geluidsknelpunten:
- Op plaats 3 situeert zich de drukke invalsweg Grotesteenweg met 1935 bewoners die hinder ondervinden. Het district adviseert de Stad om bij Vlaanderen te ijveren voor geluidsreducerende maatregelen. Het District denkt hierbij aan het vervangen van de ondergrond in een geluidsdempende ondergrond. Tevens verzoekt het district de Stad te willen ijveren bij De Lijn om maatregelen te nemen tegen de geluidsoverlast door de tram.. Hierbij wordt reeds opgemerkt dat de oude 7-toestellen beduidend meer lawaai veroorzaken dan de nieuwere 15-toestellen.
- Op plaats 19, prijkt de Gitschotellei, district Borgerhout met 832 bewoners. Het district stelt zich terecht de vraag of de resultaten voor Borgerhout niet te extrapoleren zijn naar Berchem? Het district adviseert de Stad de geluidsdempende maatregelen die zij zou overwegen te nemen voor de Gitschotellei op het grondgebied Borgerhout door te trekken naar Berchem, zoals onder andere geluidsdempende ondergrond en maatregel genomen door De Lijn betreffende de tram.
- Op plaats 25, prijkt de Prins Boudewijnlaan op het grondgebied van het district Wilrijk, 660 bewoners. Het district stelt zich terecht de vraag of de resultaten voor Wilrijk niet te extrapoleren zijn naar de Elisabethlaan te Berchem? Het betreft immers één verkeersas. Het district adviseert de Stad de geluidsdempende maatregelen die zij zou overwegen te nemen of te laten nemen ( door Vlaanderen) voor de Prins Boudewijnlaan op het grondgebied Wilrijk door te trekken naar diezelfde as op het grondgebied Berchem, en meer specifiek een geluidsdempende ondergrond.
- Op plaats 45, prijkt de Uitbreidingsstraat, 716 bewoners. Hoe kunnen we dit het best interpreteren, geldt dit resultaat over de gehele lengte van de Uitbreidingstraat of enkel voor bepaalde delen ? Hoe werd deze tabel samengesteld ?
- Op plaats 47, prijkt de Driekoningenstraat met 409 bewoners. Het district neemt aan dat het over de volledige as Driekoningenstraat – Statiestraat gaat. Zijn er naar de uiteinden van deze as toenames van de hinder te verwachten (station vs. Grotesteenweg) ?
- Op plaats 48, prijkt de Ringlaan. Het district investeert in een nieuw wegdek.
- Op plaats 49, prijkt de Generaal Lemanstraat met een behoorlijk impact op de wijk Vijfhoek in Berchem. Het district vraag zich af over er een afname is van de geluidshinder naar het park toe? Zijn hier stilteplekken, vb. in de Kardinaal Mercierlei?
Op basis van deze tabel stelt de Raad vast dat het aantal Berchemnaars dat beduidende hinder ondervindt in bovenvermelde straten -zoals blijkt uit deze tabel- onverantwoord is. Het district vraagt dan ook met aandrang in de bovenstaande straten de nodige geluidswerende acties te nemen of te laten nemen door andere instanties en zulks in volgorde van rangschikking van de tabel. Het district meent tevens dat De Lijn en Vlaanderen bij deze oefening intensief betrokken dienen te worden.
Het district merkt op dat de Stad geluidsmilderende maatregelen enkel plant bij de heraanleg van een straat en niet bij onderhoudsopdrachten. De raad acht het echter ook raadzaam om maatregelen te nemen voor straten hoog op de knelpuntenlijst, wanneer niet een gehele heraanleg wordt voorzien.
Wegens de hoge budgettaire kost van een heraanleg in vergelijking met de beschikbare districtsbudgetten, zouden sommige straten immers veel te laat aan bod komen met alle gevolgen vandien op de gezondheid van de inwoners.
Het district merkt ten slotte op dat de Stad geen budget voorziet in de meerjarenplanning zodat de budgetten uit de reguliere werkingsmiddelen moeten worden geput. Het district verzoekt de stad haar meerjarenplanning in deze aan te passen, gelet op de impact van dit dossier op de leefkwaliteit in Antwerpen.
6. Maatregel P3M5 (pg 56/79) :Geluidsafscherming langs bestaande woongebieden naast Grote verkeersinfrastructuren. Het district leest dat AWV langs de Ring, vanaf de Posthofbrug tot aan het nieuwe scherm van de Tuinwijk (Borgerhout) geluidsmetingen uitvoert, gevolgd door een dimensioneringsstudie, om uit de maken of een nieuw geluidsscherm zinvol is.
Het district meent dat ook de andere kant vanaf de Posthofbrug tot aan Berchem-Kerk mee moet worden opgenomen in de geluidsmetingen. Het district stelt zich de vraag waarom dit stuk niet werd opgenomen in de metingen om te zien of geluidsschermen zinvol zijn? Vele inwoners van Berchem hebben immers dagelijks last van de Ring. Het district adviseert de opname van dit segment in de metingen, alsmede plaatsing van geluidsschermen langsheen de Ring in Berchem.
Daarnaast vraagt het district om bij het onderzoek naar het nut van geluidsschermen ook de nodige aandacht te hebben voor andere gezondheidseffecten.
De Raad verwijst tevens naar het bestuursakkoord van het District Berchem waarin wordt gepleit om de stroken tussen Singel en Ring te beplanten om aldus een natuurlijke buffer te creëren tegen geluidsoverlast, één en ander in samenspraak met andere overheden. Deze beplantingen kunnen gezien worden als extra maatregelen naast de plaatsing van geluidsafschermingen.
7.Maatregel P3M6 Stilteplekken in de Stad
Het district verzoekt Vespa tevens stilteplekken te willen intekenen bij het ontwerp van dit masterplan.
Het district Berchem ervaart geen stilteplekken te hebben en adviseert de Stad samen met het district op zoek te gaan naar plaatsen die op dergelijke wijze kunnen worden ingevuld.
De districtsraad Berchem keurt eenparig het volgende besluit goed.
De districtsraad geeft gunstig advies op het ontwerp geluidsactieplan Antwerpen 2014-2019 en het verdere proces voor advisering en afwerking ervan.