Binnengemeentelijke decentralisatie
Met het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000, jaarnummer 619 en bij collegebesluit van 16 maart 2000, jaarnummer 3984, werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002, jaarnumer 11543, en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002, jaarnummer 2307, werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd. Het district is bevoegd voor het lokaal seniorenbeleid, lokaal cultuurbeleid, lokaal jeugdbeleid en lokaal sportbeleid.
De vernieuwde aanpak van inspraak, advies en medebeheer adviesorganen cultuur, sport, jeugd en senioren werd door de gemeenteraad in de zitting van 16 december 2013 (jaarnummer 828) goedgekeurd.
Zoals bepaald door het Gemeentedecreet worden einddocumenten van de adviesraden, zoals adviezen en de antwoorden hierop, ter kennisneming voorgelegd aan het districtscollege en de districtsraad.
Het districtscollege vraagt de cultuur-, sport-, jeugd- en seniorenraad vóór 1 oktober 2014 advies te geven over de budgetopmaak 2015.
Artikel 200 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad kan overgaan tot organisatie van raden en overlegstructuren die tot opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren. De verslagen en einddocumenten van deze raden en overlegstructuren worden meegedeeld aan de gemeenteraad. Artikel 284 van het Gemeentedecreet bepaalt dat dit artikel ook van toepassing is op de districten.
Het districtscollege keurt het verzoek om advies te vragen aan de cultuur-, sport-, jeugd- en seniorenraad over de budgetopmaak 2015 goed.
Het districtscollege geeft opdracht aan:
| dienst | opdracht |
| distictssecretaris | verzamelen adviezen cultuur-, sport-, senioren- en jeugdraad |