Voor 2014 bedraagt de subsidie-overeenkomst een bedrag van 3.069.971,72 euro. In concreto bedraagt de subsidie voor een contractuele medewerker 29.906,52 euro per vte / jaar, voor een statutaire medewerker 34.665,96 euro per vte / jaar.
Op 24 mei 2013 keurde het college een streefdoel voor personeelsbesparingen per entiteit goed. Op 4 december 2013 (jaarnummer 12746) werd een aantal principes hierrond verder goedgekeurd, waaronder maximale integratie van enkele gemeenschappelijke diensten voor Stad en OCMW.
Het quotum “medewerkers aangenomen in het kader van sociale maribel” bedraagt momenteel voor het OCMW 68,61 VTE. Bijkomend heeft het OCMW ook recht op 30 VTE arbeidsplaatsen fiscale maribel, in te vullen met maatschappelijk werkers in de sociale centra. Voor 2014 vertegenwoordigt de overeenkomst een bedrag van 3.069.971,72 euro. Om in aanmerking te komen voor subsidies sociale maribel moet een organisatie boven een bepaald arbeidsvolume in het toepassingsgebied van de sociale maribel blijven. Voor het OCMW is het vereiste arbeidsvolume 965,63 VTE. Het arbeidsvolume de eerste 5 maanden van 2014 lag gemiddeld ca. 30 VTE lager dan dit vereiste arbeidsvolume.
Op 25 april 2014 (jaarnummer 4531) werd een collegiale brief gestuurd aan de federaal minister van Werk met de vraag of het mogelijk is om bij het onderbrengen van ondersteunende diensten van het OCMW bij de stad, deze in het toepassingsgebied van sociale maribel te behouden om zo de subsidies te behouden. Deze vraag werd negatief beantwoord.
Op 10 juni 2014 werd op het managementcomité van het OCMW (jaarnummer 592) het mogelijk verlies van sociale maribelsubsidies aangekaart.
Gezien het negatieve antwoord van het ministerie van Werk, is het ten eerste aangewezen om de inkanteling van de ondersteunende diensten OCMW naar de stad uit te stellen tot er meer duidelijkheid is over de toekomstige voorwaarden van de sociale maribelmaatregel.
In 2009 gebeurde een correctie aan het vereist arbeidsvolume naar aanleiding van de verzelfstandiging van het Zorgbedrijf. Er werd echter nog geen correctie gedaan voor restoverdrachten na 2009. Ten eerste was er de overdracht van de financiële cel en personeelscel die pas in 2010 voltooid werd, voor 72 personen. Daarnaast werd op 31 december 2013 de detachering van de technische onderhoudsdienst (TOI) naar het Zorgbedrijf stopgezet en werden deze taken rechtstreeks bij het Zorgbedrijf opgenomen. In combinatie met de personeelsoptimalisatie die het afgelopen jaar gebeurde bij het OCMW, zorgt dit ervoor dat de huidige bezetting reeds ca. 30 VTE lager is dan het vereiste arbeidsvolume.
Om dit op te lossen kan een dringende aanvraag gericht worden aan de RSZPPO en het ministerie van Werk om een overdracht van arbeidsvolume van OCMW naar Zorgbedrijf te bekomen, zoals in 2009. Binnen Zorgbedrijf is er voldoende marge om een uitbreiding van het vereiste arbeidsvolume te dragen.
Indien er geen aanpassing van het vereiste arbeidsvolume gebeurt, zouden minimaal 67 VTE in juli 2014 aangeworven moeten worden om de subsidies 2014 te behouden. (Indien deze aanwervingen later op het jaar gebeuren, stijgt dit aantal nog verder). Dit kan gedeeltelijk door in de gemeenschappelijke diensten, vacatures standaard door nieuw OCMW-personeel in te vullen. Daarnaast kan ook extra aangeworven worden op andere diensten maar hier staat een hoge kostprijs tegenover.
Een andere piste is om een aantal gemeenschappelijke diensten van stad en OCMW, onder te brengen onder het OCMW. In eerste instantie kan het gaan om de gemeenschappelijke preventiedienst, facility management en de gemeenschappelijke aankoopcentrale (samen ca. 50 VTE). Bij uitbreiding kan dit voor alle ondersteunende diensten bekeken worden. De ondersteunende diensten van het OCMW vallen per definitie onder toepassingsgebied sociale maribel (cfr. collegiale brief).
Het college keurt goed dat er een aanvraag gedaan wordt aan de RSZPPO en het ministerie van Werk om het vereiste arbeidsvolume sociale maribel voor OCMW te corrigeren ten gevolge van de overdrachten naar het Zorgbedrijf.
Het college keurt goed dat, in afwachting van meer duidelijkheid rond de toekomstige toekenningsvoorwaarden voor de sociale maribelsubsidies, het onderbrengen van de ondersteunende diensten van het OCMW bij de stad uitgesteld wordt.
Het college keurt goed dat, indien blijkt dat de maatregelen zoals beschreven in artikel 1 en 2 niet volstaan, alle aanwervingen op de gemeenschappelijke diensten van stad en OCMW op payroll OCMW zullen gebeuren.
Het college keurt goed dat, indien blijkt dat de maatregelen zoals beschreven in artikel 1, 2 en 3 niet volstaan, het stadspersoneel van de gemeenschappelijke aankoopcentrale, facility management en de gemeenschappelijke preventiedienst wordt overgedragen naar het OCMW.
Het college geeft de opdracht aan
| Dienst | Taak |
| PM stad en OCMW | de goedgekeurde acties zonder uitstel uit te voeren |